In Trouw is een serie gestart over de actuele situatie rondom kanker. Dit eerste artikel stond 8 juni 2002 als eerste geplaatst. Voor reacties enz. ga naar www.trouw.nl en schrijf daaraan uw reacties. Op enkele plaatsen hebben wij dit artikel voorzien van commentaar of verwiijzingen.

Kanker / De harde aanpak heeft zijn grens door Sander Becker, in TROUW VAN 2002-06-08

Chirurgie, chemotherapie en bestraling gelden als de successen van de kankergeneeskunde. Maar het zijn ook botte-bijlmethoden met ellendige bijwerkingen. De drie klassiekers stuiten op de grenzen van hun succes. Het genezen van meer kankerpatiënten vergt nieuwe methoden. Sander Becker schetst de perspectieven, wekelijks in de Verdieping. 

Aflevering 1: de grenzen van de harde aanpak.

Rond 1900 was kanker nagenoeg onbehandelbaar. Artsen begrepen nauwelijks hoe de ziekte ontstond. Soms probeerden ze een patiënt nog wel te opereren, maar over het algemeen kwamen ze niet verder dan het stellen van een diagnose. Van iedere tien kankerpatiënten overleden er negen op het ziekbed. Zo dramatisch is het anno 2002 niet meer. Inmiddels geneest de helft van de kankerpatiënten, al blijft het weinig vertrouwenwekkend - 50 procent kans, dat heb je ook als je een muntje opgooit. Die 50 procent speelt voor de individuele patiënt echter geen rol, relativeert dr. S. Rodenhuis, hoogleraar kankergeneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en klinisch directeur van het Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis. ,,Een arts zal zijn patiënten nooit vertellen dat ze 'kanker' hebben. Hij zegt: 'Meneer, u heeft longkanker. We kunnen u helaas niet opereren.' Of: 'Mevrouw, u heeft baarmoederhalskanker in een vroeg stadium. Met een kleine operatie kunnen we u volledig genezen.' Het spreekt vanzelf dat die tweede patiënt met een heel ander gevoel de spreekkamer uitwandelt dan de eerste. ''Rodenhuis wil de ziekte niet bagatelliseren, maar hij benadrukt dat de vooruitzichten voor sommige veelvoorkomende typen kanker de laatste decennia sterk zijn verbeterd. Zo is de kans op genezing bij beginnende borstkanker gestegen van 60 procent in de jaren zestig tot zeker 80 procent nu. (Red: dit is een wel erg geflatteerd cijfer o.i.. Misschien halen borstkankerpatiënten wel de vijfjaarsoverleving - het cijfer dat algemeen gesteld wordt bij het maken van statistieken -  maar dat 80% van de vrouwen met borstkanker definitief zouden genezen van borstkanker trekken we zeer in twijfel. Veel vrouwen krijgen keer op keer een recidief en velen overlijden binnen tien jaar aan hun borstkanker ondanks alle behandelingen. Zie voor extra info voer borstkanker en nieuwe methoden van behandelen kankersoorten-borstkanker) Ook lymfklier- en huidkanker zijn inmiddels met redelijk succes te behandelen (zie tabel www.Trouw.nl ). Van longkanker geneest daarentegen nog bijna niemand. ,,Dat is nog steeds een zwarte bladzijde in de kankergeneeskunde'', erkent de hoogleraar. Ook grotere tumoren in de alvleesklier, de hersenen en de slokdarm zijn zelden te genezen. (Red: volgens reguliere visie wel, maar alvleesklierkanker en hersentumoren zijn wel degelijk redelijk goed - in ieder geval met groter succes dan puur regulier en standaard - te behandelen met o.a. aanvullende middelen en nieuwe vormen van opereren. zie o.a. kankersoorten-alvleesklierkanker en kankersoorten-hersentumoren. Zie ook verhalen van mensen die toch zijn genezen van deze vormen van kanker op pagina uw verhaal.)De vooruitgang in de kankergeneeskunde gaat traag. Per jaar weten artsen slechts een half procent meer patiënten te genezen. Dat bereiken ze deels door kankers vroeger op te sporen, maar vooral door verbeteringen aan te brengen in de drie klassieke therapieën - chirurgie, chemotherapie en bestraling. Deskundigen twijfelen er evenwel aan of het met deze benadering ooit zal lukken om alle kankerpatiënten te genezen. Neem het oudste middel tegen kanker, het mes. Daar komt de chirurg op zich een heel eind mee, maar hij kan lang niet overal bij. Wanneer tumoren zich bijvoorbeeld hebben verspreid over lastig toegankelijke organen als de longen of de hersenen, blijkt het doorgaans ondoenlijk om ze compleet te verwijderen. Bovendien laat de chirurg ongemerkt nogal eens een uitlopertje van de tumor zitten. Uit dat restje ontstaat vervolgens een nieuw gezwel of een uitzaaiing, waarna de patiënt meestal ten dode is opgeschreven. Op zich zit er volgens Rodenhuis nog wel enige rek in de chirurgie, maar veel is het niet. Enkele jaren geleden is bijvoorbeeld een nieuwe techniek geïntroduceerd om rectumkanker te opereren. Daardoor blijven nu meer patiënten in leven. Maar de toekomstige winst in de kankergeneeskunde zal volgens Rodenhuis vooral moeten komen van de andere twee klassiekers: chemotherapie en bestraling. (Red: Tja een ziekenhuis als het Antoni van Leeuwenhoek met vele mensen op belangrijke posities die nauwe banden hebben met de farmaceutische industrie en die het budget van de ziekenhuizen op peil houden met grote kortingen op chemo tot 85% kun je niets anders verwachten dan wat Rodenhuis hier opmerkt. Onze ervaring van twee jaar verzamelen van informatie lijkt meer te wijzen op het feit dat chemo en bestraling in de huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. De bijwerkingen zijn nog steeds desastreus en de effecten van chemo bij vele soorten kanker nihil als we het afzetten tegen volledige genezing of tonen geen verschil met andere mildere vormen van aanpak. Zie o.a. deze twee pagina hoe dokter Bolhuis over chemo en bestraling denkt. En elke arts/oncoloog zou het boek Questioning chemotherapie van Ralph Moss - zie kanker en boeken - moeten lezen. In 2001 is er een vernieuwde versie op de markt gekomen die haarscherp ontleedt dat chemo slechts een behandeling is waar alleen de grote farmabedrijven beter van worden, de patiënt zelden op een paar specifieke kankersoorten uitgezonderd). Die worden ingezet om tumorrestjes en uitzaaiingen op te ruimen. En met redelijk succes: waar de chirurg met zijn gereedschap 70 à 80 procent van de borstkankerpatiëntes in leven houdt, zorgen chemokuren en bestralingen ervoor dat van de overige patiëntes nog eens de helft erbovenop komt. Bij andere typen kanker is het succes minder groot. Daar valt veel te verbeteren, stelt de hoogleraar, vooral door chemotherapie te combineren met DNA-technologie. Dankzij DNA-tests kunnen artsen hun behandelingen in de toekomst nauwkeuriger afstemmen op de patiënt en diens specifieke tumor. Ze beschikken momenteel over zo'n zestig chemotherapeutische middelen en een handjevol andere stoffen, zoals hormonen en antilichamen. Rodenhuis: ,,Al die middelen moet je per patiënt in een verschillende combinatie toedienen om de tumorcellen weg te krijgen. Alleen: hoe vind je in die oneindige hoeveelheid mogelijkheden de beste combinatie? Dankzij DNA-diagnostiek kunnen we daar nu achterkomen.'' De truc is dat artsen de genetische eigenschappen van tumoren in kaart brengen, zodat ze precies zien bij welke kankers een bepaalde aanpak wel of niet werkt. Die kennis zal de behandelingen sterk verbeteren, hoopt Rodenhuis. Ter illustratie wijst hij naar een A4-tje op het prikbord in zijn werkkamer: ,,Daar kijk ik af en toe naar om mezelf moed te geven.'' Het blaadje toont een overlevingsgrafiek van jonge vrouwen met een uitgezaaide vorm van borstkanker. Tot nu toe is voor deze vrouwen nagenoeg niets te doen. Met een paar chemokuren kan hun leven hooguit anderhalf jaar worden gerekt. Van de vrouwen in de grafiek is na drie jaar echter nog steeds een derde in leven. Dat is te danken aan een experimentele behandeling met een extreem hoge dosis chemotherapie, waarbij het beenmerg tijdelijk buiten het lichaam wordt beschermd. ,,Het is een therapie met veel bijwerkingen'', erkent Rodenhuis. ,,En twee derde van de patiëntes overlijdt alsnog; deze vrouwen draaien dus verlies. Maar ik denk dat we met DNA-diagnostiek kunnen uitvinden welke vrouwen er wél baat bij hebben. Dan heb je voor die beperkte categorie patiënten een effectieve therapie. DNA-diagnostiek biedt spectaculaire mogelijkheden. In mijn hele carrière ben ik nog nooit zo hoopvol geweest, behalve toen ik net begon.''Maar de behandeling komt in deze gevallen toch weer neer op chemotherapie of bestraling, terwijl dit agressieve methoden zijn met veel bijwerkingen. Vooral chemokuren veroorzaken veel leed: haarverlies, zwerende slijmvliezen, diarree, bloedarmoede, een verzwakte afweer en misselijkheid. Deze zijn een gevolg van de weinig specifieke werking van de gebruikte gifstoffen. De stoffen tasten niet alleen de tumorcellen aan, maar álle snel delende cellen, dus ook de gezonde lichaamscellen in het beenmerg, de haarzakjes en de slijmvliezen. Veelzeggend is dat veel chemotherapeutica nog altijd gebaseerd zijn op gifgassen uit de Eerste Wereldoorlog. Moet de vernieuwing in de kankergeneeskunde werkelijk uit deze hoek komen? Nee, stelde dr. D.J. Richel eind 2000 bij zijn aantreden als hoogleraar kankergeneeskunde in het AMC. Chemotherapie en bestraling zijn wat hem betreft gebaseerd op een achterhaald principe. De gifstoffen en stralen beschadigen met veel geweld het DNA in de kankercellen. De bedoeling is dat deze cellen hierna zelfmoord plegen, volgens een ingebakken beveiligingsmechanisme. Dankzij dit mechanisme moeten de cellen tot de conclusie komen dat ze te gammel zijn om nog verantwoorde dochtercellen voort te brengen, waarna ze zichzelf vernietigen. Bij gewone lichaamscellen werkt dit proces uitstekend, maar juist bij een aanzienlijk deel van de kankercellen is het kapot. Daarom heeft het in veel gevallen geen zin om er een beroep op te doen, concludeert Richel nuchter.Zijn collega Rodenhuis blijft erbij dat er met chemotherapie en bestraling de eerstkomende jaren veel winst valt te behalen. Maar, erkent hij, uiteindelijk heeft Richel gelijk. ,,Aan de verbetering die je kunt behalen met chemotherapie en bestraling zit een natuurlijke grens. Die grens komt geleidelijk in zicht. Met de huidige therapieën kunnen we niet het hele kankerprobleem oplossen. We hebben duidelijk behoefte aan nieuwe behandelvormen. En die komen er aan.'' Over deze nieuwe, nog experimentele therapieën heerst onder artsen een breed optimisme. Vooral de zogeheten 'biologische therapie' gooit hoge ogen, maar ook voor immunotherapie en gentherapie bestaat enthousiasme. De komende weken gaat Trouw na wat de toekomstige kankerpatiënt van deze moderne geneeswijzen kan verwachten. 

Trouw: de Verdieping, Sander Becker zaterdag 8 juni 2002




Plaats een reactie ...

Reageer op " Deel 1: Grenzen aan harde aanpak van kanker.met chemo en bestraling "


Gerelateerde artikelen