31 augustus 2005: Bron: Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2005 Aug;14(8):1940-7.

Een opvallende studie werd deze maand gepubliceerd door het Department of Epidemiology and Biostatistics van de Universiteit van South Carolina in samenwerking met het LUMC (Leiden). De onderzoekers onderzochten meer dan 900.000 uitstrijkjes van de afgelopen 16 jaar, allemaal getest in een laboratorium in Leiden. Daarbij werd gekeken of de vastgestelde abnormaliteiten zoals aanwezigheid van HPV virus en kwaadaardige veranderingen in het baarmoederhals epitheel (huidoppervlakte) ook verschilden per seizoen omdat deze beïnvloed lijken te worden door zowel de kracht van het zonlicht en door sexuele activiteit welke het HPV virus overdraagt.

RESULTATEN: (a) Twee keer zoveel pre-kwaadaardige en kwaadaardige epitheel veranderingen werden gevonden onder uitstrijkjes verkregen in de zomermaanden, met een Augustus piek vergeleken met een histopathologisch bewijs van een HPV infectie en zonlichtkracht of straling in Zuid-Nederland. (b) Maandelijkse zonlichtstraling correspondeert positief met zowel de maandelijkse cijfers van door uitstrijkjes bepaalde baarmoederhals epitheel dysplasia (afwijkingen van de baarmoederhalshuid) en kanker histopathologie, als ook het HPV virus (c) Conceptie frequentie in deze lokatie piekt in het voorjaar en niet in de zomer en bestrijkt 4,8% van de jaarlijkse frequentie.

CONCLUSIES: (a) Baarmoederhals epitheel infectie en door HPV veroorzaakte baarmoederhals dysplasia en kwaadaardige veranderingen lijken ieder nieuwe risico's door blootstelling aan de zon en daardoor gedragsmatig te vermijden. (b) Omdat uitstrijkjes vele abnormaliteiten niet ontdekken welke vaak spontaan oplossen (verkeerd positief), pleiten deze data ervoor dat screening en follow-up van uitstrijkjes in andere seizoenen moeten plaatsvinden dan in de zomer op het Noordelijk halfrond om verkeerde positieve uitslagen van de uitstrijkjes te voorkomen. Algemene data zijn voorhanden voor het verder testen van elk van deze conclusies.

Season, sun, sex, and cervical cancer.

Hrushesky WJ, Sothern RB, Rietveld WJ, Du Quiton J, Boon ME.

Department of Epidemiology and Biostatistics, Norman J. Arnold of Public Health, University of South Carolina, Columbia, SC 29209, USA. william.hrushesky@med.va.gov

INTRODUCTION: Sunlight's UV B component, a known cellular immunosupressant, carcinogen, and activator of viral infections, is generally seasonally available. Venereal human papillomavirus (HPV) transmission, at least in part, causes cervical cancer. We have previously inspected the monthly rates of venereal HPV infection and sunlight fluency in Southern Holland over 16 consecutive years. Both peak in August with at least 2-fold seasonality. The amount of available sunlight and the rate of Papanicolaou (Pap) smear screen-detected HPV are positively correlated. We now investigate whether premalignant and malignant cervical epithelial changes are also seasonal and related to seasonal sunlight fluency.

METHODS: We have studied >900,000 consecutive, serially independent, interpretable screening Pap smears obtained by a single cervical cancer screening laboratory in Leiden, Holland, during a continuous 16-year span from 1983 through 1998. The average monthly rates of premalignant and malignant epithelial change were inspected and the annual patterns contrasted to the annual pattern of sunlight fluency at this global location and to monthly average HPV infection rate. Because HPV is venereally transmitted, Dutch seasonal sexual behavior was evaluated by assessment of the annual pattern of Dutch conception frequency as a competing cause for cervical cancer seasonality.

RESULTS: (a) Twice as many premalignant and malignant epithelial changes were found among Pap smears obtained in the summer months, with an August peak concurrent with histopathologic evidence of HPV infection and sunlight fluency in Southern Holland. (b) Monthly sunlight fluency is correlated positively with both the monthly rates of Pap smear-detected cervical epithelial dysplasia and carcinomatous histopathology, as well as HPV. (c) Conception frequency, in this location, peaks in Spring not summer, and has a 4.8% annual amplitude.

CONCLUSIONS: (a) Cervical epithelial HPV infection and HPV-induced cervical epithelial dysplasia and carcinomatous change may each be novel sun exposure risks and thereby behaviorably avoidable. (b) Because screening Pap smears uncover many abnormalities that resolve spontaneously (false positives), these data may argue for screening and follow-up Pap smear examinations in seasons other than summer in the Northern Hemisphere, to diminish the false-positive smear rate. Global data are available to confirm and further test each of these conclusions.

PMID: 16103441 [PubMed - in process]

Plaats een reactie ...

Reageer op "Diagnose van baarmoederhalskanker: Uitstrijkje om baarmoederhalskanker op te sporen in de zomerperiode op het noordelijk halfrond lijkt te worden beïnvloed door de zon en sexuele activiteit en geeft te vaak een verkeerde uitslag."


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

Gezondheidsraad adviseert >> Amerikaanse Vereniging van >> Risico's en oorzaken van baarmoederhalskanker >> Pilgebruik en baarmoederhalskanker: >> Diagnose van baarmoederhalskanker: >> Diagnose van baarmoederhalskanker: >> Diagnose baarmoederhalskanker: >> Diagnose baarmoederhalskanker: >> Diagnose van baarmoederhalskanker: >> Diagnose van baarmoederhalskanker: >>