13 september 2017: Lees ook artikel: 

https://kanker-actueel.nl/NL/palpociclib-plus-fulvestrand-geeft-langere-overall-overleving-en-progressievrije-ziekte-dan-alleen-fulvesrtrand-bij-hormoonresistente-borstkanker.html

17 december 2014: lees ook dit artikel: 

Fulvestrant - Faslodex geeft op 5 jaar betere overall overleving en 30 procent minder kans te overlijden aan de ziekte dan arimidex - anastrozole bij uitgezaaide borstkanker stadium 4. Aldus langjarige fase II studie

31 januari 2005: Bron: Astrazeneca

Van Astrazeneca ontvingen we onderstaand persbericht over het besluit over het vergoeden van Faslodex - Fulvestrant door ziektekostenverzekeraars als medicijn bij uitgezaaide borstkanker. Kanttekening van onze kant: er wordt gesuggereerd dat dit middel een nieuw borstkankermedicijn zou zijn, maar ter verduidelijking dit middel wordt pas voorgeschreven aan vrouwen waarbij andere middelen als Tamoxifen bv. uitgewerkt zijn. Het kan het leven van borstkankerpatiënten met enkele maanden verlengen, maar ook Faslodex - Fultestrant is net als Arimidex waarmee Faslodex is vergeleken geen genezend medicijn. Een ander veel gebruikt en geroemd middel in deze rang van medicijnen bij hormonaal bepaalde borstkanker is femara. Veel vrouwen waar het ene middel is uitgewerkt lijken toch weer profijt te hebben van een ander hormonaal middel dus in die zin is dit weer een stapje voorwaarts. En het is wel een goed bericht natuurlijk dat de patiënt dit nu ook vergoed krijgt. Hier zonder commentaar en ongewijzigd dit persbericht geplaatst. Bijlage III ging over ontstaan van borstkanker enz. en hebben we weggelaten omdat dit op onze site elders ook te lezen is en ook bijlage IV verklarende woorden lijst hebben we weggelaten. Wie ook deze bijlagen wil kan die bij Astrazeneca opvragen.

P E R S B E R I C H T

Vergoeding voor nieuw borstkankermedicijn

Zoetermeer, 31 januari 2005 – Vanaf 1 februari a.s. is fulvestrant (Faslodex®) - het nieuwe middel voor de behandeling van uitgezaaide borstkanker - opgenomen in het ziekenfondspakket. Door deze verleende vergoeding is dit nieuwe borstkankermedicijn nu voor alle patiënten beschikbaar.

Hormoongevoelige borstkanker groeit onder invloed van vrouwelijke hormonen (oestrogenen), die zich binden aan receptoren in de cel. Fulvestrant remt deze groei: het blokkeert de binding van in het lichaam aanwezige oestrogenen in de tumorcellen en leidt tevens tot vermindering van het aantal oestrogeenreceptoren in de cel. Hierdoor is het geneesmiddel werkzaam bij tumoren die ongevoelig zijn geworden voor eerdere hormonale therapieën. Het is hiermee een nieuwe behandelmogelijkheid voor vrouwen met een vergevorderde hormoongevoelige vorm van borstkanker.

“Wanneer er sprake is van uitzaaiingen van borstkanker, kan de patiënte niet meer genezen. Wel zijn we vaak succesvol met het langdurig onder controle houden van de ziekte en de klachten” zegt Dr. L.V.A.M. Beex, oncoloog in het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud te Nijmegen. Hij stelt: “Fulvestrant is een aanvulling op de bestaande medische mogelijkheden. Enerzijds omdat patiënten als ze baat hadden bij een eerdere hormonale therapie vaak ook goed reageren op volgende behandelingen met een ander werkingsmechanisme en anderzijds door het gunstige bijwerkingenprofiel van het geneesmiddel.”

Hormonale therapie is één van de behandelingsvormen bij borstkanker, waarmee successen worden geboekt. Het heeft als voordeel dat de bijwerkingen over het algemeen mild zijn, waardoor het meestal goed wordt verdragen. Na verloop van tijd treedt ook tegen werkzame hormonale middelen resistentie op. Middelen met een andere werking kunnen mogelijk de ziekte weer tijdelijk onder controle brengen; verandering van therapie biedt patiënten een extra kans op een periode zonder klachten voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker.

Fulvestrant is ontwikkeld en wordt op de markt gebracht door AstraZeneca, een van ’s werelds grootste innovatieve farmaceutische bedrijven. In Nederland is het bedrijf marktleider op het gebied van oncologie. De R&D richt zich naast oncologie ook op de gebieden: maag- darmziekten, hart- en vaatziekten, long- en luchtwegaandoeningen, infecties en pijnbestrijding en ziekten van het centraal zenuwstelsel.

Bijlage I: Nieuwe klasse hormonale middelen
Bijlage II: Klinische onderzoeksresultaten
Bijlage III: Borstkanker in Nederland: epidemiologie, opsporing en behandeling
Bijlage IV: Verklarende woordenlijst

BIJLAGE I

Nieuwe klasse hormonale middelen

Het is al meer dan een eeuw bekend dat borsttumoren kunnen groeien onder invloed van natuurlijk voorkomende vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen). Door de aanmaak of het binden van deze hormonen in de cel tegen te gaan, kan de groei van de tumor worden geremd. Dit kan worden bereikt door hormonale therapie.

De bekendste hormonale therapie bij de behandeling van borstkanker is tamoxifen. Tamoxifen is een zogenaamde oestrogeen receptor modulator. Het heeft zowel anti-oestrogene (blokkerende) als oestrogene (stimulerende) effecten. Het anti-oestrogene effect is verantwoordelijk voor de remming van de groei van borstkankercellen. Het stimulerende effect kan leiden tot een verhoogde kans op bijwerkingen (bijvoorbeeld trombo-embolieën, endometriumcarcinoom).

Fulvestrant (Faslodex®)) is het eerste medicijn in een nieuwe klasse hormonale middelen. In tegenstelling tot de nu bestaande anti-oestrogenen (zoals tamoxifen) die naast oestrogeen blokkerende eigenschappen ook enige oestrogeen stimulerende activiteit kunnen hebben, heeft fulvestrant geen stimulerende invloed. Fulvestrant blokkeert de binding van in het lichaam aanwezige oestrogenen in de tumorcellen en leidt tevens tot vermindering van het aantal oestrogeenreceptoren in de cel.

Fulvestrant werkt anders dan alle tot nu toe beschikbare middelen. Door het unieke werkingsmechanisme blijkt fulvestrant geen volledige kruisresistentie te vertonen met andere endocriene behandelingen. Het kan daardoor zowel voor als na andere behandelingsopties worden ingezet. Hierdoor biedt het een extra kans voor vrouwen met een vergevorderde hormoongevoelige borstkanker.

BIJLAGE II

Klinische onderzoeksresultaten

De registratie van fulvestrant (Faslodex®) is verleend op grond van klinisch onderzoek waarin de veiligheid en effectiviteit van Faslodex® (fulvestrant) en Arimidex„µ (anastrozole) zijn vergeleken bij in totaal 851 vrouwen, in de periode na de overgang, waarbij de ziekte is teruggekeerd ondanks de behandeling met tamoxifen: de zogenoemde tweede lijnsbehandeling. (Robertson et al. Cancer 2003)

Doel:
Vergelijken van de effectiviteit van fulvestrant en anastrozole voor 2e lijns behandeling van uitgezaaide borstkanker bij vrouwen in de periode na de overgang.

Methode:
Prospectieve subgroep analyse van gecombineerde data van twee gerandomiseerde fase III studies. 851 patiënten met uitgezaaide borstkanker, afkomstig uit twee gelijktijdig uitgevoerde klinische studies (studie 0020 en 0021, allebei gerandomiseerde, parallelle groep, multicentre studies) zijn geanalyseerd. 428 patiënten kregen maandelijks fulvestrant 250 mg IM (1 * 5 ml injectie in de bilspier in studie 0020 en 2 * 2,5 ml injectie in studie 0021) en 423 patiënten kregen dagelijks 1mg anastrozole oraal. Behandeling werd gecontinueerd tot aan progressie of vroege beëindiging van de studie. Van de fulvestrant groep had 96% eerder tamoxifen behandeling gehad en van de anastrozole groep 97.4%. Primaire eindpunt was TTP en de secundaire eindpunten waren objectieve respons, duur van de respons en de verdraagzaamheid.

Resultaten:
Bij een gemiddelde follow-up van 15,1 maanden had 83% van de patiënten in iedere arm progressie.
Fulvestrant Anastrozole TTP (tijd tot progressie) 5.5 4.1 Fulvestrant (n=428), aantal (%) Anastrozole (n=423), aantal (%) CR (complete respons) 20 (4,7) 11 (2,6) PR (partiele respons) 62 (14,5) 59 (13,9) OR (objectieve respons) 82 (19,2) 70 (16,5) CB* (klinisch voordeel) 186 (43,5) 173 (40,9) Duur van de respons (DoR)
Patiënten met een respons hebben een langere follow-up nl 22,1 maanden. De mediane DoR voor patiënten met een respons op fulvestrant was 16,7 maanden (n=84) en voor patiënten met een respons op anastrozole was het 13,7 maanden (n=73).

Verdraagzaamheid
Op het gebied van bijwerkingen waren er geen grote verschillen tussen fulvestrant en anastrozole. De meeste bijwerkingen waren mild of gemiddeld in ernst. Enige significante verschil was voor gewrichtsklachten 23 (5.4%) bij fulvestrant en 45 (10.6%) bij anastrozole. In de twee studies waren er 2 patiënten die wilden stoppen met de studie door de injecties.

Concluderend:
Faslodex® (fulvestrant) is minstens zo effectief als Arimidex® (anastrozole) voor de behandeling van gevorderde of uitgezaaide borstkanker bij vrouwen in de periode na de overgang, die faalden op eerdere hormonale therapie.

Van Astrazeneca kregen we onderstaand persbericht over Fulvestrant (Faslodex®), een nieuw middel dat naar zeggen van de producent goed zou werken voor vrouwen met borstkanker wanneer andere hormoonkuren zoals Tamoxifen of Arimidex bv. uitgewerkt zouden zijn. In dit persbericht wordt een en ander ondersteund met studiepublicaties. Voor verdere informatie vraag dit rechtstreeks bij uw arts-oncoloog of bij Astrazeneca zelf.

Astrazeneca: Louis Pasteurlaan 5 2719 EE Zoetermeer The Netherlands tel:+31(0) 79 3632160 fax: +31 (0) 79 3632442
PERSBERICHT Nieuw middel voor de behandeling van borstkanker, ook werkzaam bij tumoren ongevoelig geworden voor eerdere hormonale therapie Zoetermeer, 26 april 2004 – Vanaf heden is er een nieuw middel beschikbaar voor de behandeling van uitgezaaide borstkanker: fulvestrant (Faslodex®). Hierdoor is er nieuwe hoop voor vrouwen met hormoongevoelige borstkanker, die ongevoelig is geworden voor eerdere therapieën. Faslodex is het eerste middel uit een geheel nieuwe klasse. Het werkt anders dan de tot nu beschikbare therapieën. Hormoongevoelige borstkanker groeit onder invloed van vrouwelijke hormonen (oestrogenen), die zich binden aan receptoren in de cel. Faslodex remt deze groei: het blokkeert de binding van in het lichaam aanwezige oestrogenen in de tumorcellen en leidt tevens tot vermindering van het aantal oestrogeenreceptoren in de cel. Hierdoor kan Faslodex ook werken bij tumoren die ongevoelig zijn geworden voor eerdere hormonale therapieën. Het is hiermee een nieuwe behandelmogelijkheid voor vrouwen met een vergevorderde hormoongevoelige vorm van borstkanker. Deze vrouwen hebben nu een extra kans op een periode met minder of zelfs zonder klachten. “Wanneer er sprake is van uitzaaiingen van borstkanker, kan de patiënte niet meer genezen. We zijn vaak wel succesvol met het langdurig onder controle houden van de ziekte en de klachten” zegt Dr. L.V.A.M. Beex, oncoloog in het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud te Nijmegen. Hij ziet Faslodex dan ook als een nuttige aanvulling op de behandelingsmogelijkheden: “Faslodex is een aanvulling op de bestaande medische mogelijkheden. Enerzijds omdat patiënten als ze baat hadden bij een eerdere hormonale therapie vaak ook goed reageren op volgende behandelingen met een ander werkingsmechanisme en anderzijds door het gunstige bijwerkingenprofiel van het geneesmiddel.” In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 10.000 vrouwen borstkanker, van wie driekwart verkeert in de periode na de overgang en een kwart in de periode voor de overgang. Hoewel de kans op genezing toeneemt, overlijden in Nederland jaarlijks ongeveer 3500 patiënten aan deze aandoening. Als uitzaaiingen zijn geconstateerd is borstkanker niet meer te genezen. In dit stadium is de ziekte vaak nog wel te onderdrukken met verschillende vormen van behandeling. Hormonale therapie is één van de behandelingsvormen waarmee goede successen worden geboekt. Het heeft als voordeel dat de bijwerkingen over het algemeen mild zijn, waardoor het meestal goed wordt verdragen. Na verloop van tijd treedt ook tegen werkzame hormonale middelen resistentie op. Middelen met een andere werking kunnen dan nog wel de ziekte onder controle houden. Faslodex biedt daarom een extra kans op een periode zonder klachten voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Faslodex wordt op dit moment nog niet vergoed. Overleg over een vergoeding is gaande. Vooralsnog komen de kosten voor rekening van het ziekenhuis of de patiënt. Faslodex is ontwikkeld en wordt op de markt gebracht door AstraZeneca, een van ’s werelds grootste innovatieve farmaceutische bedrijven. In Nederland is het bedrijf marktleider op het gebied van oncologie. De R&D richt zich naast oncologie ook op de gebieden: maag- darmziekten, hart- en vaatziekten, long- en luchtwegaandoeningen, infecties en pijnbestrijding en ziekten van het centraal zenuwstelsel. Noot voor de redactie: Voor aanvullende informatie kunt u contact opnemen met mevrouw D.M. Dols, apotheker, hoofd Communicatie, AstraZeneca BV, Zoetermeer, tel. 079-3632271 of 06 53 506 389; Email: danielle.dols@astrazeneca.com. Bijlage I: Nieuwe klasse hormonale middelen Bijlage II: Klinische onderzoeksresultaten Bijlage III: Borstkanker in Nederland: epidemiologie, opsporing en behandeling Bijlage IV: Verklarende woordenlijst BIJLAGE I Nieuwe klasse hormonale middelen Het is al meer dan een eeuw bekend dat borsttumoren kunnen groeien onder invloed van natuurlijk voorkomende vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen). Door de aanmaak of het binden van deze hormonen in de cel tegen te gaan, kan de groei van de tumor worden geremd. Dit kan worden bereikt door hormonale therapie. De bekendste hormonale therapie bij de behandeling van borstkanker is tamoxifen. Tamoxifen is een zogenaamde oestrogeen receptor modulator. Het heeft zowel anti-oestrogene (blokkerende) als oestrogene (stimulerende) effecten. Het anti-oestrogene effect is verantwoordelijk voor de remming van de groei van borstkankercellen. Het stimulerende effect kan leiden tot een verhoogde kans op bijwerkingen (bijvoorbeeld trombo-embolieën, endometriumcarcinoom). Faslodex is het eerste medicijn in een nieuwe klasse hormonale middelen. In tegenstelling tot de nu bestaande anti-oestrogenen (zoals tamoxifen) die naast oestrogeen blokkerende eigenschappen ook enige oestrogeen stimulerende activiteit kunnen hebben, heeft Faslodex geen stimulerende invloed. Faslodex blokkeert de binding van in het lichaam aanwezige oestrogenen in de tumorcellen en leidt tevens tot vermindering van het aantal oestrogeenreceptoren in de cel. Faslodex® werkt anders dan alle tot nu toe beschikbare middelen. Door het unieke werkingsmechanisme blijkt Faslodex® geen volledige kruisresistentie te vertonen met andere endocriene behandelingen. Het kan daardoor zowel voor als na andere behandelingsopties worden ingezet. Hierdoor biedt het een extra kans voor vrouwen met een vergevorderde hormoongevoelige borstkanker. BIJLAGE II Klinische onderzoeksresultaten De registratie van Faslodex® is verleend op grond van klinisch onderzoek waarin de veiligheid en effectiviteit van Faslodex® (fulvestrant) en Arimidex„µ (anastrozole) zijn vergeleken bij in totaal 851 vrouwen, in de periode na de overgang, waarbij de ziekte is teruggekeerd ondanks de behandeling met tamoxifen: de zogenoemde tweede lijnsbehandeling. (Robertson et al. Cancer 2003) Doel: Vergelijken van de effectiviteit van fulvestrant en anastrozole voor 2e lijns behandeling van uitgezaaide borstkanker bij vrouwen in de periode na de overgang. Methode: Prospectieve subgroep analyse van gecombineerde data van twee gerandomiseerde fase III studies. 851 patiënten met uitgezaaide borstkanker, afkomstig uit twee gelijktijdig uitgevoerde klinische studies (studie 0020 en 0021, allebei gerandomiseerde, parallelle groep, multicentre studies) zijn geanalyseerd. 428 patiënten kregen maandelijks fulvestrant 250 mg IM (1 * 5 ml injectie in de bilspier in studie 0020 en 2 * 2,5 ml injectie in studie 0021) en 423 patiënten kregen dagelijks 1mg anastrozole oraal. Behandeling werd gecontinueerd tot aan progressie of vroege beëindiging van de studie. Van de fulvestrant groep had 96% eerder tamoxifen behandeling gehad en van de anastrozole groep 97.4%. Primaire eindpunt was TTP en de secundaire eindpunten waren objectieve respons, duur van de respons en de verdraagzaamheid. Resultaten: Bij een gemiddelde follow-up van 15,1 maanden had 83% van de patiënten in iedere arm progressie. Fulvestrant Anastrozole TTP (tijd tot progressie) 5.5 4.1 Fulvestrant (n=428), aantal (%) Anastrozole (n=423), aantal (%) CR (complete respons) 20 (4,7) 11 (2,6) PR (partiele respons) 62 (14,5) 59 (13,9) OR (objectieve respons) 82 (19,2) 70 (16,5) CB* (klinisch voordeel) 186 (43,5) 173 (40,9) Duur van de respons (DoR) Patiënten met een respons hebben een langere follow-up nl 22,1 maanden. De mediane DoR voor patiënten met een respons op fulvestrant was 16,7 maanden (n=84) en voor patiënten met een respons op anastrozole was het 13,7 maanden (n=73). Verdraagzaamheid Op het gebied van bijwerkingen waren er geen grote verschillen tussen fulvestrant en anastrozole. De meeste bijwerkingen waren mild of gemiddeld in ernst. Enige significante verschil was voor gewrichtsklachten 23 (5.4%) bij fulvestrant en 45 (10.6%) bij anastrozole. In de twee studies waren er 2 patiënten die wilden stoppen met de studie door de injecties. Concluderend: Faslodex® (fulvestrant) is minstens zo effectief als Arimidex® (anastrozole) voor de behandeling van gevorderde of uitgezaaide borstkanker bij vrouwen in de periode na de overgang, die faalden op eerdere hormonale therapie. BIJLAGE III Borstkanker in Nederland: epidemiologie, opsporing en behandeling Inhoud: 1. Epidemiologie 2. Risicofactoren om borstkanker te krijgen 3. Symptomen en optreden van borstkanker 4. Opsporen van borstkanker 5. Verloop en behandeling van de ziekte 1. Epidemiologie In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 10.000 vrouwen (en ruim 50 mannen) borstkanker, van wie driekwart verkeert in de periode na de overgang en een kwart in de periode voor de overgang. Elk jaar overlijden circa 3.500 vrouwen aan deze ziekte. Net als in een aantal andere Westerse landen neemt op dit moment de sterfte door borstkanker af, terwijl de aandoening wel steeds vaker voorkomt. In Nederland komt borstkanker relatief vaker voor dan in de meeste andere landen. Interessante informatie over Nederlandse gegevens in relatie tot die van andere Europese landen kunt u vinden op de volgende site: http://www.rivm.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/internationaal/borstkanker_internationaal.htm 2. Risicofactoren om borstkanker te krijgen • Leeftijd: het risico van borstkanker neemt toe met het stijgen van de leeftijd. Ongeveer 80% van de gevallen treedt op bij vrouwen ouder dan 50 jaar. • Familieanamnese: het risico neemt toe bij vrouwen met een eerstegraadse bloedverwant (moeder, zuster, dochter) bij wie de ziekte op een leeftijd jonger dan 50 jaar ontstaan is. Van een klein gedeelte van de patiënten met borstkanker wordt aangenomen dat een erfelijke kanker-gen de oorzaak is. • Het risico neemt toe als de eerste menstruatie op jonge leeftijd plaatsvond, als de menopauze laat is ingetreden, bij kinderloosheid, bij het gebruik van orale anticonceptiva (het verhoogde risico verdwijnt wanneer inname van de pil wordt gestaakt) of langdurige hormoonvervangende therapie. Al deze factoren staan in verband met blootstelling aan oestrogeen – het lijkt erop dat hoe langer het vrouwelijke borstweefsel aan oestrogeen wordt blootgesteld, hoe groter het risico van borstkanker wordt. Zoals al eerder opgemerkt is, lijkt de huidige trend dat veel vrouwen pas op latere leeftijd kinderen krijgen ook in verband te staan met een verhoogd risico. • Alcohol: er is een verband aangetoond tussen het gebruik van alcohol en een verhoogd risico van borstkanker. 3. Symptomen en optreden van borstkanker • Symptomen van borstkanker zijn onder andere een knobbeltje in de borst, een deukje of kuiltje in de huid van de borst, een zwelling of knobbel in de oksel of veranderingen in het uiterlijk van de tepel. Borstkanker in een vroeg stadium veroorzaakt geen pijn. In 9 van de 10 gevallen is een knobbeltje in de borst niet kwaadaardig. 4. Opsporen van borstkanker Hoe eerder borstkanker wordt ontdekt, hoe beter. Borstkanker in een vroeg stadium kan conservatief worden behandeld, bijvoorbeeld met een borstsparende operatie in plaats van met een mastectomie, waardoor minder neveneffecten dan bij een radicalere behandeling optreden. Detectiemethoden: • Zelfonderzoek: alle vrouwen wordt aangeraden maandelijks hun borsten te onderzoeken. • Borstonderzoek door een specialist: vooral van belang voor jongere vrouwen. Aanbevolen wordt jaarlijks een borstonderzoek door een arts te laten uitvoeren. • Mammografie (een röntgenonderzoek van de borst met een lage dosis straling): met een mammogram kan vaak een knobbeltje in de borst worden gevonden voordat het te voelen is. Van screening met mammografie is aangetoond dat het de sterfte aan borstkanker onder Westerse vrouwen tussen 50 en 69 jaar terugbrengt. Mammografie is alleen geschikt bij oudere (postmenopauzale) vrouwen. Bij jongere (premenopauzale) vrouwen is het borstweefsel te compact om tumoren te kunnen ontdekken. In plaats van routinematig screenen wordt bij jongere vrouwen met een vermoeden van een mammatumor echografische diagnostiek uitgevoerd. • Genetische screening: vrouwen met een sterk belaste familieanamnese met borstkanker kan genetische screening worden aangeboden om na te gaan of ze een van de genen hebben geërfd waarvan bekend is dat deze het ontstaan van borstkanker kunnen bevorderen. 5. Verloop en behandeling van de ziekte Het stadium waarin borstkanker wordt ontdekt is van invloed op zowel de behandelwijze als de ziekteafloop (de prognose). Op basis van informatie uit de ziektegeschiedenis, het klinische onderzoek, mammografie/echografie en onderzoek van het weefselbiopt worden mammatumoren in vier hoofdstadia ingedeeld: Borstkanker in een vroeg stadium • Stadium 1: de tumor is beperkt tot de borst. • Stadium 2: metastasering van de tumor is beperkt tot de nabijgelegen lymfeklieren in de oksel. Borstkanker in een gevorderd stadium • Stadium 3: de tumor is in de onderliggende weefsels van de thoraxwand doorgegroeid (lokale ingroei). • Stadium 4: de tumor is naar andere delen van het lichaam uitgezaaid (gemetastaseerd). Hormoongevoeligheid • Artsen zullen gewoonlijk de hormoongevoeligheid van een borsttumor bepalen omdat dit van groot belang is voor de behandeling die moet worden ingesteld en voor de prognose van de patiënt. • Borstkankercellen kunnen onder andere gaan groeien door vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogeen en progesteron). De effecten van deze hormonen worden gemedieerd door celreceptoren – de oestrogeenreceptoren (OR) en de progesteronreceptoren (PR). • Het tegengaan van de invloed van oestrogeen op borstkankercellen zorgt voor tumorregressie van hormoongevoelige tumoren en is de kern van alle huidige hormonale (endocriene) behandelingen bij borstkanker. Dit tegengaan gebeurt door de oestrogeenreceptoren te blokkeren of door de productie van oestrogeen in het lichaam te verminderen (en daardoor de hoeveelheid oestrogeen te verminderen die zich aan de receptoren kan binden). • Ongeveer 60% van de mammacarcinomen bij premenopauzale vrouwen en 80% van de mammacarcinomen bij postmenopauzale vrouwen heeft oestrogeenreceptoren (OR+-tumoren) en/of progesteronreceptoren (PR+-tumoren), met andere woorden: deze tumoren zijn gevoelig voor deze hormonen. • Hormoongevoelige tumoren hebben de beste respons op hormoontherapie. Behandelbeleid • De behandeling van borstkanker is in verschillende landen in de wereld, waaronder ook Nederland, sterk geprotocolleerd. Het doel hiervan is de kwaliteit en consistentie van de zorg te optimaliseren. Deze protocollen worden zo veel mogelijk gebaseerd op uitvoering onderzoek van de medische literatuur (de zogenaamde evidence based medicine). Internationaal hebben de Amerikaanse NCI (National Cancer Institute) consensus en de St. Gallen consensus aanzien. In Nederland geldt de CBO consensus als uitgangspunt voor het beleid. • Bij borstkanker in stadium 1 en 2 is sprake van ziekte in een vroeg stadium. Bij ziekte in een vroeg stadium is genezing het primaire behandeldoel. Bij het merendeel van de patiënten omvat de behandeling in eerste instantie een operatie waarbij de tumor en eventueel aangetaste lymfeklieren worden verwijderd. Vervolgens kan worden bestraald om resterend kankerweefsel te vernietigen. In het algemeen volgt daarna een systemische behandeling (met geneesmiddelen, bijvoorbeeld hormoontherapie, chemotherapie of een combinatie van beide, afhankelijk van de OR-status), met als doel recidivering van de tumor in de borst en metastasering (secundaire tumoren) naar elders in het lichaam te voorkomen. Behandeling met geneesmiddelen na een operatie heet “adjuvante” therapie. • In stadium 3 is borstkanker lokaal ingegroeid en in stadium 4 vergevorderd ofwel gemetastaseerd. In zowel stadium 3 als stadium 4 is het hoofddoel van de behandeling remissie van de tumor, verlichting van de symptomen van de ziekte en verbetering van het welbevinden van de patiënt en haar levensverwachting. • Bij patiënten in stadium 3 wordt hormoontherapie of chemotherapie soms toegepast om voorafgaand aan een operatie de tumor te verkleinen, waardoor de operatie eenvoudiger uit te voeren is. Dit heet “neo-adjuvante” therapie. • Bij inoperabele patiënten in stadium 3 en stadium 4 kan zowel hormoontherapie, als ook chemotherapie of bestraling worden toegepast. Dit is afhankelijk van welke aanpak voor de individuele patiënt het meest geschikt is, met als doel remissie van de tumor, handhaving van de kwaliteit van het leven en verlenging van de overlevingsduur. BIJLAGE IV Verklarende woordenlijst Adjuvante behandeling: Medicamenteuze behandeling bij kanker patiënten die wordt gegeven in aanvulling op de chirurgie en/of radiotherapie, en die moet voorkomen dat in het lichaam van de patiënt resterende tumorcellen kunnen uitgroeien tot nieuwe kankerhaarden. Anti-oestrogeen: medicijn dat de binding en daardoor de werking van vrouwelijke geslachtshormonen in de cel remt Anastrozole (Arimidex®): medicijn behorend tot de klasse van de aromatase-remmers Aromatase remmers: medicijnen die bij postmenopauzale vrouwen de vorming van vrouwelijke geslachtshormoon (oestrogenen) remmen door invloed op het aromatase-enzym. ATAC studie: Groot onderzoek waarin het effect van anastrozole en tamoxifen worden vergeleken bij vrouwen die een adjuvante behandeling voor borstkanker krijgen. Biopt: Stukje weefsel waarin eigenschappen van dat weefsel kunnen worden bepaald; zoals bijvoorbeeld goedaardig of kwaadaardig i.g.v. een gezwel. CBO consensus: Behandelingsrichtlijn overeengekomen door specialisten uit het werkveld onder begeleiding van het CBO. Chemotherapie: Medicamenteuze behandeling die een direct ondermijnend effect heeft op het erfelijk materiaal van snel delende cellen zoals die bij kanker voorkomen. Eierstokken: Orgaan in de vrouwelijke buik, dat verantwoordelijk is voor de productie van vrouwelijke geslachtshormonen. Endocriene behandeling: behandeling die gericht is op de vorming of de effecten van hormonen Endometrium: Baarmoederslijmvlies Epidemiologie: Vakgebied dat het voorkomen van ziektes en aandoeningen bestudeert alsmede de factoren die daarop van invloed zijn. ‘Evidence based medicine’: Geneeskunde die wordt bedreven op basis van middels onderzoek verzamelde feiten. Familie-anamnese: Uitvragen van het voorkomen van ziektes en aandoeningen bij eerste en tweede lijnsfamilieleden. FSH – LH: Hormonen die de vrouwelijke geslachtsorganen aanzetten tot de productie van geslachtshormonen zoals oestrogenen en progestagenen. Fulvestrant (Faslodex®): anti-oestrogeen zonder oestrogene effecten; medicijn uit een geheel nieuwe klasse. Het medicijn blokkeert niet allen de binding van in het lichaam aanwezige oestrogenen in de tumorcellen, het leidt ook tot vermindering van hormoonreceptoren in de cel. St. Gallen richtlijnen: Internationale consensus over de diagnostiek en behandeling van borstkanker. Goselerine® (Zoladex): hormoonpreparaat dat de productie van FSH en LH stopt. Wordt onder andere gebruikt bij de behandeling van vrouwen (in de periode vóór de overgang) met borstkanker. Hormonale behandeling: het toedienen van medicamenten die leiden tot een effect op de productie of effecten van hormonen Hormoongevoelige tumor: gezwel waarvan de groei plaatsvindt onder invloed van hormonen Hormoonreceptor: eiwit in de cel dat na binding van hormonen processen in de cel activeert Hormoonreceptor positief: tumor waarvan is aangetoond dat deze hormoonreceptoren bevat; in aanmerking komend voor hormonale behandeling IM: intramusculair; in een spier Kanker-gen: Erfelijk materiaal dat de kans op het krijgen van kanker vergroot. Mammacarcinoom: Borstkanker Mammografie: Röntgen foto van het borstweefsel. Mastectomie: Verwijdering van de borst. Metastase: Uitzaaiing Oestrogeen: Vrouwelijk geslachtshormoon dat wordt geproduceerd in de eierstokken bij premenopauzale vrouwen, maar ook bij postmenopauzale vrouwen nog wordt geproduceerd onder invloed van het aromatase-enzym. Oestrogeen-receptor: Eiwit in de cel dat door oestrogenen kan worden geactiveerd, waardoor processen zoals celdeling op gang kunnen worden gebracht Oestrogeen receptor blokkerend: zie anti-oestrogeen Oestrogeenreceptor positief: tumor waarvan is aangetoond dat deze oestrogeenreceptoren bevat; in aanmerking komend voor hormonale behandeling Ovaria: eierstokken Postmenopauzaal: Status van vrouwen waarbij de eierstokken niet meer actief zijn; na de overgang Premenopauzaal: Status van vrouwen met een actieve functie van de eierstokken; voor de overgang. Progesteron: Vrouwelijk geslachtshormoon dat wordt geproduceerd in de eierstokken; bij borstkanker wat minder op de voorgrond staand dan oestrogenen. SERM (selectieve oestrogeen receptor modulator): zie tamoxifen Tamoxifen (Nolvadex®): selectieve oestrogeen receptor modulator; medicament dat de oestrogeenreceptor blokkeert (anti-oestrogeen), waardoor natuurlijk voorkomende hormonen hun effecten niet meer kunnen uitoefenen. Tamoxifen heeft ook oestrogene (stimulerende) effecten. 

 


Plaats een reactie ...

Reageer op "Faslodex - Fulvestrant is als medicijn bij hormonale borstkanker erkend en vergoed door ziektekostenverzekeraars."


Gerelateerde artikelen