9 april 2014: Bron: Jefforson Hospital

Twee studies hebben recent aangetoond dat bepaalde receptorenexpressies en genenmutaties een rol spelen bij patiënten met hersentumoren glioblastoma die behandeld worden met temodal en bestraling - radiotherapie, de standaard behandeling voor hersentumoren - glioblastoma's na een gehele of gedeeltelijke operatie. En ook de behandelingen van hersentumoren kunnen dus vallen binnen een personalised medicine programma. Deze twee studies zijn uitgevoerd in opdracht van het bedrijf waarvoor wij onze hulp aanbieden voor een biomoleculair onderzoek.

In 1 studie, totaal aantal deelnemers 28 patiënten met een hersentumor glioblastoma mutiforme, bleek bij 12 patiënten waarbij er een zogeheten pseudoprogressie optrad, dat er sprake was van verschillen in expressie van verschillende individuele genen, bv. er bleek een mindere zogeheten MGMT methylation ten opzichte van de patiënten waarbij geen pseudoprogressie optreedt. En ook de TOPO1 expressie en TS expressie kwam meer of juist minder voor bij patiënten met pseudoprogressie.

Bij een andere studie ook met 28 deelnemers - patiënten met een hersentumor glioblastoma, bleken bepaalde genenexpressies meer voor te komen bij de patiënten die al snel een recidief of progressie lieten zien en bepaalde genenexpressies kwamen juist meer voor bij die patiënten waarbij het langer duurde voor er progressie optrad of een recidief.

Resultaten studie bij pseudoprogressie
• Bij 12 patients (41%) ontwikkelden een pseudoprogressie na behandeling met chemo en bestraling.
•MGMT methylation was minder frequent bij patiënten met pseudoprogressie vergeleken met degenen die geen pseudoprogressie ontwikkelden:  25% vs 58%, respectievelijk.
•TOPO1 expressie bleek meer frequent voor te komen patiënten met pseudoprogressie: 50% vs 29% respectievelijk.
•TS expressie werd gevonden bij alle patiënten met pseudoprogressie (100%), terwijl dit bij patiënten zonder pseudoprogressie bij slechts 52% werd geconstateerd.
•PI3KCA mutatie werd meer waargenomen bij patiënten die een pseudoprogressie vertoonden hoewel het aantal nog wel beperkt was met 16%.  Bij patiënten zonder pseudoprogressie werd geen PI3KCA mutatie gevonden.  
•De overige expressie en mutaties van andere specifieke genen bleken vergelijkbaar bij beide groepen patiënten, dus zowel bij patiënten met en zonder pseudoprogressie.

Resultaten vroege progressie en/of recidief:

Results________________________
• Median time between MRI imaging 20 days
• 28.6% van de patiënten hadden een vroege progressie of recidief  (EP - early progression)
• De genen die vaker een expressie lieten zien in de EP groep waren:
• PTEN, p=NS
• AR, p=NS
• cKIT, p=NS
• TOP2A, p=NS
• TOPO1 p=NS
• TS, p=0.06
• De genen die meer frequent expressie lieten zien in de groep met geen vroege progressie of recidief waren:
• MGMT hypermethylation
• RRM1
• SPARC monoclonal
• SPARC polyclonal

Het abstract van de studie met pseudoprogressieMolecular profiling of GBM patients developed pseudoprogression after chemoradiation treatment_SNO2013

Het abstract van de studie met EP - vroege progressie: Differences in Biomarker Expression in GBM Patients with Early Progression after Surgery-SNO2013


Plaats een reactie ...

Reageer op "Hersentumoren: Biomoleculair profile onderzoek bij hersentumoren - glioblastoma multiforme maakt wezenlijk verschil in behandelingsresultaten blijkt uit twee studies"


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

Hersentumoren: Biomoleculair >> Hersentumoren: Biomoleculair >>