24 januari 2010: Bron Medscape en The Lancet

The Lancet publiceerde al enkele maanden geleden een artikel waarin wordt gewezen op de hormonale factoren van niet-klein-cellige longkanker en de veel grotere kans op overlijden aan longkanker juist door die hormonale factoren. We hebben gedeeltes uit dat artikel vertaald. Het volledige artikel kunt u lezen op Medscape.

Nieuwe studies wijzen op een verband tussen longkanker bij vrouwen en hormonale factoren.
 
Twee grootschalige gerandomiseerde studies leveren een overtuigend bewijs dat longkanker wordt beïnvloed door hormonale factoren, een kwestie die al vele jaren is omstreden. Tijdens ASCO 2009 presenteerde Rowan T. Chlebowski, MD, PhD, van Harbor-UCLA Medical Center, de resultaten van een secundaire analyse van gegevens van de Women's Health Initiative (WHI) waaruit blijkt dat vrouwen die oestrogeen plus progestin hebben gekregen voor onderdrukking van de symptomen van de menopauze hadden na 5 jaar een significant hogere sterfte aan niet-kleincellige longkanker (NSCLC) dan vrouwen die niet de hormonen hadden gebruikt(Abstract CRA1500). Christina S. Baik, MD, MPH, presenteerde de resultaten van de Nurses' Health Study (NHS) waaruit blijkt dat het risico van niet-kleincellige longkanker kan worden verhoogd door bepaalde reproductieve hormonale factoren, maar niet door postmenopauzaal hormoon gebruik (Abstract 1501 ). Samen met de eerdere studiegegevens, illustreren deze resultaten van deze studies dat niet-kleincellige longkanker gezien moet worden als een heterogene ziekte beïnvloed door tal van hormonale factoren.

Dr Chlebowski onderzocht de incidentie van NSCLC - niet-kleincellige longkanker in 16.608 vrouwen die deelnamen in de WHI klinische studie en registreerden de mortaliteitscijfers en ontwikkeling van de ziekte tijdens de studieperiode (5,6 jaar) en tijdens de follow-up (2-4 jaar). Vrouwen in de WHI werden gerandomiseerd ingedeeld in respectievelijk een groep die dagelijkse geconjugeerde equine oestrogenen (CEE) (0,625 mg) kreeg, aangevuld met medroxyprogesteronacetaat (MPA) (2,5 mg) en een placebogroep. Hoewel vorige onderzoek had aangetoond dat hormonen relevant zijn voor de ontwikkeling van niet-kleincellige longkanker, is dit de eerste studie naar deze relatie in een gerandomiseerde, placebo gecontroleerde klinische trial.

Over het algemeen was er geen statistisch significant verschil in de incidentie (ontstaan) van NSCLC – niet-klein-cellige longkanker in de hormoonbehandelingsgroep vergeleken met de placebo-groep; 96 patiënten (0,14%) die CEE plus MPA kregen ontwikkelden NSCLC - niet-kleincellige longkanker, in vergelijking met 72 patiënten (0,11%) die een placebo ( p = 0,12)hadden gekregen. Echter een significant verschil werd waargenomen na 5 jaar, met meer diagnoses in de CEE-plus MPA groep. Bovendien, bij vrouwen die werden gediagnosticeerd met NSCLC - niet-kleincellige longkanker, was de mortaliteit 61% hoger voor degenen die hormoontherapie hadden gekregen in vergelijking met degenen die een placebo hadden gekregen (67 versus 39 doden, respectievelijk, p = 0,02).

Roken verhoogde verder het risico van het ontwikkelen van NSCLC = niet-kleincellige longkanker. Onder de vrouwen en huidige rokers en die CEE plus MPA gebruikten, was de mortaliteit van NSCLC - niet-kleincellige longkanker 3,14%, vergeleken met 2,3% van de huidige rokers in de placebogroep. Volgens dr. Chlebowski betekent dit een vermijdbare dood voor 1 op de 100 huidige rokers die ook de gecombineerde hormoontherapie gebruikten.

Lancet. 2009 Oct 10;374(9697):1243-51. Epub 2009 Sep 18.

Oestrogen plus progestin and lung cancer in postmenopausal women (Women's Health Initiative trial): a post-hoc analysis of a randomised controlled trial.

Chlebowski RT, Schwartz AG, Wakelee H, Anderson GL, Stefanick ML, Manson JE, Rodabough RJ, Chien JW, Wactawski-Wende J, Gass M, Kotchen JM, Johnson KC, O'Sullivan MJ, Ockene JK, Chen C, Hubbell FA; Women's Health Initiative Investigators.

Collaborators (226)

Nabel E, Rossouw J, Ludlam S, McGowan J, Geller N, Ford L, Prentice R, Anderson G, LaCroix A, Patterson R, McTiernan A, Cochrane B, Hunt J, Tinker L, Kooperberg C, McIntosh M, Wang CY, Chen C, Bowen D, Kristal A, Stanford J, Urban N, Weiss N, White E, Stein E, Laskarzewski P, Cummings SR, Nevitt M, Palermo L, Harnack L, Cammarata F, Lindenfelser S, Psaty B, Heckbert S, Wassertheil-Smoller S, Frishman W, Wylie-Rosett J, Barad D, Freeman R, Rajkovic A, Hays J, Young R, Sangi-Haghpeykar H, Manson JE, Rexrode KM, Walsh B, Gaziano JM, Bueche M, Eaton CB, Cyr M, Sloane G, Phillips L, Butler V, Porter V, Beresford SA, Taylor VM, Woods NF, Henderson M, Andersen R, Martin L, Hsia J, Gaba N, Katz R, Chlebowski R, Detrano R, Nelson A, Geller M, Michael Y, Whitlock E, Stevens V, Karanja N, Caan B, Sidney S, Bailey G, Hirata J, Kotchen JM, Barnabei V, Kotchen TA, Gilligan MA, Neuner J, Howard BV, Adams-Campbell L, Lessin L, Iglesia C, Mickel LK, Van Horn L, Greenland P, Khandekar J, Liu K, Rosenberg C, Black H, Powell L, Mason E, Gulati M, Stefanick ML, Hlatky MA, Chen B, Stafford RS, Mackey S, Lane D, Granek I, Lawson W, Messina C, San Roman G, Jackson R, Harris R, Paskett E, Mysiw WJ, Blumenfeld M, Lewis CE, Oberman A, Shikany JM, Safford M, Thomson CA, Bassford T, Ritenbaugh C, Chen Z, Ko M, Wactawski-Wende J, Trevisan M, Smit E, Graham S, Chang J, Robbins J, Yasmeen S, Hubbell FA, Frank G, Wong N, Greep N, Monk B, Nathan L, Heber D, Elashoff R, Liu S, Langer RD, Criqui MH, Talavera GT, Garland CF, Allison MA, Gass M, Watts N, Limacher M, Perri M, Kaunitz A, Williams RS, Brinson Y, Curb JD, Petrovitch H, Rodriguez B, Masaki K, Blanchette P, Wallace R, Torner J, Johnson S, Snetselaar L, Robinson J, Ockene J, Rosal M, Ockene I, Yood R, Aronson P, Lasser N, Singh B, Lasser V, Kostis J, McGovern P, O'Sullivan MJ, Parker L, Potter J, Fernandez D, Caralis P, Margolis KL, Grimm RH, Perron MF, Bjerk C, Kempainen S, Brunner R, Graettinger W, Oujevolk V, Bloch M, Heiss G, Haines P, Ontjes D, Sueta C, Wells E, Kuller L, Cauley J, Milas NC, Johnson KC, Satterfield S, Li R, Connelly S, Tylavsky F, Brzyski R, Schenken R, Sarto GE, Laube D, McBride P, Mares J, Loevinger B, Vitolins M, Burke G, Crouse R, Washburn S, Simon M, Hays J, Foreyt F, Assaf AR, Hall D, Miller V, Valanis B, Hiatt R, Clifford C, Pottern L, Meyskens F Jr, Judd H, Liu J, Watts N, Baum M, Grimm R, Daugherty S, Sheps D, Hulka B, Applegate W, Allen C, Bonds D.

Los Angeles Biomedical Research Institute at Harbor-UCLA Medical Center, Torrance, CA 90502, USA. rchlebowski@gmail.com

Comment in:

 

BACKGROUND: In the post-intervention period of the Women's Health Initiative (WHI) trial, women assigned to treatment with oestrogen plus progestin had a higher risk of cancer than did those assigned to placebo. Results also suggested that the combined hormone therapy might increase mortality from lung cancer. To assess whether such an association exists, we undertook a post-hoc analysis of lung cancers diagnosed in the trial over the entire follow-up period.

METHODS: The WHI study was a randomised, double-blind, placebo-controlled trial undertaken in 40 centres in the USA. 16 608 postmenopausal women aged 50-79 years with an intact uterus were randomly assigned by a computerised, stratified, permuted block algorithm to receive a once-daily tablet of 0.625 mg conjugated equine oestrogen plus 2.5 mg medroxyprogesterone acetate (n=8506) or matching placebo (n=8102). We assessed incidence and mortality rates for all lung cancer, small-cell lung cancer, and non-small-cell lung cancer by use of data from treatment and post-intervention follow-up periods. Analysis was by intention to treat. This study is registered with ClinicalTrials.gov, number NCT00000611.

FINDINGS: After a mean of 5.6 years (SD 1.3) of treatment and 2.4 years (0.4) of additional follow-up, 109 women in the combined hormone therapy group had been diagnosed with lung cancer compared with 85 in the placebo group (incidence per year 0.16%vs 0.13%; hazard ratio 1.23, 95% CI 0.92-1.63, p=0.16). 96 women assigned to combined therapy had non-small-cell lung cancer compared with 72 assigned to placebo (0.14%vs 0.11%; HR 1.28, 0.94-1.73, p=0.12). More women died from lung cancer in the combined hormone therapy group than in the placebo group (73 vs 40 deaths; 0.11%vs 0.06%; HR 1.71, 1.16-2.52, p=0.01), mainly as a result of a higher number of deaths from non-small-cell lung cancer in the combined therapy group (62 vs 31 deaths; 0.09%vs 0.05%; HR 1.87, 1.22-2.88, p=0.004). Incidence and mortality rates of small-cell lung cancer were similar between groups.

INTERPRETATION: Although treatment with oestrogen plus progestin in postmenopausal women did not increase incidence of lung cancer, it increased the number of deaths from lung cancer, in particular deaths from non-small-cell lung cancer. These findings should be incorporated into risk-benefit discussions with women considering combined hormone therapy, especially those with a high risk of lung cancer.

FUNDING: National Heart, Lung and Blood Institute, National Institutes of Health.

PMID: 19767090 [PubMed - indexed for MEDLINE]


Plaats een reactie ...

Reageer op "Hormonen: Er is een verband tussen longkanker bij vrouwen en hormonale factoren. Na 5 jaar bleken vrouwen uit de hormoongroep een grotere kans op overlijden te hebben dan vrouwen die geen hormonen gebruikten. 67 vs 39 doden van de longkankerpatienten."


Gerelateerde artikelen