4 janauri 2016: Wanneer een studie is uitgevoerd bij specifiek een bepaalde vorm van kanker heb ik die opgenomen in een aparte lijst voor die specifieke vorm van kanker. Maar die is nog niet helemaal volledig, maar het einde komt in zicht. Ik hoop eind januari 2016 klaar te zijn met de lijsten.

Hier de lijsten die inmiddels klaar zijn en online gezet.

Hoewel deze pagina gedeeltelijk is geschreven door drs. Bolhuis, natuurarts, geldt ook hier onverkort onze disclaimer. Op de website van Johan Bolhuis zijn eventueel genoemde studies en andere referenties in dit artikel ook te vinden als verwijzing.

ORTHOMOLECULAIRE ONDERSTEUNING BIJ RADIOTHERAPIE

Door drs. J. Bolhuis

Johan Bolhuis is samen met Alexandra Alons een eigen praktijk gestart in Dieren, nadat hij voorheen werkzaam was in het Preventief Medisch Centrum Rotterdam

Citaat:
Radiotherapie is het geven van een maximale dosering die nog verdragen wordt door de normale weefsels en bidden dat deze dosis voldoende is om de tumor af te remmen.
(Hendrickson en Withers, 1991).

Wankel evenwicht:

Volgens een recente hypothese zou een beetje straling nodig zijn om gezond te kunnen leven en zelfs een verlaagde kans op kanker geven. Net zoals je af en toe een prikkel van een antigeen nodig hebt om je immuunsysteem alert te houden, zou straling nodig zijn om je ontgiftings- en herstelmogelijkheden alert te houden.

Invloed van bestraling:
Sinds het einde van de 19e eeuw wordt radiotherapie toegepast als behandelmethode bij kanker. Was er in het verleden sprake van een forse dosis straling met veel bijwerkingen, tegenwoordig is de radiotherapie een staaltje hi-tech precisiewerk. Door vanuit verschillende hoeken te bestralen (2- of 3-dimensionaal) en de dosis over diverse bestralingen te verdelen, is er een goed resultaat met veel minder bijwerkingen te behalen. Met name bij snel delende weefsels en in gebieden waar chirurgisch moeilijk gewerkt kan worden (onder andere mond, keel, hals, hoofd), is radiotherapie een mogelijk effectieve optie. Ook in het kader van pijnbestrijding (vooral bij botmetastasen) kan radiotherapie bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. Toch blijven er een aantal nadelige kanten aan bestraling zitten. Zo weet men vaak nog niet precies hoe vaak men moet bestralen en met welke dosis. Onderzoek (onder andere Van Leeuwen, 1994) laat zien dat bestraling op één gebied er voor zorgt dat in dat zelfde gebied een grotere kans is op kanker veroorzaakt door de bestraling. Bestraling in het hoofdhals- gebied geeft een kans op een blijvende verminderde speekselproductie en vaak kortstondig (voorbijgaande) kapot mondslijmvlies en drink- en eetklachten. En bestraling geeft vaak huidklachten en verbrandingsverschijnselen vergelijkbaar met verbranding door te intensief zonnebaden. Ook verzwakt bestraling ons immuunsysteem en laat het bij proefdieren een versnelde veroudering van het immuunsysteem zien. Aangezien een niet effectief werkend immuunsysteem bijdraagt aan een verhoogde kans op het krijgen van kanker of uitzaaiingen) is dit immuunsysteem verzwakkende effect mijns inziens een ernstige bijwerking. Met name bij bestraling van botmetastasen en bestraling in buik- en bekkengebied is er kans op een verlaagde immuunstatus door schade aan het beenmerg. Verdere bijwerkingen van bestraling zijn: algehele moeheid, misselijkheid, braken, diarree, gebrek aan eetlust, afsluiting (stenosis) van vaten, beschadigd darmweefsel door de bestraling en daardoor een minder goede opname van voedingsstoffen, afname van smaak en reuk, verslechtering van het gebit, botafbraak, fistelvorming en verklevingen. Uiteraard hangen deze bijwerkingen af van de plaats en de intensiteit van de bestraling.

Aanvullingen:

Omdat veel mensen de bestraling als iets zeer schadelijks zien, is het logisch dat ze op zoek gaan naar een gezonde ondersteuning of aanvulling als tegenwicht. Patiënten vragen dan ook regelmatig of aanvulling met voeding of vitaminen kan helpen. Veel artsen zijn echter een beetje huiverig in het voorschrijven van anti-oxidanten bij iemand die nog bestraald moet worden. Immers radiotherapie is onder andere effectief, omdat het in het gebied van de tumor zorgt voor een overdosis aan vrije radicalen, waardoor het tumorweefsel beschadigd wordt en de tumor geremd wordt in zijn celdeling. Sommige artsen vrezen dat anti-oxidanten deze vorming van vrije radicalen zou remmen en daardoor het effect van radiotherapie afzwakken. In de medisch literatuur is echter geen ondersteuning voor deze angst te vinden, wel het tegendeel.

Een uitgebreid overzichtsartikel van Lamson et al. over de interacties van anti-oxidanten op chemotherapie en radiotherapie laat geen nadelige effecten van suppletie met anti-oxidanten zien en somt vele voordelen op, zoals grotere effectiviteit en minder bijwerkingen.

In het algemeen kan worden gesteld dat een gezonde voeding rijk aan verse groente en fruit en goede vetten (met name omega-3-vetzuren uit vette vis of lijnzaad) kan bijdragen aan een beter herstel. Voor meer informatie hierover adviseer ik de boeken van dr. Houtsmuller en het aan te bevelen boek Nutritional Oncology (zie ref. 2). Bepaalde stoffen uit de voeding, zoals isoflavonen (bijvoorbeeld genisteïne uit soja), groene thee, rooibosthee, curcuma, zoethout en weipoeder, kunnen eveneens de groei van kankercellen remmen. Eén van de veel gehoorde bijwerkingen van bestraling is algehele vermoeidheid. Mijn ervaring is dat suppletie met een goede multivitamine, ginkgo biloba, DHEA (let op: alleen onder controle van een arts en niet bij prostaatcarcinomen), melatonine en soms ginseng en rozemarijn hier uitkomst kan brengen.

Invloed van suppletie:

Noot redactie: op de website van Johan Bolhuis zijn genoemde studies in dit artikel ook te vinden als verwijzing en referentie.

In het overzichtsartikel van Lamson en het boek 'Beating cancer with nutrition' van Patrick Quillin wordt de invloed van diverse voedingstoffen op het effect van radiotherapie besproken. Vitamine A, bèta-caroteen, lycopeen, selenium, vitamine E, glutathion, acetylcysteïne, vitamine C en een combinatie van deze stoffen in bijvoorbeeld een goede multivitamine kunnen de bijwerkingen van de radiotherapie verminderen en zelfs bijdragen aan een betere kwaliteit van leven of een verhoogde overlevingskans.

-Multivitaminen/mineralen
In een onderzoek van Jaakkola werden vier vrouwen en veertien mannen met kleincellig longcarcinoom behandeld met een combinatie van chemotherapie, radiotherapie en suppletie met anti-oxidanten (vitaminen, spoorelementen en vetzuren). In deze groep werd een duidelijk verlengde overlevingsperiode gevonden. Ook bleek dat deze groep de chemotherapie en de radiotherapie opvallend goed verdroeg. De patiënten die het eerst met de anti-oxidanten- suppletie starten, leefden het langst. Na 32 maanden was nog 44% van deze patiënten met een zeer agressieve tumor in leven. Een groot nadeel van dit onderzoek is dat het een kleine groep betreft en het een niet-gerandomiseerd onderzoek betreft.

Een ander boeiend onderzoek laat zien dat tekorten aan vitaminen en mineralen eenzelfde effect hebben op gezonde cellen als bestraling. Zelfs geringe tekorten kunnen net als straling schade aan het DNA veroorzaken. Aangezien we bij radiotherapie juist de gezonde cellen zo gezond mogelijk willen houden, is het voorkomen van DNA-schade bij de gezonde cellen een noodzaak. Ook hier lijkt een goede voeding en aanvulling met diverse vitaminen en mineralen aan te raden.

-Vitamine A
In vitro onderzoek op menselijke kankercellen laat zien dat vitamine A de kankercel gevoeliger maakt voor bestraling. Een vooronderzoek naar radiotherapie in combinatie met een vitamine A-derivaat (cis-retinezuur) liet bij 47% effect op de tumor zien en bij 33% een complete remissie. De controlegroep zonder de vitamine A had 42% effect op de tumor en slechts bij 17% een complete remissie. Het gunstige effect van vitamine A wordt deels verklaard vanuit een immuunstimulerend effect.

-Bèta-caroteen
Bij mensen die bestraald werden in het mondgebied bleek dagelijkse suppletie met 75 mg bèta-caroteen een duidelijke afname te geven van de door radiotherapie veroorzaakte ontsteking van het mondslijmvlies.Mogelijk is het natuurlijke caroteen effectiever dan het synthetische.

-Vitamine C
Een gerandomiseerd onderzoek bij 50 mensen die radiotherapie en vijf keer daags 1 gram vitamine C kregen, liet de vitamine C-groep beduidend meer effect van de radiotherapie zien ten opzichte van de controlegroep. Ook kwamen er minder bijwerkingen voor in de vitamine C-groep. Muizen die een hoge dosis straling kregen, hielden 1,7 keer zoveel beenmergcellen in leven indien ze vooraf vitamine C ontvingen. Mogelijk kan vitamine C ons beenmerg beschermen tegen straling.

-Vitamine E
Onderzoek naar vitamine E in de vorm van d-alfa-tocoferolsuccinaat laat een remmend effect zien op de celdeling van kankercellen. Daarnaast versterkt vitamine E het remmende effect van radiotherapie, zonder invloed uit te oefenen op gezonde weefsels.
Soms ontstaat ten gevolge van de bestraling verbindweefseling (fibrosis) in het bestraalde gebied. Vitamine E heeft een gunstig effect op vermindering van deze bijwerking.

-Selenium
Onderzoek van een aantal Duitse KNO-artsen laat zien dat suppletie met selenium (natriumseleniet) voorafgaand aan bestraling tot minder ernstige bijwerkingen lijdt. Minder oedeemvorming, minder kortademigheid en minder necrose. Een fase III-studie naar het effect van selenium bij bestraling in het KNO-gebied is onderweg.

-Melatonine
Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van melatonine op chemotherapie en radiotherapie. Mijn ervaring is dat het kan helpen om de bijwerkingen tegen te gaan en te zorgen voor een goede nachtrust. Tevens is het één van de sterkste anti-oxidanten (naast liponzuur, acetylcysteïne en ginkgo biloba) voor ons zenuwstelsel. Een gerandomiseerd onderzoek bij 30 patiënten met een bepaalde hersentumor laat zien dat de combinatie radiotherapie en melatonine (20 mg/dag) zorgde dat in de melatoninegroep na één jaar nog 6 van de 14 patiënten leefde tegen 1 van de 16 bij de groep die geen melatonine kreeg. Ook was er sprake van minder bijwerkingen van de radiotherapie.

-Fytotherapeutica
Naast suppletie met vitaminen en mineralen is suppletie met diverse fytotherapeutische middelen aan te bevelen. Het is niet de bedoeling van dit artikel om daar uitvoerig op in te gaan, maar met name voor de middelen coriolus versicolor, astragalus, ginseng, rozemarijn, groene thee, curcuma en in mindere mate ginkgo biloba zijn studies bekend die een aanvullende werking laten zien bij radiotherapie. Samenvattend kunnen we stellen dat er geen reden is voor angst dat anti-oxidanten de werking van radiotherapie belemmeren en dat er vele aanwijzingen zijn dat het een prima aanvulling kan zijn om de kans op een succesvolle behandeling te vergroten.

Literatuurlijst en referenties:

 

Luckey T.D., Nurture with ionizing radiation: a provocative hypothesis, Nutr Cancer 1999;34(1):1-11. Heber D., Blackburn G.L. en Go V.L.W., Nutritional Oncology. Academic Press. ISBN 0123359600. Davis W., Lamson M.S., ND and Matthew S., Brignall N.D., Antioxidants in Cancer Therapy; Their Actions and Interactions With Oncologic Therapies, Altern Med Rev 1999;4(5):304-329.
Houtsmuller, dr. A.J., Niet-toxische tumortherapie, een aanvulling, Uitg. Bohn, Stafleu, Van Loghum.1997, ISBN 9031319511. 5. Quillin, P., Beating Cancer with Nutrition, 1998 ISBN 09638372.
Jaakkola K., Lahteenmaki P., Laakso J., Harju E. et al., Treatment with antioxidant and other nutrients in combination with chemotherapy and irradiation in patients with small-cell lung cancer, Anticancer Res 1992 May-Jun;12(3):599-606.
Ames B.N., Micronutrient deficiencies. A major cause of DNA damage, Ann N Y Acad Sci 1999;889:87-106. Duchesne GM, Hutchinson LK. Reversible changes in radiation response induced by all-trans retinoic acid. Int J Radiat Oncol Biol Phys 1995;33:875-880.
Park T.K., Lee J.P., Kim S.N., et al., Interferon-alpha 2a, 13-cis-retinoic acid and radiotherapy for locally advanced carcinoma of the cervix: a pilot study, Eur J Gynaecol Oncol 1998;19:35-38.
Mills E.E.D., The modifying effect of beta-carotene on radiation and chemotherapy induced oral mucositis, Br J Cancer 1988;57:416-417.
Hanck A.B., Vitamin C and cancer, Prog Clin Biol Res 1988;259:307-320.
Harapanhalli R.S., Yaghmai V., Giuliani D., Howell R.W., Rao D.V., Antioxidant effects of vitamin C in mice following X-irradiation, Res Commun Mol Pathol Pharmacol 1996 Dec;94(3):271-87.
Jha M.N., Bedford J.S., Cole W.C., Edward-Prasad J., Prasad K.N., Vitamin E (d-alpha-tocopheryl succinate) decreases mitotic accumulation in gamma-irradiated human tumor, but not in normal, cells, Nutr Cancer 1999;35(2):189-94. Buntzel J., Experiences with sodium selenite in treatment of acute and late adverse effects of radiochemotherapy of head-neck carcinomas. Cytoprotection Working Group in AK Supportive Measures in Oncology Within the scope of MASCC and DKG, Med Klin 1999 Oct 15;94 Suppl 3:49-53.
Lissoni P., Meregalli S., Nosetto L., et al., Increased survival time in brain glioblastomas by a radioneuroendocrine strategy with radiotherapy plus melatonin compared to radiotherapy alone, Oncology 1996;53:43-46.


Quotes:


Bij radiotherapie is sprake van een wankel evenwicht tussen effectieve therapie en bijwerkingen
Een goede multi kan de bijwerkingen van de radiotherapie verminderen
Een goede multi kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven
In de vitamine C-groep was meer effect van de radiotherapie te zien
Er is geen reden voor de angst dat anti-oxidanten de werking van radiotherapie belemmeren


Plaats een reactie ...

Reageer op "Voeding en voedingstoffen en effect als aanvulling bij bestraling - Radiotherapie, een visie van natuurarts Johan Bolhuis"


Gerelateerde artikelen