Veel meer over de waarde van PSK en PSP, extracten uit medicinale paddestoelen is hier te vinden: PSK en PSP studies - stofjes uit medicinale paddestoelen - die afgelopen 20 jaar uitgevoerd zijn bij kankerpatiënten bij elkaar gezet. Opvallend is dat bijna alle studies significant betere resultaten geven voor de PSK en PSP groepen ten opzichte van controlegroepen, al of niet als aanvulling op andere behandelingen en bij veel verschillende kankersoorten

Arts-bioloog drs. E. Valstar stuurde me dit bericht over het effect van PSK bij slokdarmkanker  nadat ik het had gelezen in de Orthomoleculaire Koerier. Hier het volledige artikel.

Gerandomiseerde studies aangaande voedingssupplementen ter behandeling van kanker (16).

PSK en slokdarmkanker 

Het immunostimulans PSK, bereid uit Coriolus Versicolor, ook wel Kawaratake genoemd, is in 2 gerandomiseerde studies als adjuvans bij slokdarmkanker beproefd. 

Allereerst wil ik het onderzoek van Ogoshi et al uit Cancer Investigation bespreken (1). Honderachtenvijtig patienten ondergingen radiotherapie (= RT) al dan niet gecombineerd met chemo (= CT) en/of PSK. Chemotherapie bestond uit bleomycine of pepleomycine plus Futraful (een vorm van 5-FU). Van PSK werd dagelijks 3 maanden lang 3 gram gegeven. De aantallen patienten in de subgroepen waren RT : 32 ; RT + PSK : 36 ; RT + CT : 41 en RT + CT + PSK : 49 patienten. Bij 111 van de 158 patienten werd de alpha1-antichymotrypsinetiter en het sialinezuur gemeten ; beide zijn lichaamseigen stoffen met immunosuppressieve eigenschappen.

De auteurs vinden bij het statistisch evalueren van de overlevingscurven van PSK versus geen PSK met de logranktoets tweezijdig P=0,112 en met de gegeneraliseerde Wilcoxontoets tweezijdig P = 0,0259. Bij gebrek aan raw data kan ik deze toetsen zelf niet checken. Wel valt het grote verschil op : dit wijst mogelijk op een grote onzekerheid in de desbetreffende P-waarden (ook een overschrijdingskans kent een meetfout), maar eventueel ook op of juist op een fout bij de onderzoekers. De auteurs gaan verder te klakkeloos aan dit verschil voorbij door te zeggen dat het verschil der curven significant is (in het voordeel van de de PSK-groep). Ook al snijden de curven elkaar niet, toch vind ik bij het berekenen van de ratio's om het half jaar en vervolgens de rangcorrelatietoets van Kendall (2), zelfs eenzijdig in de verste verten geen significant verschil. 
Bij subgroepanalyse vinden de auteurs voor RT versus RT plus PSK geen significant verschil voor de bijbehorende overlevingscurven ; wel vinden zij voor de overlevingscurven behorende bij RT + CT plus PSK en RT + CT wel deels een tweezijdig significant verschil : met de logranktoets wordt een P-waarde van 0,1370 gevonden en met de gegeneraliseerde Wilcoxontoets een van 0,0404.

Met mijn eerder genoemde methode vind ik wederom absoluut geen significant betere trend voor de RT + CT plus PSK - versus de RT + CT -curve. 
Bij normale ACT-niveau's blijkt de overleving met en zonder PSK niet te verschillen. Bij de 68 patienten met een te hoog ACT blijken de overlevingscurven volgens de auteurs wel significant te verschillen ten voordele van de PSK-groep. De auteurs vinden nu met de logranktoets en de gegeneraliseerde Wilcoxontoets P = 0,0077 en P = 0,0057. Met mijn methode van ratio's berekenen en dan de rangcorrelatietoets van Kendall toepassen vind ik eenzijdig P < 0,005, hetgeen goed met de bevindingen van de onderzoekers overeenstemt.
Bij normale SA-niveau's vinden de onderzoekers geen effect van PSK ; wel bij te hoge SA-niveau's (totaal 26 patienten) d.w.z. de PSK-groep doet het beter met als bijbehorende respectievelijke P-waarden voor de logranktoets en de gegeneraliseerde Wilcoxontoets : 0,0671 en 0,0333. Met mijn methode vind ik voor 11 meetpunten eenzijdig evenwel geen significant verschil. Een gecombineerde multivariate analyse van beide onderzoeken samen zou gewenst zijn. In ieder geval staat vast dat PSK onder voorwaarden als adjuvante behandeling van slokdarmkanker zinvol is.

De enige harde uitkomst van dit onderzoek is dat PSK de 5-jaarsoverleving bij slokdarmkanker verbetert indien de ACT-niveau's verhoogd zijn (hetgeen bij een minder effectief immuunsysteem hoort). In overeenstemming met dit alles zijn de volgende feiten : 1) PSK is primair een immunostimulans en 2) juist bij maagkanker bleek, dat patienten met een minder goed functionerend immuunsysteem van PSK profiteerden (zie de voorafgaande artikelen in dit tijdschrift). Overigens had eerst een multivariate analyse in dit onderzoek misschien meer duidelijkheid gegeven.

Nadat ik het volgend onderzoek besproken heb, zal ik proberen de resultaten van de 2 adjuvantstudies met betrekking tot PSK als extra adjuvans bij slokdarmkanker te combineren.

Het 2e onderzoek dat ik wil bespreken is van Ogoshi K et al uit de American Journal of Oncology (3).

In dit onderzoek werden 164 patienten met slokdarmkanker na operatie door middel van stratificatie (slim!) en randomisatie in 4 groepen ingedeeld. Deze 4 groepen kregen de volgende adjuvante therapieen : A) bestraling : 31 patienten ; B) bestraling plus PSK (90 dagen lang 3 gram per dag) : 38 patienten ; C) bestraling en chemo (bleomycine of pepleomycine en vervolgens futraful) : 49 patienten en D)bestraling plus chemo (zie C) en PSK (zie A) : 56 patienten.

De onderzoekers vinden met betrekking tot de overlevingscurven met PSK versus geen PSK met zowel de logranktoets als de gegeneraliseerde Wilcoxontoets slechts een niet significant voordeel van PSK. Bij analyse binnen de radiotherapiegroepen (A en B) en de radiotherapie plus chemo groepen (C en D) wordt van PSK met de genoemde statistische methoden eveneens slechts een niet significant voordeel voor de PSK-groepen gevonden. Zelf heb ik alleen naar PSK versus geen PSK gekeken : ik heb steeds de ratio van PSK versus geen PSK om het half jaar berekend (er zijn dus 11 meetmomenten) en vervolgens de rangcorrelatietoets van Kendall toegepast. Bij N=11 vind ik slechts 20 punten, terwijl eenzijdige significantie pas bij 23 punten begint.

De onderzoekers hebben evenwel ook een multivariate analyse toegepast, waardoor er voor verschillen in relevante risico factoren is gecorrigeerd ; dan wordt voor PSK versus geen PSK wel een significant verschil ten faveure van PSK gevonden (P is tweezijdig dan 0,03 ; bij subgroepanalyse blijkt dit voordeel vrijwel geheel zo niet geheel te berusten op de patienten, die radiotherapie plus chemo hebben gehad (P is dan tweezijdig 0,001). Vanwege te weinig ruwe data kan ik deze analyse evenwel niet controleren.

PSK is dus zinvol bij patienten geopereerd vanwege een slokdarmkanker die een verhoogd ACT-gehalte hebben en/of bestraling plus chemo als adjuvante behandeling krijgen.

Vallen deze onderzoeken te combineren? Indien ik PSK versus geen PSK van beide Ogoshi-onderzoeken combineer of deze alleen voor radiotherapie plus chemo ; om het half jaar de ratio bepaal en de rangcorrelatietoets van Kendall toepas dan vind ik bij N=11 in geen van beide gevallen een significante trend ten faveure van PSK ; m.a.w. de multivariate analyse moet echt wel correct zijn wil de positieve conclusie : PSK is naast bestralling en chemo zinvol als adjuvante therapie bij de behandeling van slokdarmkanker, gerechtvaardigd zijn.

Spijkerhard is in ieder geval de conclusie dat PSK zinvol is als extra adjuvanttherapie indien de ACT-spiegels verhoogd zijn.

Literatuurlijst

1)Ogoshi K et al ; Cancer Investigation 13 : 363-9 ; 1995.
2)Wijvekate ML ; Verklarende statistiek ; Het Spectrum, Utrecht ; 1972.
3)Ogoshi K et al ; Am J Clin Oncol 18 : 216-22 ; 1995.


Plaats een reactie ...

Reageer op "PSK (Coriolus Versicolor) geeft prima effect op kwaliteit van leven en overlevingstijd bij slokdarmkanker."


Gerelateerde artikelen