Bij patiënten met een uitgezaaide oogmelanoom (Uveaal melanoom) type HLA-A2-negatief geeft Darovasertinib plus Crizotnib als eerstelijnsbehandeling een klinisch significant langere ziekteprogressievrije overleving, een verbeterde objectieve responsratio en een beter ziektecontrolepercentage in vergelijking met de door de oncoloog gekozen behandeling. Dat blijkt uit de resultaten van de Fase III studie OptimUM-02.
De resultaten uit het abstract vertaalt in het Nederlands:
- In totaal ontvingen 338 patiënten ten minste één dosis studiemedicatie, 313 patiënten vormden de werkzaamheidspopulatie. De mediane ziekteprogressievrije tijd volgens BICR was 6,9 maanden voor Darovasertinib plus Crizotnib en 3,1 maanden voor behandelingskeuze van oncoloog.
- De mediane ziekteprogressievrije tijd was respectievelijk 6,7 maanden en 2,7 maanden (1,7, 4,1); HR 0,36, p< 0,0001.
- BICR ORR {37,1% [CR 2,4%; PR 34,8%] versus 5,8% [CR 0%, PR 5,8%],
- Ziektecontrole (DCR) (73,3% versus 31,1%), DOR (mediaan 6,8 maanden versus niet-evalueerbaar) en ORRinv [39,5% versus 1,9%], DCRinv [74,3% versus 27,2%] en DORinv (6,8 maanden versus NE) waren allemaal in het voordeel van Darovasertinib plus Crizotnib (p-waarde < 0,0001).
- De voorlopige overall overleving (OS) -trend is ook gunstig.
- De meest voorkomende bijwerkingen van Darovasertinib plus Crizotnib waren diarree (89,5%), misselijkheid (78,2%), perifeer oedeem (70,7%) en braken (53,6%). In de keuze oncologenbehandeling waren dit misselijkheid (41,4%), diarree (36,3%), vermoeidheid (33,3%) en verhoogde AST- en ALT-waarden (31,1%).
- Bijwerkingen leidden tot stopzetting en dosisverlaging van Darovasertinib bij respectievelijk 3,8% en 23,8% van de patiënten en van Crizotnib bij respectievelijk 10,9% en 27,2% van de patiënten.
- In de keuzebehandeling van de oncolooggroep stopte 19,2% van de patiënten met de behandeling vanwege bijwerkingen.
- De meest voorkomende graad 3 of 4 bijwerkingen voor Darovasertinib plus Crizotnib waren diarree (10,9%) en syncope (7,9%), en voor oncologenbehandeling verhoogde AST- en ALT-waarden (8,1%), diarree (6,1%) en hepatitis (5,1%).
- Ernstige bijwerkingen gerelateerd aan de behandeling traden op bij respectievelijk 9,2% en 25,3% van de patiënten in de Darovasertinib plus Crizotnib groep en oncologenbehandeling.
- In elke groep trad één fatale bijwerking gerelateerd aan de behandeling op.
Conclusies:
Bij patiënten met oogmelanoom (Uveaal melanoom) type HLA-A2-negatief die in de eerstelijnsbehandeling werden behandeld, toonde Darovasertinib plus Crizotnib een klinisch significant langere progressievrije overleving en een verbeterde objectieve responsratio (ORR) en ziektecontrolepercentage (DCR) in vergelijking met de door de onderzoeker gekozen behandeling. De bijwerkingen waren consistent met de eerder gerapporteerde veiligheidsprofielen in beide groepen. Deze resultaten ondersteunen een potentiële nieuwe therapeutische standaard voor een ziekte met beperkte behandelingsmogelijkheden en een slechte prognose.
Het abstract is te lezen op ASCO 2026 en in PDF te downloaden als volledig studierapport, kijk daarvoor op de pagina van het abstract:
Abstract
LBA9503
Background: Uveal melanoma (UM) is the most common ocular cancer in adults with up to 50% of patients developing metastasis with high mortality. No FDA-approved systemic treatments exist for HLA-A*02:01 (HLA-A2) -negative metastatic UM (mUM), and therapies effective in other melanoma subtypes have limited efficacy. Darovasertib (darova) is a first-in-class, oral PKC inhibitor that showed encouraging clinical outcomes in a prior phase 1/2 study in combination with the MET inhibitor crizotinib (crizo). Here we present primary safety & efficacy results from the nested phase 2/3 OptimUM-02 trial of darova+crizo as first-line treatment for HLA-A2 negative-mUM. Methods: OptimUM-02 is an open-label study of HLA-A2 negative first-line mUM patients who were randomized 2:1 to receive darova 300 mg plus crizo 200 mg BID or investigator’s choice (IC) of treatment (pembrolizumab, ipilimumab + nivolumab, or dacarbazine). The primary endpoint for efficacy for phase 2 was progression-free survival (PFS) by RECIST (BICR). Other endpoints included investigator assessed PFS (PFSinv), objective response rate (ORR), duration of response (DOR), disease control rate (DCR: CR+ PR + SD ≥ 12 weeks), and safety. Overall survival, the phase 3 primary endpoint, will be presented as the data matures. Results: Overall 338 patients received at least one dose of study treatment (safety population), 313 comprised the efficacy population. The median PFS by BICR was 6.9 months for darova+crizo (5.6, 8.3) and 3.1 months for IC (1.8, 4.2); HR: 0.42, p<.0001. Median PFSinv was 6.7 months (5.6, 8.2) and 2.7 months (1.7, 4.1) resp; HR 0.36, p< 0.0001. BICR ORR {37.1% [CR 2.4%; PR 34.8%] vs. 5.8% [CR 0%, PR 5.8%], DCR (73.3% vs 31.1%), DOR (median 6.8 months vs. Non-Evaluable) as well as ORRinv [39.5% vs. 1.9%], DCRinv [74.3% vs. 27.2%] and DORinv (6.8 months vs. NE) all favored darova+crizo (p-value < 0.0001). Preliminary OS is also trending favorably. The most common treatment emergent adverse events (AEs) for darova+crizo were diarrhea (89.5%), nausea (78.2%), peripheral edema (70.7%), & vomiting (53.6%). In the IC arm, these were nausea (41.4%), diarrhea (36.3%), fatigue (33.3%), AST & ALT elevation (31.1%). AEs led to discontinuation & dose reduction of darova in 3.8% & 23.8% and crizo in 10.9% & 27.2% subjects. In the IC arm, 19.2% discontinued due to AEs. The most common Grade 3 or 4 AEs for darova + crizo were diarrhea (10.9%) & syncope (7.9%) and for IC, AST & ALT increase (8.1%), diarrhea (6.1%) & hepatitis (5.1%). Treatment related serious AEs occurred in 9.2% and 25.3% on darova + crizo and IC respectively. One treatment related fatal AE occurred in each arm. Conclusions: In patients with HLA-A2-negative-mUM treated in the first-line setting, darova+crizo demonstrated a clinically and significantly longer PFS, and improved ORR and DCR compared with the investigator’s choice treatment. AEs were consistent with the previously reported safety profiles in each arm. These results support a potential new therapeutic standard for a disease with limited treatment options and poor prognosis. Clinical trial information: NCT05987332.
Formats available
You can view the full content in the following formats:
Gerelateerde artikelen
- Darovasertib plus crizotinib geeft als eerstelijnsbehandeling betere resultaten in ziektevrije tijd voor patiënten met uitgezaaide oogmelanoom type HLA-A2-negatief in vergelijking met keuzebehandeling van de oncoloog
- Dabrafenib en trametinib bij de behandeling van hoogrisico melanoom stadium IIIB en C wordt officieel vergoed vanaf 1 november 2020.
- Dabrafenib bijzonder effectief voor metastasen in het hoofd ontstaan vanuit primair melanomen met BRAF mutatie
- Gleevec - Imatinib geeft geen enkel positief effect bij kleine groep van melanoompatiënten (18) met metastases, blijkt uit kleinschalige fase II trial in twee Duitse ziekenhuizen.
- Ipilimumab - Yervoy blijkt veilige en effectieve behandeling bij beginnende nog niet behandelde patienten met een melanoom.
- Lambrolizumab (MK-3475) - een anti PD1 immuuntherapeutisch middel - verdubbelt 1 jaars overleving bij patiënten met vergevorderde melanoom naar 81%. Zelfs nog 20% beter dan voor ipilimumab met veel minder bijwerkingen.
- Trametinib nu ook door ESMO goedgekeurd als officieel medicijn bij melanomen
- vemurafenib plus cobimetinib, een MEK en BRAf remmer, geeft samen 49 procent langere progressievrije tijd en 35 procent minder kans op overlijden bij melanomen.
- Personalised medicine en targeted therapy bij melanomen: een overzicht



Plaats een reactie ...
Reageer op "Darovasertib plus crizotinib geeft als eerstelijnsbehandeling betere resultaten in ziektevrije tijd voor patiënten met uitgezaaide oogmelanoom type HLA-A2-negatief in vergelijking met keuzebehandeling van de oncoloog"