28 maart 2023: Zie ook in gerelateerde artikelen voor specifieke behandelingen

Zie ook literatuurlijst niet-toxische middelen en voeding en weinig belastende behandelingen specifiek bij vormen van leukemie van arts-bioloog drs. Engelbert Valstar. 

28 maart 2023: Bron: JAMA. 2023;329(11):918-932

Chronische Lymfatische Leukemie (CLL) komt vooral voor op oudere leeftijd (gemiddelde leeftijd van een CLL patiënt is circa 70 jaar). Hoewel de ziekte vaak mild verloopt en er ook goede behandelingen zijn overlijden toch ook nog best veel mensen aan deze vorm van kanker. Ook omdat patiënten ook vaak andere aandoeningen hebben en niet altijd in aanmerking komen voor een behandeling die voorhanden is, zoals bv een stamceltransplantatie.
Vaak wordt bij patiënten gezien hun leeftijd een wait-and-see beleid gevoerd en niet echt meer een behandeling gedaan. Terwijl er best goede bewezen behandelmogelijkheden zijn voor CLL = Chronische Lymfatische Leukemie

In JAMA is recent een reviewstudie gepubliceerd die beschrijft hoe het beste een diagnose is uit te voeren voor CLL = Chronische Lymfatische Leukemie en welke behandelingen het beste passen bij het ziektestadium en leeftijd en/of de lichamelijke gesteldheid van de patiënt. 

Dit is het abstract vertaald in het Nederlands met hulp van google translate:

Op het moment van diagnose is de mediane leeftijd van patiënten met CLL 70 jaar en naar schatting 95% van de patiënten heeft ten minste 1 medische comorbiditeit. Ongeveer 70% tot 80% van de patiënten met CLL is asymptomatisch op het moment van diagnose en een derde zal nooit behandeling voor CLL nodig hebben.

Er zijn voorspellende modellen ontwikkeld om de tijd tot de eerste behandeling en de algehele overleving in te schatten, maar voor patiënten die asymptomatisch zijn, ongeacht de ziekterisico categorie, is klinische observatie de standaardbehandeling.

Patiënten met symptomatische ziekte die omvangrijke of progressieve lymfadenopathie (opgezette aangetaste lymfklieren)  of hepatosplenomegalie (vergrote milt en lever) hebben en patiënten met een laag aantal neutrofielen, bloedarmoede of trombocytopenie  (te weinig bloedplaatjes) en/of symptomen van koorts, doorweekt nachtelijk zweten en gewichtsverlies (B-symptomen) dienen behandeld te worden.

Voor deze patiënten bestaat de eerstelijnsbehandeling uit een regime dat ofwel een covalente Bruton-tyrosinekinase (BTK)-remmer (acalabrutinib, zanubrutinib of ibrutinib) of een B-cel leukemie/lymfoom 2 (BCL2)-remmer (venetoclax) bevat. Er is geen bewijs dat het starten van een van de klassen vóór de andere de resultaten verbetert. De covalente BTK-remmers worden meestal voor onbepaalde tijd gebruikt.

Overlevingspercentages zijn ongeveer 88% na 4 jaar voor acalabrutinib, 94% na 2 jaar voor zanubrutinib en 78% na 7 jaar voor ibrutinib. Venetoclax wordt voorgeschreven in combinatie met obinutuzumab, een monoklonaal anti-CD20-antilichaam, als eerstelijnsbehandeling gedurende 1 jaar (totale overleving, 82% bij follow-up na 5 jaar).

Een niet-covalente BTK-remmer, pitobrutinib, heeft een algemeen responspercentage van meer dan 70% laten zien na falen van covalente BTK-remmers en venetoclax.

Fosfoinositide 3'-kinase (PI3K)-remmers (idelalisib en duvelisib) kunnen worden voorgeschreven voor ziekte die voortschrijdt met BTK-remmers en venetoclax, maar patiënten moeten nauwlettend worden gecontroleerd op bijwerkingen zoals auto-immuunziekten en infecties.

Bij patiënten met meerdere recidieven werd behandeling met chimere antigeenreceptor-T-cellen (CAR-T) met lisocabtagene maraleucel geassocieerd met een volledige respons van 45%.

De enige mogelijke remedie voor CLL is allogene hematopoëtische celtransplantatie, wat een optie blijft na gebruik van gerichte middelen.

Bpovenstaande vertaling is van dit Engelstalige abstract. Voor het volledige studierapport moet betaald worden:

Review
March 21, 2023

Diagnosis and Treatment of Chronic Lymphocytic LeukemiaA Review

JAMA. 2023;329(11):918-932. doi:10.1001/jama.2023.1946
 
Abstract

Importance  Chronic lymphocytic leukemia (CLL), defined by a minimum of 5 × 109/L monoclonal B cells in the blood, affects more than 200 000 people and is associated with approximately 4410 deaths in the US annually. CLL is associated with an immunocompromised state and an increased rate of complications from infections.

Observations  At the time of diagnosis, the median age of patients with CLL is 70 years, and an estimated 95% of patients have at least 1 medical comorbidity. Approximately 70% to 80% of patients with CLL are asymptomatic at the time of diagnosis, and one-third will never require treatment for CLL. Prognostic models have been developed to estimate the time to first treatment and the overall survival, but for patients who are asymptomatic, irrespective of disease risk category, clinical observation is the standard of care. Patients with symptomatic disease who have bulky or progressive lymphadenopathy or hepatosplenomegaly and those with a low neutrophil count, anemia, or thrombocytopenia and/or symptoms of fever, drenching night sweats, and weight loss (B symptoms) should be offered treatment. For these patients, first-line treatment consists of a regimen containing either a covalent Bruton tyrosine kinase (BTK) inhibitor (acalabrutinib, zanubrutinib, or ibrutinib) or a B-cell leukemia/lymphoma 2 (BCL2) inhibitor (venetoclax). There is no evidence that starting either class before the other improves outcomes. The covalent BTK inhibitors are typically used indefinitely. Survival rates are approximately 88% at 4 years for acalabrutinib, 94% at 2 years for zanubrutinib, and 78% at 7 years for ibrutinib. Venetoclax is prescribed in combination with obinutuzumab, a monoclonal anti-CD20 antibody, in first-line treatment for 1 year (overall survival, 82% at 5-year follow-up). A noncovalent BTK inhibitor, pitobrutinib, has shown an overall response rate of more than 70% after failure of covalent BTK inhibitors and venetoclax. Phosphoinositide 3′-kinase (PI3K) inhibitors (idelalisib and duvelisib) can be prescribed for disease that progresses with BTK inhibitors and venetoclax, but patients require close monitoring for adverse events such as autoimmune conditions and infections. In patients with multiple relapses, chimeric antigen receptor T-cell (CAR-T) therapy with lisocabtagene maraleucel was associated with a 45% complete response rate. The only potential cure for CLL is allogeneic hematopoietic cell transplant, which remains an option after use of targeted agents.

Conclusions and Relevance  More than 200 000 people in the US are living with a CLL diagnosis, and CLL causes approximately 4410 deaths each year in the US. Approximately two-thirds of patients eventually need treatment. Highly effective novel targeted agents include BTK inhibitors such as acalabrutinib, zanubrutinib, ibrutinib, and pirtobrutinib or BCL2 inhibitors such as venetoclax.


Plaats een reactie ...

Reageer op "Reviewstudie beschrijft hoe je het beste patienten met CLL = Chronische Lymfatische Leukemie kunt diagnosteren en welke behandelingen het beste zijn te gebruiken in verschillende stadia van de ziekte."


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

Pirtobrutinib, een niet-covalente >> Reviewstudie beschrijft hoe >> Venetoclax plus rituximab >> acalabrutinib als monotherapie >> Ibrutinib geeft veel betere >> Man - 48 jaar - met al 20 >> BCL-2 remmer - ABT-199/GDC-0199 >> Ibrutinib geeft veel betere >> Ibrutinib aanvullend op Bendamustine >> Ibrutinib - Tyrosine kinase >>