8 april 2021: Bron: JAMA 25 maart 2021

Voor patiënten met een melanoom zijn vormen van immuuntherapie standaard eerste- en tweedelijns behandelingen. Maar sommige vormen van immuuntherapie geven ook behoorlijk veel bijwerkingen. Uit een studie met 387 patiënten bleek dat 43 procent chronische immuungerelateerde bijwerkingen kreeg. Bijwerkingen waarvan patiënten maar moeilijk of helemaal niet meer herstellen. 

Uit een retrospectieve studie bij 387 patiënten met een operabel melanoom stadium III/IV blijken dus chronische immuungerelateerde bijwerkingen (irAE's) behoorlijk vaak voor te komen tijdens en na een behandeling van immuuntherapie met een anti-PD medicijn (checkpointblokker) bij deze patiënten. 

De meest voorkomende acute immuungerelateerde bijwerkingen waren dermatitis / jeuk van de huid, schildklierontstekingen (thyroïditis ) / (hypothyreoïdie) te langzaam werkende schildklier, gewrichtsklachten ( artralgie), darmontstekingen (colitis) / diarree en hepatitis.
Chronische irAE's werden gemeld bij 43,2% van de patiënten; de meest voorkomende chronische irAE's waren te langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie), gewrichtsklachten ( artralgie), dermatitis, bijnierinsufficiëntie en droge mond ( xerostomie). De meeste chronische irAE's waren mild maar bleven klachten geven tot aan het einde van de follow-up van het onderzoek. En volgens de onderzoekers blijven sommige bijwerkingen chronisch.

Het studierapport is in JAMA tegen betaling in te zien.

Hier het abstract van de studie:

March 25, 2021 JAMA Oncol. Published online March 25, 2021. doi:10.1001/jamaoncol.2021.0051

Chronic Immune-Related Adverse Events Following Adjuvant Anti–PD-1 Therapy for High-risk Resected Melanoma

Key Points

Question  What is the incidence, time course, and spectrum of chronic immune-related adverse events (irAEs) arising from adjuvant treatment with anti–programmed cell death 1 (anti–PD-1) for advanced melanoma?

Findings  In this multicenter cohort study of 387 patients with stage III to IV melanomas, 43% of patients treated with anti–PD-1 developed a chronic irAE, with only 14% resolving at last follow-up. Chronic irAEs most commonly affected nonvisceral organs (endocrine, joints, salivary glands, eye, and peripheral nerves).

Meaning  Chronic irAEs associated with anti–PD-1 therapy are more common than previously recognized and frequently persist even with prolonged follow-up.

Abstract

Importance  Agents targeting programmed cell death 1 (PD-1)/PD ligand 1 (PD-L1) improve long-term survival across many advanced cancers and are now used as adjuvant therapy for resected stage III and IV melanomas. The incidence and spectrum of chronic immune-related adverse events (irAEs) have not been well defined.

Objective  To determine the incidence, time course, spectrum, and associations of chronic irAEs arising from adjuvant anti–PD-1 therapy.

Design, Setting, and Participants  This retrospective multicenter cohort study was conducted between 2015 and 2020 across 8 academic medical centers in the United States and Australia. Patients with stage III to IV melanomas treated with anti–PD-1 in the adjuvant setting were included.

Main Outcomes and Measures  Incidence, types, and time course of chronic irAEs (defined as irAEs persisting at least 12 weeks after therapy cessation).

Results  Among 387 patients, the median (range) age was 63 (17-88) years, and 235 (60.7%) were male. Of these patients, 267 (69.0%) had any acute irAE, defined as those arising during treatment with anti–PD-1, including 52 (19.5%) with grades 3 through 5 events; 1 patient each had fatal myocarditis and neurotoxicity. Chronic irAEs, defined as those that persisted beyond 12 weeks of anti–PD-1 discontinuation, developed in 167 (43.2%) patients, of which most (n = 161; 96.4%) were mild (grade 1 or 2) and most persisted until last available follow-up (n = 143; 85.6%). Endocrinopathies (73 of 88; 83.0%), arthritis (22 of 45; 48.9%), xerostomia (9 of 17; 52.9%), neurotoxicities (11 of 15; 73.3%), and ocular events (5 of 8; 62.5%) were particularly likely to become chronic. In contrast, irAEs affecting visceral organs (liver, colon, lungs, kidneys) had much lower rates of becoming chronic irAEs; for example, colitis became chronic in 6 of 44 (13.6%) cases, of which 4 of 6 (66.7%) resolved with prolonged follow-up. Age, gender, time of onset, and need for steroids were not associated with the likelihood of chronicity of irAEs.

Conclusion and Relevance  In this multicenter cohort study, chronic irAEs associated with anti–PD-1 therapy appear to be more common than previously recognized and frequently persisted even with prolonged follow-up, although most were low grade. The risks of chronic irAEs should be integrated into treatment decision-making.


Plaats een reactie ...

Reageer op "Chronische immuungerelateerde bijwerkingen komen veelvuldig voor bij patiënten met stadium III-IV melanoom die worden behandeld met immuuntherapie met anti-PD medicijnen"


Gerelateerde artikelen