12 april 2016: Arts-bioloog drs. Engelbert Valstar schreef in 2005 deze column voor de Orthomoleculaire Koerier naar aanleiding van een boekspreking door Mels Sluyser van zijn net uitgekomen boek: Voedingsinterventie bij kanker

Een mislukte apologie voor Renckens

Gepasseerde stations ……..

Onlangs kreeg ik uit het NTtdK (Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij)  van  juni 2003, een zogenaamde boekbespreking van mijn boek ‘Voedingsinterventie bij kanker’ onder ogen geschreven door Renckens-adept (en chemicus ) Mels Sluyser.

Sluyser begint al de retorische trompet te bespelen door te gewagen van een boekje, terwijl sprake is van een uitgave van ruim 200 bladzijden.  Hij noemt voorts de door mij weergegeven feiten willekeurig en meent dat ik dit zonder enige kennis van zaken heb gedaan. Uit het boek zelf  blijkt al dat dit onzin is. De hoofdstukken 1 en 2 die respectievelijk gaan over gerandomiseerd onderzoek in de preventieve respectievelijk therapeutische sfeer noemt hij niet, terwijl hij gelijk vermeldt dat ik mijn conclusies zou baseren op hoge doses die gebruikt worden in in vitro onderzoek. Hierbij verzwijgt Sluyser het feit dat ik in met name hoofdstuk 3 ook heel veel in vivo onderzoek bij mens en dier bespreek en ook nog eens regelmatig aangeef dat in vitro onderzoek enerzijds beperkingen kent, maar anderzijds zeker niet zinloos is (waarom wordt er anders dan zoveel in vitro onderzoek verricht?).

Sluyser schijnt ook niet te weten dat kankerremmende stoffen in veel hogere doses dan waarin ze in de voeding voorkomen toegediend kunnen worden, al kun je in vitro in principe uiteraard nog veel hoger doseren. De hoofdstukken 1 en 2 tonen dat bij uitstek aan! De stelling van Sluyser dat geconcentreerd zoutzuur in vitro kankercellen kan doden, maar in die concentratie niet bij kankerpatienten toepasbaar is zegt alles over het intelligentiequotient van Sluyser maar niets over dat van mij. Graag nodig ik Sluyser hierbij dan ook publiekelijk uit op prime time life -  bij bijvoorbeeld NOVA – hierover met mij in debat te gaan.

Hoofdstuk 6 noemt  Sluyser hilarisch. Dit is een onjuiste, maar vooral armzalige kwalificatie. In dit hoofdstuk voert het KWF in de persoon van de oud-directeur Van de Poll - die door mij wat de strategie van het KWF betreft bewust uit zijn tent is gelokt - een psychologische striptease op, waarbij de naaktheid vooral daaruit bestaat dat deze organisatie willens en wetens weigert om kennis te nemen van gerandomiseerde studies, vooral omdat deze de gangbare dogma’s van de VtdK en het KWF aantasten.

Ook de bewering van Sluyser dat de argeloze lezer uit mijn boek gemakkelijk de indruk zou kunnen krijgen, dat het internationale kankeronderzoek stilstaat is misleidend. Over reguliere behandeling en onderzoek komt in mijn boek geen onvertogen woord voor. Ook zijn suggestie door te stellen dat de uitkomsten van regulier kankeronderzoek in erkende vaktijdschriften worden gepubliceerd zodat iedereen ze kan lezen is insinuerend, omdat hij daarmee doet voorkomen dat ik me niet op in kwalitatief opzicht vergelijkbare studies baseer. Mijn boek telt immers circa 1700 referenties en deze zijn vrijwel allemaal eveneens in dergelijke tijdschriften gepubliceerd en gewoon op de meest reguliere database Pubmed te vinden.

Wat mijn bespreking van Warburg betreft slaat Sluyser  de plank ook mis. Ik zeg alleen maar dat er onderzoek bestaat waaruit blijkt dat activeren van kankergenen makkelijker plaatsvindt bij een tekort aan antioxydatieve mogelijkheden samenhangend met een niet goed verlopende energiestofwisseling. Ik stel dus apert niet dat kanker door een defecte celademhaling ontstaat. Sluyser kan blijkbaar niet goed of liever wil niet goed lezen. Eigenlijk is het laatste niet zo vreemd waar Sluyser  al het gerandomiseerde onderzoek uit de hoofdstukken 1 en 2 in zijn recensie kennelijk bewust negeert.

Sluyser is enthousiast over reguliere middelen die door apoptosis (zelfdoding cel) en angiogenesisremming kanker kunnen remmen (daar heeft hij zelf aan gewerkt). Ik vermeld niets over regulier onderzoek op dit gebied, maar toch weet Sluyser te melden dat ik hiervan kennelijk de portee niet begrijp. Wat hij overigens er niet bij vermeldt is dat er voor de behandeling van kanker met dit soort middelen helemaal nog geen standaardbehandeling bestaat.

Sluyser maakt dan ook de indruk van iemand die alsnog wil volhouden dat de kwadratuur van de cirkel bestaat of dat het door Hamilton uitgevonden hypercomplex rekenen onzin is.

Aan het eind van deze bespreking  meent Frits van Dam, psycholoog en tevens prominent lid van de Renckens-sekte, ook nog een duit in het juridische zakje te moeten doen. Hij citeert daartoe Houtsmuller uit het door deze voedingsdeskundige geschreven voorwoord van mijn boek : “Velen die hiermee werkzaam zijn hebben niet alleen verbeteringen  van de conditie van hun patienten gezien, maar ook daadwerkelijke genezingen geconstateerd. Door de combinatie krijgt de patient met kanker een veel grotere kans op herstel”. Het Gerechtshof Amsterdam, waarnaar Van Dam in dit verband verwijst had dienaangaande beslist dat “de genezende werking en de niet-schadelijkheid van de (Houtsmuller)therapie wetenschappelijk niet is aangetoond”.  Het is Van Dam echter ontgaan dat in deze rechtsoverweging van het Hof slechts besloten ligt dat (nog) geen ondubbelzinnig bewijs van deze therapie is geleverd. Onder omstandigheden kan echter ook met zwakkere bewijsmodaliteiten worden volstaan ; in dergelijke gevallen oordeelt de rechter dan dat bepaalde feiten aannemelijk zijn, waarmede het relevante bewijs geacht wordt te zijn geleverd. De stelling van Houtsmuller dat voor zijn zienswijze , mede gebaseerd op gerandomiseerde studies waarin enkele Houtsmullermiddelen afzonderlijk waren getest , in elk geval een begin van bewijs bestaat, wordt ook door de formulering van het Hof in geen enkel opzicht buitengesloten.  Overigens won Houtsmuller deze zaak.

Inmiddels is er op www.kanker-actueel.nl een lijst van meer dan 840 (red: d.d. 12 april 2016: ruim 2700, zie ook deze lijsten: https://kanker-actueel.nl/NL/literatuurlijsten-niet-toxische-middelen-en-behandelingen-per-kankersoort-en-aanvullend-op-chemo-operatie-en-bestraling.html ) gerandomiseerde studies te vinden die in circa 90 procent van de gevallen een significant effect van vele complementaire (alternatieve) benaderingen laten zien. Voor sommige benaderingen is de consistentie zelfs 100 %. De overlap met Houtsmuller’s benadering is in deze studies indrukwekkend. Kortom wat wil men. Hoe dan ook deze lijst bewijst het nut van complementaire middelen bij de behandeling van kanker zelfs ondubbelzinnig zodat Van Dam c.s. zich nu echt ongerust kunnen gaan maken.

Nog even terugkerend naar Sluyser. Deze slaat wel vaker de plank mis. Enkele jaren terug beweerde hij in, naar  ik meen de Telegraaf dat het bij de behandeling van kanker zou gaan om operatie,bestralen en chemotherapie. Het immuunsysteem zou er niet toe doen.

Dit laatste wordt weerlegd door zeer veel onderzoek (zie voornoemde lijst). Onder andere door het zeer recente onderzoek van Uyl-de Groot in Vaccine (23:2379-87 ; 2005) : in dit gerandomiseerde onderzoek wordt met immunotherapie bij darmkankerpatienten een significante vermindering van de sterfte bewerkstelligd.

Wie dan ook, zoals Sluyser, voldoende basiskennis heeft maar na bestudering van mijn genoemde lijst van 840 studies nog publiekelijk blijft volhouden dat complementaire middelen bij kanker geen therapeutische consequenties hebben doet de waarheid opzettelijk geweld aan.

Wat ligt ten diepste ten grondslag aan de tegenstelling regulier alternatief of liever complementair? Het antwoord is het draait om geld ,status en dogma’s. Ter illustratie een anecdote. Meer dan 10 jaar geleden bezocht ik een  congres van de VtdK ; Piet Borst merkte toen vanuit de zaal op dat als de heer Valstar goede ideeen heeft, ook hij gerust subsidie bij het KWF zou kunnen aanvragen. Mijn buurman en metgezel merkte toen zachtjes op : Ja,ja meneer Borst, het is net als in een bordeel : degene met de grootste bek en het meeste geld krijgt het meeste voor elkaar ter bevrediging van zijn illusies. Ik ben van mening dat deze  grap in ieder geval ook psycho-analytisch de spijker op z’n kop is.

Ten slotte nog dit. Het is anno 2005 bijna ongeloofwaardig ook nog te moeten vaststellen dat in de bibliotheek van het NKI mijn boek is gestickerd ten einde de lezer voor te houden dat hij door de inhoud daarvan niet op een dwaalspoor moet worden gebracht. Van deze dermate ongepaste bijsluiter - bijkans het equivalent van de destijds vigerende en door angst ingegeven imprimatuur vanwege het Onfeilbare Leergezag – zal, naar mijn stellige overtuiging, op korte termijn aan het licht komen dat zij niet bestand is tegen de opmars van de wetenschappelijke waarheid inzake voeding en kanker. 

Daarom is de bespreking van mijn boek door Sluyser als apologie voor Renckens mislukt. Sluyser en de in zijn kielzog opererende Van Dam, zijn, evenals Borst en Renckens  slechts gepasseerde stations, waarin het louter wachten is op treinen die al lang voorbij zijn.


Plaats een reactie ...

Reageer op "Een mislukte apologie voor Renckens: auteur arts-bioloog drs. Engelbert Valstar"


Gerelateerde artikelen
 

Gerelateerde artikelen

KWFzalverij revisited. Column >> Do not confuse leadership >> Domheid is zonde. Column van >> Teloorgang ziekenhuizen? column >> Aanvullend verzekeren in de >> Ethische en juridische aspecten >> Spinnen in het web. Column >> Evidence based medicin. Column >> De bedriegelijkheid van nonsense. >> Geen koffiepraat. Column van >>