Helpt u ons om meer van deze artikelen te plaatsen? 

3 november 2017: Bron: Cancer Manag Res. 2017; 9: 259–266. Published online 2017 Jun 30.

Wanneer darmkankerpatiënten uitzaaiingen in het buikvlies krijgen (peritoneal metastases (PM)) dan is een operatie plus een hypec (hyperthermic intraperitoneal chemotherapy) nog soms een optie. Maar niet vaak worden patiënten daarvoor aangenomen, zeker niet als er ook nog bv. levertumoren zijn. 

Toch blijkt nu uit een grote review studie dat het combineren van een operatie met hypec met ook een verwijdering van levertumoren voor levensverlenging kan zorgen bij darmkankerpatiënten. Aan de hand van de zogeheten Peritoneal Surface Disease Severity Score (PSDSS) worden meestal de patiënten geselecteerd. Echter deze PSDSS heeft tot nu toe niet echt bewezen een betrouwbare prognose te kunnen geven. Wat dat betreft scoort de peritoneal cancer index (PCI) score (hoeveel en hoe groot zijn de uitzaaiingen in de buikholte en buikvlies) beter op de prognose.39

In deze reviewstudie: Patient selection for cytoreductive surgery and HIPEC for the treatment of peritoneal metastases from colorectal cancer wordt een uitstekende analyse gemaakt aan de hand van de literatuur wanneer de beste resultaten kunnen worden verwacht van een operatie plus Hypec. Met of zonder leveruitzaaiingen vanuit darmkanker.

 Tekst gaat verder onder het plaatje van een HYPEC:

HIPEC IllustrationFoto: Een Hipec behandeling

Ik heb de belangrijkste conclusies uit een lang studierapport in het Nederlands vertaald in soort van samenvatting. Maar het volledige studierapport vermeld nog veel en veel meer, maar is zo lang dat ik me kan voorstellen dat u voldoende hebt aan de samenvatting. Het abstract staat onderaan dit artikel met referentieliijst. De nummers in mijn samenvatting verwijzen naar de studies in de referentielijst.

Hoe vaak komen buikvliestumoren (peritoneal metastases (PM)) bij darmkanker voor?

De incidentie van gelijktijdige buikvliestumoren (PM) bij patiënten met darmkanker is ~ 5%, bestaande uit 25% van alle patiënten met geljktijdig een stadium IV-ziekte..13,14

Gezien de PM-cijfers van 40% in de autoptie studies, worden de eerder genoemde percentages beschouwd als een onderschatting van de realiteit.17

Dit kan worden veroorzaakt door een grote groep patiënten zonder specifieke symptomen in welke PM niet tijdens het leven werd ontdekt, waarschijnlijk door de lage nauwkeurigheid van conventionele beeldvorming.18

darmkanker plaatsen(3) De darmen

Risicofactoren voor buikvliestumoren (PM) vanuit darmkanker:

Lemmens et al hebben een gevorderd T-stadium, lymfeklier uitzaaiingen en een slecht differentiatiecijfer geïdentificeerd als onafhankelijke risicofactoren voor synchrone PM.131416,19

Naast deze factoren, hebben mucineuze adenocarcinomen en signaalkringcarcinomen de neiging om vaker in het buikvlies uit te zaaien dan andere histologische subtypes.7

Systemische aanpak van buikvliestumoren (PM) vanuit darmkanker:

De hoogste momenteel haalbare mediane overleving bij geselecteerde patiënten behandeld met systemische chemotherapie is 24 maanden.24 Andere studies tonen aan dat de toevoeging van gerichte middelen aan systemische chemotherapie de overall overleving verder kan verbeteren.25,26  Aangezien het buikvlies en buikholte een verminderde bloedtoevoer hebben, blijft de werkzaamheid van de systemische therapie beperkt.

Omvang van buikvliestumoren (PM) als prognosefactor (PCI-score):

Talrijke grote cohortstudies hebben de PCI-score geïdentificeerd als een belangrijke prognostische factor. Goéré et al hebben geconstateerd dat cytoredutie (CRS) en HIPEC geen overlevingsvoordeel lijken te bieden bij patiënten met een PCI score van ≥17.43

Op basis van de resultaten van eerder genoemde studies, zouden chirurgen het uitvoeren van CRS en HIPEC niet moeten uitvoeren bij patiënten met een PCI score van > 20. Bovendien is een gerelateerde factor om geen CRS plus Hypewc te doen de mate van uitzaaiingen in de dunne darm. 44

CRS en HIPEC zuden niet mogen worden uitgevoerd als een dergelijk groot deel van de darm door kanker is aangetast omdat een operatie een dunne darmsyndroom zou veroorzaken. 

Tot nu toe blijft diagnostische laparoscopie (kijkoperatie) met histologische bevestiging de gouden standaard voor het diagnosticeren en kwantificeren van buikvliestumoren vanuit darmkanker (PM), ondanks het invasieve karakter daarvan.47

Volledigheid van operatieve verwijdering (cytoreductie (CRS)) lijkt cruciaal voor kansen op overall overleving:

Volledigheid van cytoreductie is zo essentieel dat deskundigen het erover eens zijn dat CRS en HIPEC alleen mogen worden uitgevoerd als complete of bijna volledige macroscopische cytoreductie mogelijk is. 36

In een studie van Verwaal et al hadden patiënten met een rest ziekte van tumoren > 2,5 cm (R2b) een mediane overleving van slechts 5 maanden, vergeleken met 17 maanden bij patiënten met een rest ziekte van tumoren tussen 2,5 en 2,5 cm (R2a) en 39 maanden bij patiënten met macroscopische complete cytoreductie (R1).48 Ook andere studies laten vergelijkbare resultaten zien.31,33,42,49,50

Leveruitzaaiingen: (tekst gaat verder onder scanbeeld van levertumoren vanuit darmkanker)

darmkanker beeld van leveruitzaaiing(2)

Darmkankerpatiënten met zowel uitzaaiingen in buikvlies als in de lever zijn in het verleden niet behandeld met curatieve intenties, omdat uit studies is gebleken dat de mediane overall overleving beperkt bleef tot 5 maanden.54 Een curatieve aanpak kan echter overwogen worden bij streng geselecteerde patiënten met beperkte en operabele levertumoren.55,56

Bijgevolg hebben in het afgelopen decennium een aanzienlijk aantal studies gerapporteerd over patiënten die werden behandeld met CRS en HIPEC in combinatie met lokale behandeling van levermetastasen.

Bij deze patiënten bleek een mediane algehele overleving die varieerde van 6 tot 49 maanden, wat lager was dan bij patiënten met alleen buikvliestumoren (PM).
.56

Concluderend kan een patiënt met een aangepaste aanpak van darmkankerpatiënten met zowel tumoren in lever als in het buikvlies resulteren in langdurige overleving met aanvaardbare morbiditeit. Desalniettemin lijkt de overleving wel minder ten opzichte van patiënten met alleen buikvliestumoren.60

Signetringcelcarcinomen:

SignetringcelcarcinomenFoto: signetringcelcarcinomen

In het algemeen wordt darmkanker verdeeld in drie verschillende histologische subtypen; adenocarcinomen (85% -90%), slijmvlies adenocarcinomen (10% -15%) en signetringcelcarcinomen (1%).7

Ongeacht de behandeling wordt de prognose van darmkankerpatiënten met buikvliestumoren (PM) sterk beïnvloed door deze histologische typen.26 Signet ringcel histologie is in het bijzonder geassocieerd met een slechte prognose, met een mediane overleving van <3 maanden bij behandeling met palliatieve zorg.61

Verschillende studies tonen aan dat een ringcel histologie als een belangrijke negatieve factor wordt gezien in relatie tot de mediane overall overleving, variërend van 2,0 tot 3,7 maanden. 41,48,56,66

Niettemin, met betrekking tot palliatieve zorg, kan een vergelijkbare relatieve overlevingswinst worden bereikt door CRS en HIPEC bij patiënten met een signetringcelhistologie in vergelijking met patiënten met adenocarcinomen en mucineuze adenocarcinomen.61

De auteurs van een bevolkingsgerichte studie concluderen dat patiënten met signetringcelcarcinomen ook kunnen profiteren van CRS en HIPEC. Aangezien patiënten met deze vorm van darmkanker vaak jong zijn, kan een agressieve chirurgische benadering een realistische optie zijn in een streng geselecteerde subgroep.

Endeldarmkanker / rectumdarmkanker met uitzaaiingen in het buikvlies:

Bij darmkankerpatiënten worden dikke darmkanker en endeldarmkanker / rectumkanker beschouwd als twee verschilelnde vormen van kanker met voor elk een andere behandeling en prognose. 67,68 

Bij patiënten met uitzaaiingen in het buikvlies (PM) die worden behandeld met CRS en HIPEC, zijn deze verschillen tussen dikke darmkanker en endeldarmkanker minder duidelijk. Zij worden in de praktijk meestal gezien als één ziekte, ongeacht hun dikkedarm of endeldarm oorsprong. Als gevolg hiervan camoufleert de grote groep dikke darmkankerpatiënten vaak de resultaten van een klein deel van de patiënten met endeldarmkanker / rectumkanker.

In grote studies die prognostische factoren onderzochten voor overlevingsdata na een CRS en HIPEC, lijkt een rectale oorsprong geen invloed te hebben op de overleving in vergelijking met een oorsprong vanuit de dikkedarm.33,40,56,73

Zelfs in geselecteerde gevallen van lokaal gevorderde endeldarmkanker / rectumkanker met teegelijkertijd uitzaaiingen in het buikvlies (PM), werd een betere overall overleving en een acceptabele morbiditeit bereikt met een combinatie van CRS en HIPEC en intra-operatieve radiotherapie.74

Daarmee kunnen we concluderen dat CRS en HIPEC een haalbare optie kan zijn bij vooraf geselecteerde patiënten met buikvliestumoren (PM) vanuit endeldarmkanker / rectale kanker, met vergelijkbare uitkomsten als patiënten met buikvliestumoren (PM) bij dikke darmkanker.

Neo-adjvante systemische behandeling vooraf aan CRS en Hypec:

Hypothetisch gezien kan neo-adjuvante systemische therapie de kans vergroten op het bereiken van een volledige cytoreductie (totale operatieve verwijdering)  door pre-operatieve verkleining van de tumor. Echter, een gepoolde subgroepanalyse van gerandomiseerde studies in geavanceerde darmkanker onderschrijft het dogma dat dikkedarmkanker met uitzaaiingen in het buikvlies vaak resistent is tegen systemische behandelingen in vergelijking met uitzaaiingen in andere organen en plaatsen..22 Door de Blazer-classificatie te gebruiken, rapporteerden Passot et al. een complete en belangrijke pathologische respons van 10% en 20%, maar deze was lager dan de gerapporteerde pathologische respons van darmkanker met leveruitzaaiingen..7981 Tot nu toe ziojn er geen bewijzen dat een neo-adjuvante systemsiche behandeling vooraf aan een CRS en Hypec betere reusltaten zal geven.

Drie fase II studies onderzoeken op dit moment (d.d. 2017) de veiligheid en dosering. Neo-adjuvant FOLFOX met bevacizumab (BEV-IP trial, NCT02399410), FOLFOXIRI met bevacizumab (CARCINOSIS trial, NCT02591667), en FOLFOX/FOLFIRI met cetuximab (COMBATAC trial, NCT01540344) vooraf aan CRS en HIPEC voor potentieel operabele darmkanker met buikvliesuitzaaiingen (PM). 

Resultaten van deze onderzoeken zullen meer inzicht verschaffen in de gevoeligheid van darmkanker met uitzaaiingen in het buikvlies (PM) voor moderne neo-adjuvante chemotherapie / met gerichte medicijnen (targeted therapy).

Naast preoperatieve tumor verkleining, is een verbeterde selectie van patiënten een andere optie en meer algemeen geaccepteerd om voordeel te halen uit neo-adjuvante systemische therapie. Zie o.a deze studies: 24, 77 En de lopende CAIRO6 trial (NCT02758951)

(Red: denk hierbij met name aan een receptoren en DNA onderzoek vooraf aan de neo-adjuvante behandeling. Zowel voor als na als , indien mogelijk, tijdesn de hypec spoelingen zouden op bepaalde receptorenexpressie en DNA mutaties gebaseeerde behandelingen kunnen worden ingezet).

Samengevat kan neo-adjuvante systemische therapie de overall overleving na CRS en HIPEC verbeteren door de selectie van de patiënt te verbeteren, maar het voordeel op basis van intention-to-treat moet worden bevestigd door de resultaten van lopende en toekomstige onderzoeken. (Tekst gaat verder onder grafiek)

Darmkanker met uitzaaiingen in buikvlies studie grafiek

Conclusie:

Cytoreductie (CRS) en
hyperthermic intraperitoneal chemotherapy (HIPEC) is een haalbare behandelingsoptie voor geselecteerde darmkankerpatiënten met uitzaaiingen in het buikvlies (peritoneal metastases (PM)), resulterend in een verbeterde overall overleving op lange termijn en zelfs volledige genezing bij sommige patiënten. Een adequate selectie van patiënten voor deze behandeling is momenteel een van de grootste uitdagingen. Deze reviewstudie concentreerde zich op verschillende belangrijke punten in dit complexe samenspel van patiënt-, tumor- en behandelkenmerken.

Volgens de beschikbare literatuur hebben vooral de mate van uitzaaiingen in het buikvlies (PM) , de volledigheid van cytoreductie (volledige verwijderijng van de tumoren) en de celhistologie van de
signetringcelcarcinomen grote invloed op de uitkomsten na een CRS en HIPEC. De aanwezigheid van levermetastasen lijkt een negatieve prognostische impact te hebben. Daarentegen lijkt behandeling met neo-adjuvante systemische therapie de overleving na CRS en HIPEC te verlengen. Bovendien moet endeldarmkanker / rectale kanker niet worden beschouwd als een sterk negatieve prognostische factor.

Over het algemeen komen alleen darmkankerpatiënten met een beperkte hoeveelheid van tumoren in het buikvlies (PM), met grote kans op een volledige macroscopische cytoreductie en zonder celhistologie van de
signetringcelcarcinomen in aanmerking voor een CRS en Hypec. En zijn zij in staat om een overall overleving op lange termijn na een CRS en HIPEC te bereiken.

Prognostische modellen die de bovengenoemde factoren combineren, zoals het nomogram COMPASS, (External Validation of the Prognostic Nomogram (COMPASS) for Patients with Peritoneal Carcinomatosis of Colorectal Cancer) kunnen klinisch relevante hulpmiddelen bieden voor gebruik in de dagelijkse praktijk.

Het volledige studierapport van deze reviewstudie: Patient selection for cytoreductive surgery and HIPEC for the treatment of peritoneal metastases from colorectal cancer  is gratis in te zien.

Hier het abstract met bijbehorende referentielijst:

Prognostic models combining the above-mentioned factors, such as the Colorectal Peritoneal Metastases Prognostic Surgical Score nomogram, may provide clinically relevant tools to use in everyday practice.

Cancer Manag Res. 2017; 9: 259–266.
Published online 2017 Jun 30. doi:  10.2147/CMAR.S119569
PMCID: PMC5501638

Patient selection for cytoreductive surgery and HIPEC for the treatment of peritoneal metastases from colorectal cancer

Abstract

Cytoreductive surgery (CRS) and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy (HIPEC) is a viable option for selected patients with peritoneal metastases (PM) from colorectal origin, resulting in long-term survival and even cure in some cases. However, adequate patient selection for this treatment is currently one of the major challenges. The aim of this review is to provide a comprehensive overview of clinically relevant factors associated with overall survival. This may help to guide clinicians through the complex interplay of patient, tumor, and treatment characteristics to adequately select patients who benefit the most from this extensive surgical treatment. First, basic principles of colorectal PM and the CRS and HIPEC treatment will be discussed. According to available literature, especially extent of peritoneal disease, completeness of cytoreduction, and signet ring cell histology have great influence on the outcome after CRS and HIPEC. Other factors that seem to have a negative prognostic value are the presence of liver metastases and the absence of treatment with neo-adjuvant systemic therapy. Prognostic models combining the above-mentioned factors, such as the Colorectal Peritoneal Metastases Prognostic Surgical Score nomogram, may provide clinically relevant tools to use in everyday practice.

Conclusion

CRS and HIPEC is a viable option for selected patients with PM from colorectal origin, resulting in long-term survival and even cure in some patients. However, adequate patient selection for this treatment is currently one of the major challenges. This review focused on several important issues in this complex interplay of patient, tumor, and treatment characteristics. According to available literature, especially extent of peritoneal disease, completeness of cytoreduction, and signet ring cell histology have great influence on the outcome after CRS and HIPEC. The presence of liver metastases seems to have a negative prognostic impact. In contrast, treatment with neo-adjuvant systemic therapy seems to prolong survival after CRS and HIPEC. Additionally, rectal cancer should not be regarded as a strong negative prognostic factor. In general, only patients with limited peritoneal disease, eligible for complete macroscopic cytoreduction and without signet ring cell histology, are able to achieve long-term survival after CRS and HIPEC. Prognostic models combining the above-mentioned factors, such as the COMPASS nomogram, may provide clinically relevant tools to use in everyday practice.

Footnotes

Disclosure

The authors report no conflicts of interest in this work.

References

1. American Cancer Society Cancer Statistics Center. [Accessed August 1, 2016]. Available at: https://cancerstatisticscenter.cancer.org/
2. Lemmens V, van Steenbergen L, Janssen-Heijnen M, Martijn H, Rutten H, Coebergh JW. Trends in colorectal cancer in the south of the Netherlands 1975–2007: rectal cancer survival levels with colon cancer survival. Acta Oncol. 2010;49(6):784–796. [PubMed]
3. van der Geest LG, Lam-Boer J, Koopman M, Verhoef C, Elferink MA, de Wilt JH. Nationwide trends in incidence, treatment and survival of colorectal cancer patients with synchronous metastases. Clin Exp Metastasis. 2015;32(5):457–465. [PubMed]
4. Manfredi S, Bouvier AM, Lepage C, Hatem C, Dancourt V, Faivre J. Incidence and patterns of recurrence after resection for cure of colonic cancer in a well defined population. Br J Surg. 2006;93(9):1115–1122. [PubMed]
5. van Gestel YR, de Hingh IH, van Herk-Sukel MP, et al. Patterns of metachronous metastases after curative treatment of colorectal cancer. Cancer Epidemiol. 2014;38(4):448–454. [PubMed]
6. Hess KR, Varadhachary GR, Taylor SH, et al. Metastatic patterns in adenocarcinoma. Cancer. 2006;106(7):1624–1633. [PubMed]
7. Hugen N, van de Velde CJ, de Wilt JH, Nagtegaal ID. Metastatic pattern in colorectal cancer is strongly influenced by histological subtype. Ann Oncol. 2014;25(3):651–657. [PMC free article] [PubMed]
8. Hennessy BT, Coleman RL, Markman M. Ovarian cancer. Lancet. 2009;374(9698):1371–1382. [PubMed]
9. Thomassen I, Lemmens VE, Nienhuijs SW, Luyer MD, Klaver YL, de Hingh IH. Incidence, prognosis, and possible treatment strategies of peritoneal carcinomatosis of pancreatic origin: a population-based study. Pancreas. 2013;42(1):72–75. [PubMed]
10. Thomassen I, van Gestel YR, van Ramshorst B, et al. Peritoneal carcinomatosis of gastric origin: a population-based study on incidence, survival and risk factors. Int J Cancer. 2014;134(3):622–628. [PubMed]
11. Thomassen I, Verhoeven RH, van Gestel YR, van de Wouw AJ, Lemmens VE, de Hingh IH. Population-based incidence, treatment and survival of patients with peritoneal metastases of unknown origin. Eur J Cancer. 2014;50(1):50–56. [PubMed]
12. Moran B, Baratti D, Yan TD, Kusamura S, Deraco M. Consensus statement on the loco-regional treatment of appendiceal mucinous neoplasms with peritoneal dissemination (pseudomyxoma peritonei) J Surg Oncol. 2008;98(4):277–282. [PubMed]
13. Lemmens VE, Klaver YL, Verwaal VJ, Rutten HJ, Coebergh JW, de Hingh IH. Predictors and survival of synchronous peritoneal carcinomatosis of colorectal origin: a population-based study. Int J Cancer. 2011;128(11):2717–2725. [PubMed]
14. Segelman J, Granath F, Holm T, Machado M, Mahteme H, Martling A. Incidence, prevalence and risk factors for peritoneal carcinomatosis from colorectal cancer. Br J Surg. 2012;99(5):699–705. [PubMed]
15. Kerscher AG, Chua TC, Gasser M, et al. Impact of peritoneal carcinomatosis in the disease history of colorectal cancer management: a longitudinal experience of 2406 patients over two decades. Br J Cancer. 2013;108(7):1432–1439. [PMC free article] [PubMed]
16. Segelman J, Akre O, Gustafsson UO, Bottai M, Martling A. Individualized prediction of risk of metachronous peritoneal carcinomatosis from colorectal cancer. Colorectal Dis. 2014;16(5):359–367. [PubMed]
17. Koppe MJ, Boerman OC, Oyen WJ, Bleichrodt RP. Peritoneal carcinomatosis of colorectal origin: incidence and current treatment strategies. Ann Surg. 2006;243(2):212–222. [PMC free article] [PubMed]
18. Koh JL, Yan TD, Glenn D, Morris DL. Evaluation of preoperative computed tomography in estimating peritoneal cancer index in colorectal peritoneal carcinomatosis. Ann Surg Oncol. 2009;16(2):327–333. [PubMed]
19. Rekhraj S, Aziz O, Prabhudesai S, et al. Can intra-operative intraperitoneal free cancer cell detection techniques identify patients at higher recurrence risk following curative colorectal cancer resection: a meta-analysis. Ann Surg Oncol. 2008;15(1):60–68. [PubMed]
20. Sloothaak DA, Mirck B, Punt CJ, et al. Intraperitoneal chemotherapy as adjuvant treatment to prevent peritoneal carcinomatosis of colorectal cancer origin: a systematic review. Br J Cancer. 2014;111(6):1112–1121. [PMC free article] [PubMed]
21. Klaver CE, Musters GD, Bemelman WA, et al. Adjuvant hyperthermic intraperitoneal chemotherapy (HIPEC) in patients with colon cancer at high risk of peritoneal carcinomatosis; the COLOPEC randomized multicentre trial. BMC Cancer. 2015;15:428. [PMC free article] [PubMed]
22. Franko J, Shi Q, Meyers JP, et al. Prognosis of patients with peritoneal metastatic colorectal cancer given systemic therapy: an analysis of individual patient data from prospective randomised trials from the Analysis and Research in Cancers of the Digestive System (ARCAD) database. Lancet Oncol. 2016;17(12):1709–1719. [PubMed]
23. Razenberg LG, van Gestel YR, Creemers GJ, Verwaal VJ, Lemmens VE, de Hingh IH. Trends in cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy for the treatment of synchronous peritoneal carcinomatosis of colorectal origin in the Netherlands. Eur J Surg Oncol. 2015;41(4):466–471. [PubMed]
24. Elias D, Lefevre JH, Chevalier J, et al. Complete cytoreductive surgery plus intraperitoneal chemohyperthermia with oxaliplatin for peritoneal carcinomatosis of colorectal origin. J Clin Oncol. 2009;27(5):681–685. [PubMed]
25. Klaver YL, Simkens LH, Lemmens VE, et al. Outcomes of colorectal cancer patients with peritoneal carcinomatosis treated with chemotherapy with and without targeted therapy. Eur J Surg Oncol. 2012;38(7):617–623. [PubMed]
26. Razenberg LG, van Gestel YR, Lemmens VE, de Wilt JH, Creemers GJ, de Hingh IH. The prognostic relevance of histological subtype in patients with peritoneal metastases from colorectal cancer: a nationwide population-based study. Clin Colorectal Cancer. 2015;14(4):e13–e19. [PubMed]
27. Spratt JS, Adcock RA, Muskovin M, Sherrill W, McKeown J. Clinical delivery system for intraperitoneal hyperthermic chemotherapy. Cancer Res. 1980;40(2):256–260. [PubMed]
28. Sugarbaker PH. Peritonectomy procedures. Ann Surg. 1995;221(1):29–42. [PMC free article] [PubMed]
29. Cashin PH, Mahteme H, Spang N, et al. Cytoreductive surgery and intraperitoneal chemotherapy versus systemic chemotherapy for colorectal peritoneal metastases: a randomised trial. Eur J Cancer. 2016;53:155–162. [PubMed]
30. Verwaal VJ, van Ruth S, de Bree E, et al. Randomized trial of cytoreduction and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy versus systemic chemotherapy and palliative surgery in patients with peritoneal carcinomatosis of colorectal cancer. J Clin Oncol. 2003;21(20):3737–3743. [PubMed]
31. Elias D, Gilly F, Boutitie F, et al. Peritoneal colorectal carcinomatosis treated with surgery and perioperative intraperitoneal chemotherapy: retrospective analysis of 523 patients from a multicentric French study. J Clin Oncol. 2010;28(1):63–68. [PubMed]
32. Esquivel J, Lowy AM, Markman M, et al. The American Society of Peritoneal Surface Malignancies (ASPSM) multi-institution evaluation of the peritoneal surface disease severity score (PSDSS) in 1,013 patients with colorectal cancer with peritoneal carcinomatosis. Ann Surg Oncol. 2014;21(13):4195–4201. [PubMed]
33. Glehen O, Kwiatkowski F, Sugarbaker PH, et al. Cytoreductive surgery combined with perioperative intraperitoneal chemotherapy for the management of peritoneal carcinomatosis from colorectal cancer: a multi-institutional study. J Clin Oncol. 2004;22(16):3284–3292. [PubMed]
34. Kuijpers AM, Mirck B, Aalbers AG, et al. Cytoreduction and HIPEC in the Netherlands: nationwide long-term outcome following the Dutch protocol. Ann Surg Oncol. 2013;20(13):4224–4230. [PMC free article] [PubMed]
35. Goere D, Malka D, Tzanis D, et al. Is there a possibility of a cure in patients with colorectal peritoneal carcinomatosis amenable to complete cytoreductive surgery and intraperitoneal chemotherapy? Ann Surg. 2013;257(6):1065–1071. [PubMed]
36. Esquivel J, Piso P, Verwaal V, et al. American Society of Peritoneal Surface Malignancies opinion statement on defining expectations from cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy in patients with colorectal cancer. J Surg Oncol. 2014;110(7):777–778. [PubMed]
37. Simkens GA, van Oudheusden TR, Braam HJ, et al. Treatment-related mortality after cytoreductive surgery and HIPEC in patients with colorectal peritoneal carcinomatosis is underestimated by conventional parameters. Ann Surg Oncol. 2016;23(1):99–105. [PubMed]
38. Simkens GA, van Oudheusden TR, Luyer MD, et al. Serious postoperative complications affect early recurrence after cytoreductive surgery and HIPEC for colorectal peritoneal carcinomatosis. Ann Surg Oncol. 2015;22(8):2656–2662. [PubMed]
39. Jacquet P, Sugarbaker PH. Clinical research methodologies in diagnosis and staging of patients with peritoneal carcinomatosis. Cancer Treat Res. 1996;82:359–374. [PubMed]
40. da Silva RG, Sugarbaker PH. Analysis of prognostic factors in seventy patients having a complete cytoreduction plus perioperative intraperitoneal chemotherapy for carcinomatosis from colorectal cancer. J Am Coll Surg. 2006;203(6):878–886. [PubMed]
41. Simkens GA, van Oudheusden TR, Nieboer D, et al. Development of a prognostic nomogram for patients with peritoneally metastasized colorectal cancer treated with cytoreductive surgery and HIPEC. Ann Surg Oncol. 2016;23(13):4214–4221. [PubMed]
42. Cavaliere F, De Simone M, Virzi S, et al. Prognostic factors and oncologic outcome in 146 patients with colorectal peritoneal carcinomatosis treated with cytoreductive surgery combined with hyperthermic intraperitoneal chemotherapy: Italian multicenter study S.I.T.I.L.O. Eur J Surg Oncol. 2011;37(2):148–154. [PubMed]
43. Goere D, Souadka A, Faron M, et al. Extent of colorectal peritoneal carcinomatosis: attempt to define a threshold above which HIPEC does not offer survival benefit: a comparative study. Ann Surg Oncol. 2015;22(9):2958–2964. [PubMed]
44. Elias D, Mariani A, Cloutier AS, et al. Modified selection criteria for complete cytoreductive surgery plus HIPEC based on peritoneal cancer index and small bowel involvement for peritoneal carcinomatosis of colorectal origin. Eur J Surg Oncol. 2014;40(11):1467–1473. [PubMed]
45. Soussan M, Des Guetz G, Barrau V, et al. Comparison of FDG-PET/CT and MR with diffusion-weighted imaging for assessing peritoneal carcinomatosis from gastrointestinal malignancy. Eur Radiol. 2012;22(7):1479–1487. [PubMed]
46. Li J, Yan R, Lei J, Jiang C. Comparison of PET with PET/CT in detecting peritoneal carcinomatosis: a meta-analysis. Abdom Imaging. 2015;40(7):2660–2666. [PubMed]
47. Valle M, Garofalo A. Laparoscopic staging of peritoneal surface malignancies. Eur J Surg Oncol. 2006;32(6):625–627. [PubMed]
48. Verwaal VJ, van Tinteren H, van Ruth S, Zoetmulder FA. Predicting the survival of patients with peritoneal carcinomatosis of colorectal origin treated by aggressive cytoreduction and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy. Br J Surg. 2004;91(6):739–746. [PubMed]
49. Glehen O, Gilly FN, Boutitie F, et al. Toward curative treatment of peritoneal carcinomatosis from nonovarian origin by cytoreductive surgery combined with perioperative intraperitoneal chemotherapy: a multi-institutional study of 1,290 patients. Cancer. 2010;116(24):5608–5618. [PubMed]
50. Shen P, Hawksworth J, Lovato J, et al. Cytoreductive surgery and intraperitoneal hyperthermic chemotherapy with mitomycin C for peritoneal carcinomatosis from nonappendiceal colorectal carcinoma. Ann Surg Oncol. 2004;11(2):178–186. [PubMed]
51. Kuijpers AM, Aalbers AG, Nienhuijs SW, et al. Implementation of a standardized HIPEC protocol improves outcome for peritoneal malignancy. World J Surg. 2015;39(2):453–460. [PubMed]
52. Asanuma D, Sakabe M, Kamiya M, et al. Sensitive beta-galactosidase-targeting fluorescence probe for visualizing small peritoneal metastatic tumours in vivo. Nat Commun. 2015;6:6463. [PMC free article] [PubMed]
53. Boonstra MC, van Driel PB, van Willigen DM, et al. uPAR-targeted multimodal tracer for pre- and intraoperative imaging in cancer surgery. Oncotarget. 2015;6(16):14260–14273. [PMC free article] [PubMed]
54. Thomassen I, van Gestel YR, Lemmens VE, de Hingh IH. Incidence, prognosis, and treatment options for patients with synchronous peritoneal carcinomatosis and liver metastases from colorectal origin. Dis Colon Rectum. 2013;56(12):1373–1380. [PubMed]
55. El-Nakeep S, Rashad N, Oweira H, et al. Intraperitoneal chemotherapy and cytoreductive surgery for peritoneal metastases coupled with curative treatment of colorectal liver metastases: an updated systematic review. Expert Rev Gastroenterol Hepatol. 2017;11(3):249–258. [PubMed]
56. Kwakman R, Schrama AM, van Olmen JP, et al. Clinicopathological parameters in patient selection for cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy for colorectal cancer metastases: a meta-analysis. Ann Surg. 2016;263(6):1102–1111. [PubMed]
57. Lorimier G, Linot B, Paillocher N, et al. Curative cytoreductive surgery followed by hyperthermic intraperitoneal chemotherapy in patients with peritoneal carcinomatosis and synchronous resectable liver metastases arising from colorectal cancer. Eur J Surg Oncol. 2017;43(1):150–158. [PubMed]
58. Navez J, Remue C, Leonard D, et al. Surgical treatment of colorectal cancer with peritoneal and liver metastases using combined liver and cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy: report from a single-centre experience. Ann Surg Oncol. 2016;23(Suppl 5):666–673. [PubMed]
59. Randle RW, Doud AN, Levine EA, et al. Peritoneal surface disease with synchronous hepatic involvement treated with cytoreductive surgery (CRS) and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy (HIPEC) Ann Surg Oncol. 2015;22(5):1634–1638. [PMC free article] [PubMed]
60. Elias D, Faron M, Goere D, et al. A simple tumor load-based nomogram for surgery in patients with colorectal liver and peritoneal metastases. Ann Surg Oncol. 2014;21(6):2052–2058. [PubMed]
61. Simkens GA, Razenberg LG, Lemmens VE, Rutten HJ, Creemers GJ, de Hingh IH. Histological subtype and systemic metastases strongly influence treatment and survival in patients with synchronous colorectal peritoneal metastases. Eur J Surg Oncol. 2016;42(6):794–800. [PubMed]
62. van Oudheusden TR, Braam HJ, Nienhuijs SW, et al. Poor outcome after cytoreductive surgery and HIPEC for colorectal peritoneal carcinomatosis with signet ring cell histology. J Surg Oncol. 2015;111(2):237–242. [PubMed]
63. Winer J, Zenati M, Ramalingam L, et al. Impact of aggressive histology and location of primary tumor on the efficacy of surgical therapy for peritoneal carcinomatosis of colorectal origin. Ann Surg Oncol. 2014;21(5):1456–1462. [PubMed]
64. Chua TC, Pelz JO, Kerscher A, Morris DL, Esquivel J. Critical analysis of 33 patients with peritoneal carcinomatosis secondary to colorectal and appendiceal signet ring cell carcinoma. Ann Surg Oncol. 2009;16(10):2765–2770. [PubMed]
65. Van Sweringen HL, Hanseman DJ, Ahmad SA, Edwards MJ, Sussman JJ. Predictors of survival in patients with high-grade peritoneal metastases undergoing cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy. Surgery. 2012;152(4):617–624. [PubMed]
66. Pelz JO, Stojadinovic A, Nissan A, Hohenberger W, Esquivel J. Evaluation of a peritoneal surface disease severity score in patients with colon cancer with peritoneal carcinomatosis. J Surg Oncol. 2009;99(1):9–15. [PubMed]
67. van Erning FN, van Steenbergen LN, Lemmens VE, et al. Conditional survival for long-term colorectal cancer survivors in the Netherlands: who do best? Eur J Cancer. 2014;50(10):1731–1739. [PubMed]
68. Van Leersum NJ, Snijders HS, Henneman D, et al. The Dutch surgical colorectal audit. Eur J Surg Oncol. 2013;39(10):1063–1070. [PubMed]
69. Simkens GA, van Oudheusden TR, Braam HJ, et al. Cytoreductive surgery and HIPEC offers similar outcomes in patients with rectal peritoneal metastases compared to colon cancer patients: a matched case control study. J Surg Oncol. 2016;113(5):548–553. [PubMed]
70. Ung L, Chua TC, Morris DL. Peritoneal metastases of lower gastrointestinal tract origin: a comparative study of patient outcomes following cytoreduction and intraperitoneal chemotherapy. J Cancer Res Clin Oncol. 2013;139(11):1899–1908. [PMC free article] [PubMed]
71. Votanopoulos KI, Swett K, Blackham AU, et al. Cytoreductive surgery with hyperthermic intraperitoneal chemotherapy in peritoneal carcinomatosis from rectal cancer. Ann Surg Oncol. 2013;20(4):1088–1092. [PMC free article] [PubMed]
72. Gomes da Silva R, Cabanas J, Sugarbaker PH. Limited survival in the treatment of carcinomatosis from rectal cancer. Dis Colon Rectum. 2005;48(12):2258–2263. [PubMed]
73. Rivard JD, McConnell YJ, Temple WJ, Mack LA. Cytoreduction and heated intraperitoneal chemotherapy for colorectal cancer: are we excluding patients who may benefit? J Surg Oncol. 2014;109(2):104–109. [PubMed]
74. Klaver YL, Lemmens VE, Nienhuijs SW, Nieuwenhuijzen GA, Rutten HJ, de Hingh IH. Intraoperative radiotherapy and cytoreductive surgery with hyperthermic intraperitoneal chemotherapy. Five consecutive case reports of locally advanced rectal cancer with synchronous peritoneal carcinomatosis. Strahlenther Onkol. 2013;189(3):256–260. [PubMed]
75. Passot G, Vaudoyer D, Cotte E, et al. Progression following neoadjuvant systemic chemotherapy may not be a contraindication to a curative approach for colorectal carcinomatosis. Ann Surg. 2012;256(1):125–129. [PubMed]
76. Baratti D, Kusamura S, Iusco D, et al. Postoperative complications after cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy affect long-term outcome of patients with peritoneal metastases from colorectal cancer: a two-center study of 101 patients. Dis Colon Rectum. 2014;57(7):858–868. [PubMed]
77. Devilee RA, Simkens GA, van Oudheusden TR, et al. Increased survival of patients with synchronous colorectal peritoneal metastases receiving preoperative chemotherapy before cytoreductive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemotherapy. Ann Surg Oncol. 2016;23(9):2841–2848. [PubMed]
78. Ceelen W, Van Nieuwenhove Y, Putte DV, Pattyn P. Neoadjuvant chemotherapy with bevacizumab may improve outcome after cytoreduction and hyperthermic intraperitoneal chemoperfusion (HIPEC) for colorectal carcinomatosis. Ann Surg Oncol. 2014;21(9):3023–3028. [PubMed]
79. Passot G, You B, Boschetti G, et al. Pathological response to neoadjuvant chemotherapy: a new prognosis tool for the curative management of peritoneal colorectal carcinomatosis. Ann Surg Oncol. 2014;21(8):2608–2614. [PubMed]
80. Blazer DG, 3rd, Kishi Y, Maru DM, et al. Pathologic response to preoperative chemotherapy: a new outcome end point after resection of hepatic colorectal metastases. J Clin Oncol. 2008;26(33):5344–5351. [PubMed]
81. Chan G, Hassanain M, Chaudhury P, et al. Pathological response grade of colorectal liver metastases treated with neoadjuvant chemotherapy. HPB (Oxford) 2010;12(4):277–284. [PMC free article] [PubMed]
82. Nordlinger B, Sorbye H, Glimelius B, et al. Perioperative chemotherapy with FOLFOX4 and surgery versus surgery alone for resectable liver metastases from colorectal cancer (EORTC intergroup trial 40983): a randomised controlled trial. Lancet. 2008;371(9617):1007–1016. [PMC free article] [PubMed]
83. Chua TC, Morris DL, Saxena A, et al. Influence of modern systemic therapies as adjunct to cytoreduction and perioperative intraperitoneal chemotherapy for patients with colorectal peritoneal carcinomatosis: a multicenter study. Ann Surg Oncol. 2011;18(6):1560–1567. [PubMed]
84. Prada-Villaverde A, Esquivel J, Lowy AM, et al. The American Society of Peritoneal Surface Malignancies evaluation of HIPEC with mitomycin C versus oxaliplatin in 539 patients with colon cancer undergoing a complete cytoreductive surgery. J Surg Oncol. 2014;110(7):779–785. [PubMed]
85. Ng JL, Ong WS, Chia CS, Tan GH, Soo KC, Teo MC. Prognostic relevance of the peritoneal surface disease severity score compared to the peritoneal cancer index for colorectal peritoneal carcinomatosis. Int J Surg Oncol. 2016;2016:2495131. [PMC free article] [PubMed]
86. Rovers KP, Simkens GA, Punt CJ, van Dieren S, Tanis PJ, de Hingh IH. Perioperative systemic therapy for resectable colorectal peritoneal metastases: Sufficient evidence for its widespread use? A critical systematic review. Crit Rev Oncol Hematol. 2017;114:53–62. [PubMed]

Articles from Cancer Management and Research are provided here courtesy of Dove Press

Plaats een reactie ...

Reageer op "Hoe kunnen oncologen het beste patienten selecteren voor een operatie van buikvliestumoren samen met een HIPEC voor de behandeling van buikvliestumoren vanuit darmkanker."


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

Catharina ziekenhuis Eindhoven >> Hoe kunnen oncologen het beste >> Hypec - hyperthermic intraperitoneal >> Hipec - Hypertherme Intraperitoneale >> Een HIPEC - Hyperthermic intraperitoneal >> Hypec-operatie bij uitgezaaide >> HYPEC IPHC - hyperthermie >> HYPEC - Hyperthermie in combinatie >> HYPEC - Hypertherme Intra >>