28 augustus 2014: Bron:  BMJ Open 2014;4:e005332 doi:10.1136/bmjopen-2014-005332

Patienten die aanvullende middelen en behandelingen gebruiken besparen ziektekostenverzekeraars ca. € 1750,-- per jaar. Dit blijkt uit een 6 jarige studie onder 1 521 773 patiënten (98,8%) van een CON praktijk (CON = conventionele huisarts. Een huisarts dus zonder officiële complementaire bijscholing) en 18 862 patiënten (1.2%) van een CAM praktijk (huisarts met een officiële complementaire bijscholing) gehaald uit de datagegevens van AGIS.

Man met Chinese massage


Uit het onderzoek blijkt ook dat de mediane sterfte gelijk ligt, maar tegelijkertijd wordt erbij gezegd dat er geen specifiek onderzoek is gedaan naar effecten van complementaire aanpak bij specifieke aandoeningen, dus de constatering uit de studie over kans op overlijden is bij 1,5 miljoen deelnemers van weinig of geen betekenis. Ook omdat iedere patiënt is meegenomen in deze studie. Interessanter zou zijn om dit onderzoek uit te voeren bij alleen kankerpatiënten en dan nog beter uitgesplitst per vorm van kanker.
Patiënten van complementair werkende huisartsen kosten de ziektekostenverzekeraars dus beduidend minder geld per jaar dan patienten van huisartsen die geen complementaire bijscholing hebben gevolgd.

Jaarlijks was het gemiddelde verschil tijdens de 6 jarige studie follow-up € 1821 (95% CI 1813-1828) versus € 75,3 (95% BI 75,1-75,5). In de conclusie wordt geschreven dat een patiënt van een CAM arts jaarlijks € 192,-- (10.1%) minder betaald aan de basis en aanviullende verzekeringen. Gemiddeld betaalde een CAM-patiënt jaarlijks €  33,-- aan extra kosten volgens de onderzoekers. Maar het lijkt mij duidelijk dat patiënten heel veel meer zelf betalen aan die aanvullende middelen en behandelingen omdat deze niet vergoed worden.

Table 1

Descriptive statistics of the data set

CON GPCAM GPSwitchers
Insured (n) 1 521 773 18 862 10 769
Age (year) 41.0 41.6 40.1
Female (%) 52.9 55.2 56.4
‘Vogelaarwijk’ (%) 15.7 9.3 17.1
Supplementary insured (%) 92.7 93.4 92.1
Compulsory insurance costs (€)
 Total costs 1821 1638 1989
 GP costs 133 128 140
 Pharmaceutical costs 402 357 474
 Hospital costs 1242 1104 1328
 Paramedical costs 44 48 47
Supplementary insurance costs (€) 75 115 100
  • CAM, complementary and alternative medicine; CON, conventional; GP, general practitioner.



Studieresultaten:

Doelstellingen:
De kosten te vergelijken in de gezondheidszorg en de sterftecijfers van Nederlandse patiënten met een conventionele (CON) huisarts (GP) en patiënten met een huisarts die bovendien een opleiding heeft voltooid in de complementaire en alternatieve geneeskunde (CAM).

Voor deze studie werden de gegevens uit de database van de Nederlandse verzekeringsmaatschappij Agis gebruikt. Deelnemers 1 521 773 patiënten (98,8%) van een CON praktijk en 18 862 patiënten (1.2%) van een CAM praktijk.

Belangrijkste uitkomsten uit de jaarlijkse informatie betroffen vijf soorten van kosten voor de gezondheidszorg voor de jaren 2006-2011: zorg door huisarts, ziekenhuiszorg, farmaceutische zorg (medicijnen), paramedische zorg (psucho-sociale zorg) en zorg via een aanvullende verzekering. Daarnaast werden de kosten van de gezondheidszorg in het laatste jaar van het leven geanalyseeerd en de sterftecijfers.

Resultaten:

  • De gemiddelde jaarlijkse verplichte en aanvullende kosten van CON-patiënten in de gezondheidszorg zijn respectievelijk € 1821 (95% CI 1813-1828) en € 75,3 (95% BI 75,1-75,5).
  • Verplichte kosten van CAM-patiënten in de gezondheidszorg zijn € 225 (95% BI 169-281; p <0,001; 12,4%) lager en zijn vooral het gevolg van lagere kosten voor ziekenhuiszorg (€ 165, 95% BI 118-212, p <0,001) en lagere farmaceutische zorgkosten (officieel geregistreerde medicijnen) (€ 58, 95% BI 41-75; p <0.001), Vooral in de leeftijdscategorieën 25-49 en 50-74 jaar.
  • De kosten in het laatste jaar van het leven van patiënten van een huisarts met een CAM praktijk zijn € 1.161 (95% BI -138 tot 2461; p <0,1) lager. Dit verschil is volledig te wijten aan de verlaagde ziekenhuiskosten (€ 1250, 95% CI 19-2481, p <0,05).
  • De gemiddelde jaarlijkse extra kosten van CAM-patiënten zijn € 33 (95% BI 30-37; p <0,001; 44%) hoger.
  • Patiënten uit een CAM praktijk hebben geen lager of hoger sterftecijfer dan patiënten uit een CON praktijk.


Conclusies:
Nederlandse patiënten bij wie de huisarts daarnaast een opleiding heeft voltooid in CAM - complementaire aanvullende zorg hebben gemiddeld € 192 (10,1%) lagere totale jaarlijkse kosten voor de verplichte en aanvullende gezondheidszorg en leven niet langer of korter dan patiënten uit een CON-praktijk.

Het volledige studierapport: A 6-year comparative economic evaluation of healthcare costs and mortality rates of Dutch patients from conventional and CAM GPs is gratis in te zien. En doet u dat ook want de gegevens uit het abstract zijn te summier en algemeen om daar goede conclusies uit te trekken.

Hier het abstract van deze studie:

Dutch patients whose GP additionally completed training in CAM on average have €192 (10.1%) lower annual total compulsory and supplementary healthcare costs and do not live longer or shorter than CON patients.

BMJ Open 4:e005332 doi:10.1136/bmjopen-2014-005332
  • Complementary medicine

A 6-year comparative economic evaluation of healthcare costs and mortality rates of Dutch patients from conventional and CAM GPs

  1. Peter Kooreman3

+ Author Affiliations

  1. 1Department of Care, University of Applied Sciences Leiden, Leiden, The Netherlands
  2. 2Department of Nutrition and Health, Louis Bolk Institute, Driebergen, The Netherlands
  3. 3Department of Economics, Tilburg University, Tilburg, The Netherlands
  1. Correspondence to Erik W Baars; baars.e@hsleiden.nl
  • Received 24 March 2014
  • Revised 6 August 2014
  • Accepted 7 August 2014
  • Published 27 August 2014

Abstract

Objectives To compare healthcare costs and mortality rates of Dutch patients with a conventional (CON) general practitioner (GP) and patients with a GP who has additionally completed training in complementary and alternative medicine (CAM).

Design Comparative economic evaluation.

Setting Database from the Dutch insurance company Agis.

Participants 1 521 773 patients (98.8%) from a CON practice and 18 862 patients (1.2%) from a CAM practice.

Main outcome measures Annual information on five types of healthcare costs for the years 2006–2011: care by GP, hospital care, pharmaceutical care, paramedic care and care covered by supplementary insurance. Healthcare costs in the last year of life. Mortality rates.

Results The mean annual compulsory and supplementary healthcare costs of CON patients are respectively €1821 (95% CI 1813 to 1828) and €75.3 (95% CI 75.1 to 75.5). Compulsory healthcare costs of CAM patients are €225 (95% CI 169 to 281; p<0.001; 12.4%) lower and result mainly from lower hospital care costs (€165; 95% CI 118 to 212; p<0.001) and lower pharmaceutical care costs (€58; 95% CI 41 to 75; p<0.001), especially in the age categories 25–49 and 50–74 years. The costs in the last year of life of patients with CAM, GPs are €1161 (95% CI −138 to 2461; p<0.1) lower. This difference is entirely due to lower hospital costs (€1250; 95% CI 19 to 2481; p<0.05). The mean annual supplementary costs of CAM patients are €33 (95% CI 30 to 37; p<0.001; 44%) higher. CAM patients do not have lower or higher mortality rates than CON patients.

Conclusions Dutch patients whose GP additionally completed training in CAM on average have €192 (10.1%) lower annual total compulsory and supplementary healthcare costs and do not live longer or shorter than CON patients.

References


Plaats een reactie ...

Reageer op "Vergoedingen: Patienten die aanvullende middelen en behandelingen gebruiken besparen ziektekostenverzekeraars ca. € 1750,-- per jaar. CAM-patient heeft jaarlijks officieel € 192,-- minder ziektekosten"


Gerelateerde artikelen