2 maart 2012, bron:  BMJ Open 2012;2:e000850 doi:10.1136/bmjopen-2012-000850

Volwassenen die regelmatig gebruik maken van slaapmiddelen zouden een 3 keer zo hoog risico hebben eerder te sterven in vergelijking met mensen die zelden of nooit slaapmiddelen gebruiken. Meegenomen zijn in de analyse ook ongelukken veroorzaakt door gebruik van de slaapmiddelen. 
Dat blijkt uit een groot vergelijkend epidemologisch Amerikaans onderzoek.  Het risico kanker te krijgen door de slaapmiddelen is ook verhoogd. Dit risico ligt min of meer gelijk aan het risico kanker te krijgen door roken. De onderzoekers noemen een percentage van 35% in dit verband.  Het gaat hier om medicijnen uit benzodiazepinen, zoals temazepam, nonbenzodiazepines, zoals zolpidem, eszopiclone, en zaleplon en zogeheten barbituraten en sedatieve antihistaminica. De risico's gelden voor mensen voor alle leeftijden, maar bij de mensen tussen de 18 en 55 jaar blijkt het risico het grootst.

De onderzoekers suggereren dat in 2010 het gebruik van slaapmiddelen - ca. 6%  tot 10% van de volwassenen gebruikt in Amerika structureel slaapmiddelen - mogelijk gerelateerd zou zijn geweest aan 320.000 tot 507.000 sterfgevallen alleen al in de Verenigde Staten. De gegevens uit dit onderzoek zijn alleen van toepassing als genoemde medicijnen ook gebruikt zijn als slaapmiddelen. Bij ander gebruik van genoemde medicijnen, de onderzoekers gebruiken benzodiazepinen tegen angsten als voorbeeld, is geen negatieve relatie met vroeger overlijden of risico op kanker, aangetoond.

Resultaten:
Gegevens voor de studie analyse zijn afgeleid uit de elektronische medische dossiers van het Geisinger Health System, het grootste landelijke integrale gezondheidsbeleid in de Verenigde Staten, De regio Pennsylvania met ongeveer 2,5 miljoen inwonders heeft gediend als onderzoeksgebied. In de studie zijn opgenomen 10.529 volwassenen (gemiddelde leeftijd, 54 jaar) die structureel slaapmiddelen gebruikten en ter controle 23.676 gematchte deelnemers die geen of zelden slaapmiddelen gebruikten. 
Gemiddeld zijn alle deelnemers tussen 2002 en 2007 2,5 jaar lang gevolgd.

Mensen die een slaapmiddel kregen voorgeschreven, zelfs bij 18 pillen of minder per jaar hadden significant meer kans om tijdens de follow-up te sterven in vergelijking met mensen die geen slaapmiddelen kregen voorgeschreven. Hier het staatje nadat correctie had plaatsgevonden naar leeftijd, gezondheidstoestand bij aanvang enz.

Tabel 1.  Algemeen gebruik van slaapmiddelen: Hazard Ratio (95% Confidence Interval) 
Tot 18 pillen per jaar 3.60 (2.92 - 4.44) (P=<.001)
18 - 132 pillen per jaar 4.43 (3.67 - 5.36) (P= <.001)
Meer dan 132 pillen per jaar 5.32 (4.50 - 6.30) (P=<.001)

Zolpidem was het meest voorgeschreven slaapmiddel, gevolgd door temazepam, beide werden geassocieerd met een significant verhoogd risico voor vervroegd overlijden:.

Tabel 2. Risico op overlijden met Zolpidem en temazepam

Hazard ratio (95% betrouwbaarheidsinterval)
Zolpidem
5 tot 130 pillen 3.93 (2.98-5.17) (P=<.001)
130 tot 800 pillen 4.54 (3.46 tot 5.95) (P=<.001)
Meer dan 800 pillen 5.69 (4.58-7,07) (P=<.001)
Temazepam
10 tot 240 pillen 3.71 (2.55-5.38) (P=<.001)
240 - 1640 pillen 4.15 (2.88 tot 5.99) (P=<.001)
Meer dan 1,640 pillen 6,56 (5,03 tot 8.55) (P=<.001)

Minder vaak voorgeschreven slaapmiddelen bleken eveneens een verhoogd risico op vervroegd overlijden te hebben behalve eszopiclone, schrijven de onderzoekers.

Het gebruik van slaapmiddelen bleek ook bij meer dan 132 pillen per jaar gerelateerd te zijn aan een statistisch significant verhoogd risico op het krijgen van kanker (HR, 1,35, 95% BI, 1,18 tot 1,55). Het risico op kanker was bijna 2 keer zo hoog met temazepam (> 1640 mg per jaar; HR, 1,99, 95% BI, 1,57 tot 2,52).

Onafhankelijke deskundigen maar ook de onderzoekers zelf stellen wel dat met deze studie niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat gebruik van slaapmiddelen het risico op vroegtijdig overlijden veroorzaakt. Daarvoor zijn er bij deze studie teveel onvoorspelbare factoren niet gemeten en meegenomen in de analyse. Zo bleken uit de studiegroep relatief meer mensen ziek te zijn bij aanvang van de studie dan uit de controlegroep. Logisch natuurlijk omdat deze mensen op doktersvoorschrift hun medicijnen kregen voorgeschreven.
Echter de resultaten zijn dusdanig consistent dan deze bevindingen rechtvaardigen dat chronische slapeloosheid beter eerst onder doktersbegeleding bestreden kan worden door cognitieve gedragstherapie en niet direct met medicijnen te beginnen, aldus de onderzoekers. 

Hier het abstract van de studie. Interessant is het volledige studierapport eens te lezen met ook commentaar van deskundigen. Klik hier voor dit volledige studierapport. Gratis in te zien.

Receiving hypnotic prescriptions was associated with greater than threefold increased hazards of death even when prescribed <18 pills/year. This association held in separate analyses for several commonly used hypnotics and for newer shorter-acting drugs. Control of selective prescription of hypnotics for patients in poor health did not explain the observed excess mortality

BMJ Open 2012;2:e000850 doi:10.1136/bmjopen-2012-000850

  • Pharmacology and therapeutics
    • Research

Hypnotics' association with mortality or cancer: a matched cohort study

Free via Creative Commons: OPEN ACCESSPress Release
  1. Daniel F Kripke1,
  2. Robert D Langer2,
  3. Lawrence E Kline1

+ Author Affiliations

  1. 1Scripps Clinic Viterbi Family Sleep Center, La Jolla, California, USA
  2. 2Jackson Hole Center for Preventive Medicine, Jackson, Wyoming, USA
  1. Correspondence to Dr Daniel F Kripke; kripke.daniel@scrippshealth.org
  • Received 9 January 2012
  • Accepted 20 January 2012
  • Published 27 February 2012

Abstract

Objectives An estimated 6%–10% of US adults took a hypnotic drug for poor sleep in 2010. This study extends previous reports associating hypnotics with excess mortality.

Setting A large integrated health system in the USA.

Design Longitudinal electronic medical records were extracted for a one-to-two matched cohort survival analysis.

Subjects Subjects (mean age 54 years) were 10 529 patients who received hypnotic prescriptions and 23 676 matched controls with no hypnotic prescriptions, followed for an average of 2.5 years between January 2002 and January 2007.

Main outcome measures Data were adjusted for age, gender, smoking, body mass index, ethnicity, marital status, alcohol use and prior cancer. Hazard ratios (HRs) for death were computed from Cox proportional hazards models controlled for risk factors and using up to 116 strata, which exactly matched cases and controls by 12 classes of comorbidity.

Results As predicted, patients prescribed any hypnotic had substantially elevated hazards of dying compared to those prescribed no hypnotics. For groups prescribed 0.4–18, 18–132 and >132 doses/year, HRs (95% CIs) were 3.60 (2.92 to 4.44), 4.43 (3.67 to 5.36) and 5.32 (4.50 to 6.30), respectively, demonstrating a dose–response association. HRs were elevated in separate analyses for several common hypnotics, including zolpidem, temazepam, eszopiclone, zaleplon, other benzodiazepines, barbiturates and sedative antihistamines. Hypnotic use in the upper third was associated with a significant elevation of incident cancer; HR=1.35 (95% CI 1.18 to 1.55). Results were robust within groups suffering each comorbidity, indicating that the death and cancer hazards associated with hypnotic drugs were not attributable to pre-existing disease.

Conclusions Receiving hypnotic prescriptions was associated with greater than threefold increased hazards of death even when prescribed <18 pills/year. This association held in separate analyses for several commonly used hypnotics and for newer shorter-acting drugs. Control of selective prescription of hypnotics for patients in poor health did not explain the observed excess mortality.


Plaats een reactie ...

Reageer op "Slaapmiddelen die regelmatig worden gebruikt door volwassenen zouden een 3 keer zo hoog risico geven eerder te sterven en meer kans op kanker in vergelijking met zelden of nooit slaapmiddelen gebruik"


Gerelateerde artikelen