17 juli 2014: ik heb onderaan het abstract van de studie: Plasma Vitamin D Concentration Influences Survival Outcome After a Diagnosis of Colorectal Cancer, welke tegen betaling is in te zien toegevoegd.

Een omschrijving en de betekenis van deze studie staat hieronder.

24 maart 2014: Aanvullend op onderstaande publicaties lees ook het artikel: 

Vitamine D zorgt voor significant minder risico op overlijden aan darmkanker.

Het blijkt namelijk dat wanneer de 25-hydroxyvitamin D waarden in het bloed hoog (normaal) zijn deze ervoor kunnen zorgen dat patiënten met darmkanker een minder risico op overlijden aan alle oorzaken heeft (tot wel 29%) en zelfs tot 39% voor het risico op overlijden aan darmkanker specifiek in vergelijking met mensen met darmkanker waarvan hun 25-hydroxyvitamin D waarden in het bloed te laag zijn. Des regelmatig in de zon wandelen of sporten, of vitamine D rijke voeding gebruiken of extra supplementen nemen is zeker aan te bevelen, ook als u al darmkanker hebt.

16 oktober 2011: onderstaande resultaten zijn inmiddels vele malen bevestigd in andere studies. Maar het lijkt me zinnig om ook deze studie te laten staan.

Bron: Science d.d. 17 mei 2002 en NRC 18 mei 2002: 

Vitamine D (bv. zonlicht, levertraan en vette vis) in combinatie met een calciumkuur beschermt tegen dikke darmkanker

Blijkens verschillende studieresultaten gepubliceerd in Science d.d. 17 mei 2002, beschermt vitamine D tegen het krijgen van dikke darmkanker. Overigens is al langer bekend dat vitamine D in combinatie met een calciumkuur ook beschermt tegen borstkanker en prostaatkanker. Vitamine D activeert een enzym dat bescherming biedt tegen het giftige galzuur lithocholzuur, dat algemeen als kankerverwekkend wordt gezien. Lithochozol ontstaat als afbraakproduct van afbraak van vetten en hiermee bewijzen indirect de onderzoekers volgens een artikel in de NRC van d.d. 18 mei 2002 dat een vetrijk dieet de kans op dikke darmkanker vergroot. Het is al veel langer bekend dat hoe hoger de aanwezigheid van vitamine D in het bloed hoe groter de kans op het krijgen van dikke darmkanker afneemt. Ik citeer een paar zinnen uit de NRC om duidelijk te manen hoe dit proces werkt. 

"De onderzoekers tonen aan dat de receptoren voor vitamine D ook van belang zijn voor de bescherming tegen het kankerverwekkende lithocholzuur. Deze receptoren zijn eiwitten op darmcellen waarmee vitamine D een binding kan aangaan. Als zo'n binding tot stand komt, ontstaat in de cel een soort kettingreactie die lithocholzuur afbreekt. Lithocholzuur blijkt zich aan deze receptor te kunnen binden. Het bewerkstelligt daarmee zijn eigen afbraak. De receptor functioneert daarom volgens de onderzoekers als een sensor die ervoor zorgt dat er in aanwezigheid van lithocholzuur meteen een mechanisme in werking treedt om dit schadelijke zuur af te breken."

Een 15-30 minuten met blote armen en benen in de zon zitten/lopen is al voldoende voor een volledige dagdosis vitamine D. Als Noord-Europeaan wel oppassen in zuidelijke landen omdat de zon daar een te sterke straling heeft en een zonnebrandmiddel noodzakelijk is. Het risico op huidkanker wordt anders namelijk verhoogd. Ook te lang in de felle zon met zonnebrandmiddel is gevaarlijk. Dus gedoseerd genieten van de zon. Aanvullend kunt u ook levertraan of vette vis eten. Zie ook het Houtsmullerdieet waarvan beide ingrediënten onderdeel zijn. Drie keer per week vette vis, een eetlepel levertraan per dag en bakken in olijfolie bv. is erg goed voor uw gezondheid en lijkt kankerremmend zo niet genezend te kunnen werken.

Hier het abstract van een studie die bewijst dat vrouwen met een eierstoksyndroom van veel cystes (Polycystic Ovarian Syndrome (PCO)) een tekort aan vitamine D en calcium hadden. Zodra deze vrouwen extra vitamine D en een calciumkuur kregen herstelde hun menstruatiecyclus en verdwenen de klachten. Er raakten zelfs vier vrouwen weer opnieuw in verwachting   Daaronder een artikel van Jenny Thompson van het Amerikaanse Health Science Institute die commentaar levert op de studieresultaten van zonlicht bij bv. ook borstkanker en prostaatkanker

Bron: Pubmed

Vitamin D and calcium dysregulation in the polycystic ovarian syndrome.

Thys-Jacobs S, Donovan D, Papadopoulos A, Sarrel P, Bilezikian JP.

Department of Medicine, St. Lukes-Roosevelt Hospital Center, Columbia University, College of Physicians & Surgeons, New York, NY 10019, USA.

Over the past 30 years, numerous studies in invertebrates and vertebrates have established a role of calcium in oocyte maturation as well as in the resumption and progression of follicular development. Polycystic ovarian syndrome (PCO) is characterized by hyperandrogenic chronic anovulation, theca cell hyperplasia, and arrested follicular development. The aim of this observational study was to determine whether vitamin D and calcium dysregulation contribute to the development of follicular arrest in women with PCO, resulting in reproductive and menstrual dysfunction. Thirteen premenopausal women (mean age 31 +/- 7.9 years) with documented chronic anovulation and hyperandrogenism were evaluated. Four women were amenorrheic and nine had a history oligomenorrhea, two of whom had dysfunctional bleeding. Nine had abnormal pelvic sonograms with multiple ovarian follicular cysts. All were hirsute, two had alopecia, and five had acanthosis nigricans. The mean 25 hydrovitamin D was 11.2 +/- 6.9 ng/ml [normal (nl): 9-52], and the mean 1,25 dihydroxyvitamin D was 45.8 +/- 18 pg/ml. with one woman with a 1,25 dihydroxyvitamin D <5 pg/ml (nl: 15-60). The mean intact parathyroid hormone level was 47 +/- 19 pg/ml (nl: 10-65), with five women with abnormally elevated parathyroid hormone levels. All were normocalcemic (9.3 +/- 0.4 mg/dl). Vitamin D repletion with calcium therapy resulted in normalized menstrual cycles within 2 months for seven women, with two experiencing resolution of their dysfunctional bleeding. Two became pregnant, and the other four patients maintained normal menstrual cycles. These data suggest that abnormalities in calcium homeostasis may be responsible, in part, for the arrested follicular development in women with PCO and may contribute to the pathogenesis of PCO.

PMID: 10433180 [PubMed - indexed for MEDLINE] 

Bron: Health Science Institute-Jenny Thompson

Dear Reader,

Just last weekend, most people in the U.S. turned their clocks ahead one 
hour in the spring ritual known as daylight savings time. (Hawaii, Alaska, 
Indiana and Arizona abstain.) The official reason for the semi-annual change 
is to give farmers more daylight hours to do their work. But new research 
suggests that another hour of sunlight each day may benefit us all.

According to the National Cancer Institute, lifetime exposure to sunlight 
may reduce your risk of some of the most common types of cancer. In an 
analysis of death certificates from 24 states over an 11-year period, the 
NCI researchers found that people who lived in the sunniest parts of the 
country, and those exposed to the most sunlight through their jobs, had 
significantly lower rates of breast and colon cancer than matched controls.

--------------------------------------------------------------
Sun may cut risk of some cancer by 25 percent
--------------------------------------------------------------

The scientists identified cases through a database maintained by the NCI, 
the National Institute for Occupational Safety and Health, and the National 
Center for Health Statistics. The data was collected from 24 states from 
1984 through 1995, and includes information on occupation, state of 
residence at birth and at death, and cause of death.

The researchers took significant measures to ensure the accuracy of their 
data. They only included people who were born and died in states in the same 
solar radiation range. And they classified farmers in their own occupational 
category, separate from other outdoor jobs, as they have been shown to have 
higher overall rates of certain types of cancer. They also narrowed down the 
cases substantially with a long list of exclusions.

Even after all those adjustments, the results were compelling.
Overall, people who lived in the highest solar radiation range (in states 
like Arizona, Hawaii, Florida, and Texas) had less risk of dying of breast, 
ovarian, prostate, or colon cancer than those who lived in the lowest range 
(states like Maine, New Hampshire, Ohio, and Washington). The occupational 
difference was most significant in relation to cases breast and colon 
cancer; across all levels of solar radiation, people who worked outside had 
20 to 25 percent less risk of these two types of cancer. And the benefits of 
outside work weren't attributable to the amount of hard labor. Even after 
the researchers adjusted for level of physical activity, the reduction in 
risk remained.

--------------------------------------------------------------
Use common sense to balance benefits and risks
--------------------------------------------------------------

In their discussion, the NCI researchers theorize that sunlight offers 
cancer protection through its contribution of vitamin D. Recent laboratory 
tests have shown that vitamin D can slow or halt the proliferation of breast 
and colon cancer cells. And in other research, breast cancer patients showed 
lower serum concentrations of a form of vitamin D when compared with healthy 
controls.

In recent years we've all been trained to fear the sun, due to the threat of 
skin cancer. Now there is a growing belief that exposure to the sun may not 
actually cause skin cancer (we'll continue to research this and send 
information as we uncover it). Either way, the fear of skin cancer shouldn't 
keep you huddled indoors in the dark. According to Dr. William C. Douglass, 
you can reap the sun's healthy benefits with as little as 20 minutes of 
exposure a day.

To Your Good Health,

Jenny Thompson
Health Sciences Institute

Source: Occupational and Environmental Medicine 2002;59:257-262

In patients with stage I to III CRC, postoperative plasma vitamin D is associated with clinically important differences in survival outcome, higher levels being associated with better outcome.

©American Society of Clinical Oncology

JCO JCO.2013.54.5947

Plasma Vitamin D Concentration Influences Survival Outcome After a Diagnosis of Colorectal Cancer

  1. Malcolm G. Dunlop

+ Author Affiliations

  1. Lina Zgaga, Susan M. Farrington, Farhat V.N. Din, Li Yin Ooi, Dominik Glodzik, Albert Tenesa, Harry Campbell, and Malcolm G. Dunlop, University of Edinburgh and Western General Hospital; Evropi Theodoratou and Harry Campbell, University of Edinburgh, Edinburgh; Albert Tenesa, University of Edinburgh, Roslin; Susan Johnston, Glasgow Royal Infirmary, Glasgow, United Kingdom; Lina Zgaga, Trinity College Dublin, Dublin, Ireland.
  1. Corresponding author: Malcolm G. Dunlop, MD, Medical Research Council Human Genetics Unit, Institute of Genetics and Molecular Medicine, University of Edinburgh, Western General Hospital, Edinburgh EH4 2XU, United Kingdom; e-mail: malcolm.dunlop@igmm.ed.ac.uk.
  1. L.Z. and E.T. contributed equally to this work.

Abstract

Purpose We investigated whether the plasma level of 25-hydroxyvitamin D (25-OHD) after a diagnosis of colorectal cancer (CRC) influences survival outcome.

Patients and Methods We prospectively studied 1,598 patients with stage I to III CRC. We sought association between plasma 25-OHD and stage-specific survival and tested for interaction between 25-OHD level and variation at the vitamin D receptor (VDR) gene locus. Blood was sampled postoperatively, and plasma was assayed for 25-OHD by liquid chromatography-tandem mass spectrometry. VDR polymorphisms (rs1544410, rs10735810, rs7975232, rs11568820) were genotyped, and haplotypes were inferred by using BEAGLE software. We tested for association between survival and 25-OHD, VDR genotype/haplotype, and after applying a VDR genotype–25-OHD interaction term. We conducted Kaplan-Meier survival analysis and used Cox proportional hazards models to estimate adjusted hazard ratios (HRs).

Results We found strong associations between plasma 25-OHD concentration and CRC-specific (P = .008) and all-cause mortality (P = .003). Adjusted HRs were 0.68 (95% CI, 0.50 to 0.90) and 0.70 (95% CI, 0.55 to 0.89), respectively (highest v lowest 25-OHD tertile), particularly in stage II disease (HR, 0.44; P = .004 for CRC-specific mortality). We detected gene-environment interactions between 25-OHD concentration and rs11568820 genotype for CRC-specific (P = .008) and all-cause (P = .022) mortality, number of protective alleles (P = .004 and P = .018, respectively), and GAGC haplotype at the VDR locus for all-cause mortality (P = .008).

Conclusion In patients with stage I to III CRC, postoperative plasma vitamin D is associated with clinically important differences in survival outcome, higher levels being associated with better outcome. We observed interactions between 25-OHD level and VDR genotype, suggesting a causal relationship between vitamin D and survival. The influence of vitamin D supplementation on CRC outcome will require further investigation


Plaats een reactie ...

Reageer op "Vitamine D (zonlicht/levertraan/vette vis) - circulerende vitamine D waarden spelen belangrijke rol in preventie van dikke darmkanker."


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

Hoge dosis vitamine D3 naast >> ATRA - all-trans-retinoic-acid >> Voedingssupplement met 6 voedingstoffen >> Vitamine D (25-hydroxyvitamin >> Vitamine D (zonlicht/levertraan/vette >> Menatetrenone - analoog aan >> Vitamine E en C voorkomt en >> Antioxidanten - voedingsuppletie: >>