26 september 2010: Bron: JNCI J Natl Cancer Inst (2010) doi: 10.1093/jnci/djq345

Breast Cancer Incidence and Hormone Replacement Therapy in Canada

  1. Affiliations of authors: Cancer Control Policy, Canadian Cancer Society, Toronto, ON, Canada (PD); Department of Epidemiology and Community Medicine, University of Ottawa, Ottawa, ON, Canada (CIN); Breast Cancer Outcomes Unit, British Columbia Cancer Agency, Vancouver, BC, Canada (IO); Centre for Chronic Diseases Prevention and Control, Public Health Agency of Canada, Ottawa, ON, Canada (HM)
  1. Correspondence to:
    Prithwish De, MHSc, PhD, Cancer Control Policy, Canadian Cancer Society, 10 Alcorn Ave, Ste 200, Toronto, ON, Canada M4V 3B1 (e-mail: pde@cancer.ca).

Abstract

Background In 2002, results of the Women’s Health Initiative clinical trial indicated that the long-term risks of combined estrogen and progestin hormone replacement therapy outweighed the health benefits for postmenopausal women. The resulting decline in use of hormone replacement therapy was followed by concurrent decreases in breast cancer incidence in several countries. The aim of the current study was to determine whether similar declines occurred in Canada.

Methods Data on prescriptions for hormone therapy were obtained from a national registry of pharmacy-filled prescriptions to confirm the reported trend in use of hormone replacement therapy among approximately 1200 women aged 50–69 years who participated in the National Population Health Survey between 1996 and 2006 and whose data were extrapolated to the Canadian female population. Age-standardized incidence rates for breast cancer were obtained from the population-based Canadian Cancer Registry for the same period, and mammography rates were obtained from the Canadian Community Health Survey. Joinpoint regression was used to examine changes in trends in the use of hormone replacement therapy and breast cancer incidence.

Results A reduced frequency of use of hormone replacement therapy was reflected in the decrease in dispensed hormone therapy prescriptions after 2002. The largest drop in use of combined hormone replacement therapy (from 12.7%, 95% confidence interval = 10.1% to 14.2%, to 4.9%, 95% CI = 3.4% to 6.8%, of all women) occurred between January 1, 2002, and December 31, 2004, among women aged 50–69 years. This drop occurred concurrently with a 9.6% decline in the incidence rate of breast cancer (from 296.3 per 100 000 women, 95% CI = 290.8 to 300.5 per 100 000 women, in 2002 to 268.0 per 100 000 women, 95% CI = 263.3 to 273.5 per 100 000 women, in 2004). Mammography rates were stable at 72% over the same period.

Conclusion During the period 2002–2004, there was a link between the declines in the use of hormone replacement therapy and breast cancer incidence among Canadian women aged 50–69 years, in the absence of any change in mammography rates.

20 april 2007: Bron: NRC en N Engl J Med. 2007 Apr 19;356(16):1670-4. Met dank aan Ineke die me hierop attent maakte.

Hormoontherapie voor, in en na de overgang veroorzaakt 20% extra kans op eierstokkanker. Wie geen hormoontherapie gebruikt in en na de overgangsperiode (zeg algemeen gesteld voor vrouwen ouder dan 45) heeft 11% minder kans op borstkanker na de overgang. Dit blijkt uit een grote wereldwijd uitgevoerde studie onder meer dan een miljoen vrouwen in vier jaar tijd. Nadat in Amerika het aantal vrouwen dat aanvullende hormoontherapie gebruikte tegen overgangsklachten was gedaald van 60 miljoen gebruiksters naar 18 miljoen is die daling ingezet. En een daling die heel hard werd ingezet want al na vier jaar worden deze verschillen gemeten. In de NRC staat vandaag een artikel over deze grote studie. Opvallend is dat het abstract in Pubmed van deze studie (zie verderop in dit artikel) veel minder prominent de veschillen aangeeft. Over bv. eierstokkanker wordt in het abstract helemaal niet gesproken. Pikant is toch ook wel dat wereldwijd dor de reguliere oncologie wereld steeds gezegd wordt dat de nieuwste behandelmethoden helpen om borstkanker onder controle te krijgen, maar dit blijkt dus een fabeltje. En wanneer zou er eens een eerlijke studie komen over het effect van pilgebruik door jonge vrouwen op het risico van het krijgen van hormoonbepaalde kankersoorten als eierstokkanker en borstkanker? Bv. dr. Moolenburg, gepensioneerd orthomoleculair arts, stelt keihard dat pilgebruik voor minimaal 35% het risico op borstkanker en eirstokkanker vergroot. Hier het artikel uit de NRC met daaronder het abstract van de studie uit de New England Journal of Medicine van gisteren.

Stoppen met hormoontherapie voorkomt kanker
Door onze redactie wetenschap

Rotterdam, 19 april. Stoppen met hormoontherapie voorkomt kanker. Dat blijkt uit de daling van het aantal gevallen van borstkanker in de VS tussen 2001 en 2004, toen vrouwen massaal stopten met pillen tegen overgangsklachten. Dat staat in een analyse die vandaag is verschenen in The New England Journal of Medicine.

De cijfers (ruim 8 procent afname in drie jaar) bevestigen dat vrouwen van de hormonen, populair in de jaren negentig, kanker kregen. Vandaag publiceerde het medische tijdschrift The Lancet ook een studie over hormoonschade. Die zegt dat sinds 1991 duizend Britse vrouwen door de hormonen aan eierstokkanker zijn gestorven.

De daling in de borstkankeraantallen zette halverwege 2002 in. Dat was kort na een wetenschappelijke publicatie over de kwalijke effecten van hormoontherapie, die veel aandacht kreeg in de media. Uit die studie bleek al dat de therapie slecht is voor het hart en het risico op borstkanker vergroot. Het aantal recepten voor de pillen daalde daarna, van 61 miljoen in 2001 naar 18 miljoen in 2005.

Vrouwen slikten ze tegen opvliegers en andere overgangsklachten, zoals een droge vagina. De hormonen zouden beschermen tegen hartziekten en botontkalking. Dat is niet uitgekomen.

Door de Amerikaanse borstkankerstatistiek lijkt de conclusie onontkoombaar dat de daling van het aantal nieuwe borstkankerpatiënten wordt veroorzaakt door een geringer gebruik van overgangshormonen. Bij de vijftigplussers, over het algemeen dus vrouwen na de overgang, was de teruggang ruim 11 procent. Bij vrouwen onder de vijftig was dat maar 1,3 procent.

In de jaren negentig daarentegen steeg het aantal borstkankerpatiënten, met een half procent per jaar. Dat werd toen toegeschreven aan uitgebreidere screening, stoffen in het milieu, minder kinderen, minder borstvoeding, en de obesitasepidemie. Van die factoren veranderde de afgelopen jaren alleen de hormoontherapie, schrijven de onderzoekers.

De Britse cijfers over eierstokkanker komen uit een onderzoek waaraan bijna een miljoen vijftig- tot zeventigjarige vrouwen meededen. Gebruiksters en ex-gebruiksters van hormonen hebben nu 20 procent meer kans op eierstokkanker.

1: N Engl J Med. 2007 Apr 19;356(16):1670-4.The decrease in breast-cancer incidence in 2003 in the United States.Ravdin PM, Cronin KA, Howlader N, Berg CD, Chlebowski RT, Feuer EJ, Edwards BK, Berry DA.

Department of Biostatistics, M.D. Anderson Cancer Center, Houston, USA.

An initial analysis of data from the National Cancer Institute's Surveillance, Epidemiology, and End Results (SEER) registries shows that the age-adjusted incidence rate of breast cancer in women in the United States fell sharply (by 6.7%) in 2003, as compared with the rate in 2002. Data from 2004 showed a leveling off relative to the 2003 rate, with little additional decrease. Regression analysis showed that the decrease began in mid-2002 and had begun to level off by mid-2003. A comparison of incidence rates in 2001 with those in 2004 (omitting the years in which the incidence was changing) showed that the decrease in annual age-adjusted incidence was 8.6% (95% confidence interval , 6.8 to 10.4). The decrease was evident only in women who were 50 years of age or older and was more evident in cancers that were estrogen-receptor-positive than in those that were estrogen-receptor-negative. The decrease in breast-cancer incidence seems to be temporally related to the first report of the Women's Health Initiative and the ensuing drop in the use of hormone-replacement therapy among postmenopausal women in the United States. The contributions of other causes to the change in incidence seem less likely to have played a major role but have not been excluded. Copyright 2007 Massachusetts Medical Society. PMID: 17442911 [PubMed - in process]


Plaats een reactie ...

1 Reactie op "Hormonen: Stoppen met hormoontherapie in en na de overgang voorkomt kanker, vooral borstkanker (11%) en eierstokkanker (20%) . Blijkt uit grote wereldwijde studies."

  • Hanneke Sprenger :
    En behalve dat het stoppen met het gebruik van hormonen de kans op het krijgen van kanker ws vermindert, is voorkomen nog altijd beter dan genezen.

Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

hormoontherapie tegen overgangsklachten >> Rood vlees vervangen door >> Vrouwen met anorexia hebben >> Aspirine en NSAIDs lijken >> Alcohol vergroot kans op kanker >> Bisphosfonaten lijken preventief >> Black Cohosh = zilverkruid >> Cosmetische borstimplantaten >> Borstkanker is soms erfelijk >> Foliumzuur - vitamine B speelt >>