Uit no 378: de bijdrage 'enkele onderzoeksresultaten' is een reactie op de eerdere bijdragen in 373 t/m 376 zoals hierboven aan te klikken.: Enkele onderzoeksresultaten Het nu volgende overzicht maakt geenszins aanspraak op ook maar enige representativiteit. Bovendien worden een aantal toepassingen achterwege gelaten:
- de absolute tekorten aan micronutriënten, zoals die met name in Derde Wereldlanden bestaan. Kinderen kunnen er bij miljoenen het leven worden gered door hen de stoffen toe te dienen waaraan zij een levensbedreigend tekort hebben (in het bijzonder vitamine A, ijzer en zink) (1);
- de tekorten die ontstaan door een overmatig beroep te doen op de lichaamskrachten zoals dat het geval is bij intensieve sportbeoefening. De website van American Sports/Vitamins Direct ( www.vitamins.nl  ) levert een lange lijst van wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat sporters die niet aan suppletie doen een chronisch tekort ontwikkelen respectievelijk hun prestaties niet of in mindere mate kunnen realiseren;
- de tekorten die mensen kunnen ervaren zonder dat ze ziek zijn. In het kader van deze discussie gaat het hier om een luxeverschijnsel, maar het moet toch maar even genoemd worden. Te denken valt aan libidoverhogende middelen (2) of het gebruik van afslankmiddelen zonder medische noodzaak, bijvoorbeeld in de vorm van chroom-suppletie (3).

 

Waar het hier wel om gaat, zijn de relatieve tekorten: de betreffende stof ontbreekt niet, maar men heeft er te weinig van zodat op den duur ziektes ontstaan. Zoals ik al in een eerdere bijdrage meldde, geldt dat in feite voor iedereen. Talloze voedingsstoffen kunnen ter preventie en behandeling van aandoeningen worden ingezet, deels via het normale voedsel, maar voor een groot deel alleen door extra micronutriënten bovenóp de voeding. Omdat bijvoorbeeld kool een hoge concentratie bevat van het mineraal magnesium, beschermt het tegen hoge bloeddruk. Maar omdat er te veel van gegeten zou moeten worden en er ook andere stoffen zijn met een positieve invloed op de bloeddruk, kan men magnesium en de andere noodzakelijke stoffen in poeder- of pilvorm gebruiken.

De onderzoeksverwijzingen hebben betrekking op de positieve invloed van lichaamseigen stoffen op hart- en vaatziekten. Het gaat daarbij nadrukkelijk om voorbeelden, die gemakkelijk met vele kunnen worden uitgebreid (Het Ortho Jaarboek meldt alleen al over 2002 zo'n 40 vergelijkbare onderzoekingen). Ook zou een dergelijke lijst kunnen worden opgesteld voor de invloed op andere ziekten.
De gekozen aandoening betekent een aanzienlijke, maar wel noodzakelijke en verantwoorde beperking. Het is immers verreweg de belangrijkste volksziekte. Daarbij laat ik ook nog eens de zéér belangrijke en al eerder behandelde vitamine C buiten beschouwing.
Voor onderzoek naar de bijdrage die lichaamseigen stoffen leveren aan de bestrijding van kanker, de tweede doodsoorzaak, kan men onder meer terecht in het zojuist verschenen boek van Engelbert Valstar, Voedingsinterventie bij kanker (Strengholt, Naarden 2002). Het logenstraft alle onzin omtrent afwezigheid van bewijs.
Vaak is het lagere sterftecijfer aan hart- en vaatziekten onder bijvoorbeeld Japanners verklaard door de hoge consumptie van (vette) vis. In de Journal of the American Medical Association (JAMA) bijvoorbeeld werd verslag gedaan van een onderzoek onder 85.000 vrouwen die gedurende zestien jaar werden gevolgd. Degenen onder hen die minimaal vijf maal per week vis aten, bleken 33% minder kans te hebben op afwijkingen aan de kransslagaderen in het hart. De kans op een fatale hartaanval werd er door gehalveerd. (JAMA 2002; 287(14):1815-1821)
Hetzelfde tijdschrift meldde een onderzoek onder 43.000 mannen tussen 40 en 75 jaar. Mede afhankelijk van de hoeveelheid bleek de kans op een beroerte onder het visetende deel van de onderzoeksgroep met 43-46% af te nemen. (JAMA 2002; 288(24):3130-3136)

Als een van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten wordt beschouwd het niveau aan homocysteïne, een stof die schadelijk is voor de bloedvatwanden. Een meta-analyse (British Medical Journal 2002; 325:1202-1206) uit Groot-Brittannië naar het verband tussen de concentratie homocysteïne enerzijds en het vóórkomen van bloedvatvernauwing/verstopping, trombose en beroerten anderzijds liet zien dat bij een verlaging van de homocysteïne-concentratie de kans op deze aandoeningen met tussen de 16 en 24% afnam. Die verlaging correspondeerde met de dagelijkse inname van 0,8 mg foliumzuur (vitamine B11). Deze vitamine is namelijk, samen met vitamine B6 en B12, vaak de oorzaak van een te hoog homocysteïnegehalte. Een ander onderzoek onder 80.000 Amerikaanse vrouwen (JAMA 1998; 279:359-364) liet zien dat vitamine B6 preventief werkt bij hart- en vaatziekten. Een zelfde verband voor alle drie de genoemde B-vitamines wordt gemeld door het Nederlandse tijdschrift Supplement (nr. 17, september 2002) dat zich baseert op een onderzoek in JAMA van augustus 2002.
In 1993 publiceerde The New England Journal of Medicine de resultaten van onderzoek onder 87.000 Amerikaanse verpleegkundigen tussen 34 en 59 jaar. De kans op een hartinfarct bleek met 34% af te nemen door inname van minimaal 200 eenheden vitamine E. (The New England Journal of Medicine 328: 1444-1456).
Dan zijn er publicaties van onder anderen Langsjoen en Folkers (Kort: Proceedings of the National Academy of Sciences; Klinische Wochenschrift; International Journal of Tissue Reactions, 1985 en 1990) naar hartzwakte, een levensbedreigende aandoening. Van degenen van de onderzochte patiënten die naast de gewone medicijnen ook co-enzym Q10 innamen, was na drie jaar nog 75% in leven; van degenen die dat niet deden nog maar 25%.
In een Italiaans onderzoek onder ruim 11.000 mensen werd gekeken in hoeverre omega 3-vetzuren (te vinden in een visoliesupplement) beschermend waren voor het hart. Na afloop van de onderzoeksperiode van 3,5 jaar was de kans op overlijden aan een hartaandoening - vooral een plotselinge dood - 45% minder bij degenen die visolie namen in vergelijking met de controlegroep. (Circulation - American Heart Association, 2002;105:1897-1903)
De kans op diabetes, een andere risicofactor voor hart- en vaataandoeningen, kan door dagelijkse inname van een voedingssupplement met bijna een kwart verminderd worden. Dat lieten gegevens van 10.000 Amerikanen zien, die werden geanalyseerd door het National Center for Health Statistics. Het werd gepubliceerd in American Journal of Epidemiology 2001; 153:892-897.

Noten
1. 'A million children saved through vitamin A supplementation'; Internet-persbericht Unicef 12-2-2001.
2. Terzijde zij opgemerkt dat wie beweert (onder wie ook de schrijvers) dat homeopathische middelen niet werken - ik heb daar zelf overigens geen definitief oordeel over -, daar bij gebruik van het homeopathische kruidenextract libido-forte ( www.libidopil.nl ) snel van terug zullen komen. Ik merk dat op vanwege de wereldwijde gekte rond viagra dat uit de reguliere medische hoek komt, maar bepaald niet zonder risico's is.
3. Ook hier is nogal wat rotzooi op de markt, maar het gebruik van chroom is zonder risico en effectief. Het wordt ook ingezet waar wel een medische noodzaak is, namelijk in geval van structureel overgewicht.
 


Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 378, 18 april 2003


Plaats een reactie ...

Reageer op "Mooie site - Kleintje Muurkrant - waarop gediscussieerd wordt over o.a. ontwikkelingen in de gezondheidszorg en publicaties van de Vereniging tegen Kwakzalverij"


Gerelateerde artikelen