Helpt u ons aan 500 donateurs om kanker-actueel online te houden?

30 juli 2018: Bron: Published in Oncology July 25, 2018

Kankerpatiënten waarbij de primaire tumor niet kan worden gevonden komt nog steeds voor (5,5 op de 100.000 diagnoses van kanker). Wel veel minder dan voor zeg 2010 (10 tot 17 op de 100.000) door de verbeterde diagnostiek. En ook het verbeterde receptoren- en DNA onderzoek spoort steeds vaker ook primaire tumoren op. Maar uit een recente studie onder 2935 kankerpatiënten zonder primaire tumor duiding blijkt dat ondanks dat dit minder voorkomt de overall overleving onder deze groep patiënten gelijk blijft. Waarbij opgemerkt dat de overall overleving voor patiënten met neuro endocriene tumoren (carcinoid ) en plaveiselcarcinomen verbeterd is en voor adenocarcinomen gelijk is gebleven.

Ik weet uit ervaringen van patiënten dat dit vooral lijkt te komen omdat als iemand kanker in de buik of darmen of longen heeft en de primaire tumor niet kan worden gevonden, deze patienten eerst worden behandeld zoals in de richtlijnen van bv darmkanker of eierstokkanker of longkanker enz. Dus afgaande op het orgaan waar de tumoren het eerst zichtbaar zijn geworden. 

Nu is algemeen bekend dat bv. neuro endocriene tumoren langzaam groeien en vaak pas last gaan geven en worden ontdekt als deze al zijn uitgezaaid naar longen en/of alvleesklier en/of darmen / buikvlies. Of beginnende tumoren in het buikvlies pas veel later worden ontdekt dan de uitzaaiingen ervan. Als daar dan een verkeerde behandeling voor wordt gegeven wordt er nog meer tijd verloren met gevolg dat mensen te laat of nooit beginnen aan een juiste behandeling. 

Deze studie (klik op de link voor volledige studierapport) : 

Cancer of Unknown Primary—Epidemiological Trends and Relevance of Comprehensive Genomic Profiling

bracht een en ander in kaart met als belangrijkste conclusies:

  • The objective of this study was to determine incidence and survival trends and to discuss the value of comprehensive genomic profiling (CGP) in 2935 patients with cancer of unknown primary (CUP). Age-standardized incidence rates (ASR) of CUP increased from 10.3 to 17.6 between 1981 and 1997 and decreased to 5.8/100,000 in 2014. Mean overall survival remained stable. Mortality was significantly lower in patients with squamous cell carcinoma (HR, 0.48) and neuroendocrine carcinoma (HR, 0.75) and higher in patients with unclassified neoplasms (HR, 1.25) compared with adenocarcinomas.

  • The authors concluded that CUP incidence decreased probably due to improved diagnostics, but mortality did not improve over the last 34 years. CGP testing may help to identify molecular signatures in CUP patients and enable targeted treatment.

Hier twee grafieken uit de studie die aangeven respectievelijk de overall overleving van kankerpatiënten in vergelijking met tumoren van onbekende primaire oorsprong en het verschil tussen de verschillende typen van tumoren:

Table 1. Characteristics and survival time of CUP patients in the canton of Zurich
AllAdenocarcinomaSquamous Cell CarcinomaNeuroendocrine carcinomaUnspecified carcinomasUnclassified neoplasms
Patients Total N (%) 2935 (100.0) 1241 (42.3) 193 (6.6) 188 (6.4) 488 (16.6) 825 (28.1)
Men N (%) 1380 (47.0) 538 (43.4) 129 (66.8) 108 (57.4) 259 (53.1) 346 (41.9)
Women N (%) 1555 (53.0) 703 (56.6) 64 (33.2) 80 (42.6) 229 (46.9) 479 (58.1)
Age in years Total Mean ± SD 72.9 ± 12.7 70.7 ± 12.4 69.3 ± 13.0 67.5 ± 13.1 70.1 ± 12.8 80.0 ± 9.9
Median 75.0 73.0 69.0 69.0 72.0 82.0
Men Mean ± SD 71.2 ± 12.3 69.5 ± 11.4 68.8 ± 12.4 66.1 ± 12.7 68.9 ± 13.1 77.9 ± 9.9
Median 73.0 71.0 69.0 68.5 71.0 80.0
Women Mean ± SD 74.5 ± 12.9 71.6 ± 13.1 70.3 ± 14.1 69.4 ± 13.5 71.6 ± 12.3 81.5 ± 9.5
Median 77.0 74.0 69.5 72.0 73.0 84.0
Age groups <60 N (%) 474 (16.1) 247 (19.9) 41 (21.3) 44 (23.4) 109 (22.3) 33 (4.0)
60‐69 N (%) 540 (18.4) 254 (20.5) 57 (29.5) 51 (27.1) 101 (20.7) 77 (9.4)
70‐79 N (%) 882 (30.1) 408 (32.8) 51 (26.4) 58 (30.9) 151 (30.9) 214 (25.9)
>80 N (%) 1039 (35.4) 332 (26.8) 44 (22.8) 35 (18.6) 127 (26.0) 501 (60.7)
Months of Survival Total Mean ± SD 12.3 ± 31.6 10.8 ± 29.2 31.0 ± 54.5 19.6 ± 37.2 13.3 ± 34.5 6.7 ± 17.6
Median (Q1‐Q3) 2.9 (0.9‐9.0) 3.0 (1.0‐8.3) 10.1 (3.1‐26.5) 5.0 (1.5‐21.8) 3.4 (1.1‐9.8) 1.4 (0.5‐4.5)
Men Mean ± SD 11.3 ± 29.1 9.3 ± 26.1 22.3 ± 42.2 21.4 ± 45.3 12.1 ± 29.0 6.1 ± 15.6
Median (Q1‐Q3) 2.7 (0.9‐8.3) 2.6 (0.9‐7.3) 8.3 (3.1‐22.3) 3.7 (1.1‐16.8) 3.2 (1.2‐9.7) 1.3 (0.4‐4.5)
Women Mean ± SD 13.1 ± 33.7 12.0 ± 31.4 47.8 ± 69.9 17.5 ± 23.5 14.7 ± 39.9 7.2 ± 19.1
Median (Q1‐Q3) 3.0 (0.9‐13.1) 2.6 (0.9‐7.3) 16.5 (3.7‐53.5) 3.7 (1.1‐16.8) 3.5 (0.9‐10.2) 1.4 (0.5‐4.5)
  • N = number, % = in percentage SD = standard deviation, Q1 = quartile 1, Q3 = quartile 3.

Age‐standardized incident rates of CUP in the canton of Zurich 1981‐2014. A, Overall, B, by morphology, C, by age group

Hier het abstract van deze studie:

CUP incidence decreased probably due to improved diagnostics, but mortality did not improve over the last 34 years. CGP testing may help to identify molecular signatures in CUP patients and enable targeted treatment.

ORIGINAL RESEARCH
Open Access

Cancer of unknown primary—Epidemiological trends and relevance of comprehensive genomic profiling

First published: 17 July 2018

Abstract

Background

Cancer of unknown primary (CUP) is a distinct clinicopathological entity with poor prognosis, frequently resistant to chemotherapy. Comprehensive genomic profiling (CGP) by next‐generation sequencing potentially identifies novel treatment options for CUP patients. The objective of this study was to determine incidence and survival trends and to discuss the value of CGP in CUP patients.

Methods

Age‐standardized incidence rates (ASR) per 100 000 were calculated for 2935 CUP patients from 1981 to 2014 using cancer registry data of the canton of Zurich, Switzerland. Kaplan–Meier survival curves were estimated for sex, age, and histological groups. Cox proportional hazards regression models were used to estimate adjusted hazard ratios (HR). A literature review was conducted to assess the current use of CGP in CUP patients.

Results

ASR of CUP increased from 10.3 to 17.6 between 1981 and 1997 and decreased to 5.8/100 000 in 2014. Mean overall survival remained stable. Mortality was significantly lower for patients with squamous cell carcinoma (HR 0.48 [95% CI, 0.41‐0.57]) and neuroendocrine carcinoma (0.75 [0.63‐0.88]) and higher for unclassified neoplasms (1.25 [1.13‐1.66]) compared to adenocarcinomas. The literature review identified 10 studies using CGP of CUP tissue. Clinically relevant mutations were identified in up to 85% of CUP patients, of which 13%‐64% may benefit from currently available drugs.

Conclusions

CUP incidence decreased probably due to improved diagnostics, but mortality did not improve over the last 34 years. CGP testing may help to identify molecular signatures in CUP patients and enable targeted treatment


Plaats een reactie ...

Reageer op "Kanker zonder primaire oorsprong komt minder voor door betere diagnostiek, maar kans op overlijden blijft gelijk."


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

De gezondheidsbevorderende >> Kanker zonder primaire oorsprong >> Gerichte behandelingen met >> Irina Kareva gebruikt wiskundige >> Hormoontherapie om bijwerkingen >> Een petscan met Novel 18F-Labeled >> De biologische processen waarom >> Bloedtest via witte bloedcellen >> Het voordeel van immunotherapeutische >> Radiotherapy and MVA-MUC1-IL-2 >>